Periode 2: tijd 1.4 (les 2)

Wat gaan we vandaag doen?

- Korte introductie les 2: tijdseenheden en tijdsverschil berekenen 

- Werken in je licentie 
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wat gaan we vandaag doen?

- Korte introductie les 2: tijdseenheden en tijdsverschil berekenen 

- Werken in je licentie 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even inchecken: hoe voel je je vandaag?

Slide 2 - Poll

Waarom hiervoor gekozen?
Doelen


Je leert tijdseenheden omrekenen.

Je leert het tijdsverschil tussen twee tijden berekenen.

Je leert tijd noteren


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 2
Tijdseenheden (seconden, minuten, uren etc.)
Tijdsduur (bijvoorbeeld 04:13:30)
Klokkijken 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een eeuw is ................. jaar
A
10
B
100
C
1000
D
10000

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk rijtje klopt niet van groot naar klein?
A
jaar - maand - dag - minuut
B
jaar - uur - kwartier - seconde
C
eeuw - jaar - kwartaal - minuut
D
maand - uur - kwartaal - minuut

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7 minuten is = ....... seconden
A
42
B
4200
C
420
D
4900

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2 uur en 45 minuten, hoeveel minuten zijn dat in totaal?
A
145 minuten
B
125 minuten
C
165 minuten
D
185 minuten

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hier staat een tijdsduur van 4 uren en ?

04:19:15

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

04:19:15

Bij het noteren van een tijdsduur gebruik je een dubbele punt tussen uren, minuten en seconden. 

4 uur
19 minuten
15 seconden


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

04:19:15

4 uur
19 minuten
15 seconden

hoeveel minuten zijn dit in totaal?


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sjaak liep de marathon van New York in 04:19:15. In hoeveel minuten liep hij de marathon?
A
4x60+19+15:60= 259,25 minuten
B
4+19+15=36x60= 2160 minuten
C
4x60 + 19 + 15 = 274 minuten

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

04:19:15


4 uur
19 minuten
15 seconden

Dat is 4 × 60 + 19 + 15 : 60 = 259,25 minuten.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

259,25 minuten
Een deel van een uur, minuut of seconde noteer je na een komma 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

30 seconden = .......
A
30 minuten
B
60 minuten
C
0,5 minuut
D
0,25 minuut

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2,5 uur = ........... minuten
A
120
B
130
C
140
D
150

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

reken de tijd om naar seconden

2:22:22 uur =
A
85.420 sec
B
854,2 sec
C
85,42 sec
D
8.542 sec

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De damesestafette ploeg heeft op het WK zwemmen goud veroverd op de 4 x 100m vrije slag in een tijd van 3:41,72.
Wat was hun tijd in seconden?
A
3,41 seconden
B
204,72 seconden
C
221,72 seconden
D
264,2 seconden

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klokkijken

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een klok met wijzers
noemen we een ..................................
A
digitale klok
B
analoge klok

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe laat is het op deze klok?
A
10:25
B
09:25
C
05:47
D
06:47

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de digitale tijd?

A
12:00 uur
B
16:00 uur
C
14:00 uur
D
10:00 uur

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

14:00 is 2 uur in de middag. Hoe noem je dat ook wel?
A
2 uur a.m.
B
2 uur p.m.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tijdstippen voor 12 uur 's middags > AM
 
Tijdstippen na 12 uur 's middags > PM

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mijn wekker gaat 's avonds zes uur af. welke tijd is de juiste tijd?
A
06.00
B
18.00

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel tijd zit er tussen de klokken?

A
40 minuten
B
80 minuten
C
25 minuten
D
10 minuten

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies





Hoeveel tijd zit er tussen 10:15:15 en 11:00:00?
A
44 minuten en 45 seconden
B
45 minuten en 45 seconden
C
84 minuten en 85 seconden
D
85 minuten en 85 seconden

Slide 27 - Quizvraag

van 10:15:15 naar 10:16:00 = 00:00:45
van 10:16:00 naar 11:00:00 = 00:44:00

00:00:45 + 00:44:00 = 44:45 uur




Hoeveel tijd zit er tussen 10:15:15 en 12:15:30?
A
01:30:45 uur
B
01:30:15 uur
C
02:00:15 uur
D
02:00:45 uur

Slide 28 - Quizvraag

van 10:15:15 naar 10:16:00 = 00:00:45
van 10:16:00 naar 11:00:00 = 00:44:00
van 11:00:00 naar 12:15:30 = 01:15:30

00:00:45 + 00:44:00 + 01:15:30 = 
02:00:15 uur
werken in je licentie
opdrachten 1.4 domein 1


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 12 van 1.3
Een liter melk 1,03 kg.
Hoeveel liter is 100 kg melk?
Rond af op een geheel getal.

Maak een tabel.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 12 van 1.3

1 liter                                            ? 
1,03 kg                                     100 kg 



Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 12 van 1.3

1 liter                                            ? 
1,03 kg                   1kg                  100 kg 



Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opdracht 12 van 1.3

1 liter                    1/1,03   x 100 =             97     ? 
1,03 kg                   1kg                  100 kg 



Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies