(WEEK 13, 24-03) Gerund, Could(n't), To be allowed to

Hi 3M1!
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Hi 3M1!

Slide 1 - Tekstslide

Hi 3M1!
 
 Today: Last week's grammar, Gerund, Could(n't), be allowed to
 Monday, next week: Week 12&13 have to be finished.
WEEK 13

Slide 2 - Tekstslide

5.1 Must(n't)
 MUST
Gebruik je als iets moet, het kan niet anders of het is een persoonlijke noodzaak.
 MUSTN'T
Gebruik je als iets NIET moet of NIET mag.

Slide 3 - Tekstslide

5.1 Must(n't)
 MUST
You must stay at home.
 MUSTN'T
You mustn't go outside.

Slide 4 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Je gebruikt de gebiedende wijs (in het Engels dus imperative) wanneer je iemand vertelt wat diegene moet doen. 
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.2 The Imperative
Dit onderwerp is ook herhaling.
De Gebiedende Wijs

Slide 5 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Sit down!                            Ga zitten!
Open your books!            Doe je boeken open!
Be quiet!                             Wees stil!
Eat your meal!                   Eet je maaltijd op!
5.2 The Imperative
De Gebiedende Wijs

Slide 6 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.2 The Imperative
De Gebiedende Wijs
Je gebruikt don't als iemand iets niet moet doen.
Sit down! 
Open your books!
Be quiet!
Don't sit down! 
Don't open your books!
Don't be quiet!

Slide 7 - Tekstslide


Vertaal: Lees jouw boek.
(Begin met een hoofdletter, eindig met een punt).

Slide 8 - Open vraag

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.3 Gerund
Dit onderwerp is ook herhaling.
ING-vorm
De gerund is een ing-vorm van een woord.
Gaming is fun!
I love singing.
I am good at playing soccer.

Slide 9 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.3 Gerund
Dit onderwerp is ook herhaling.
ING-vorm
Je gebruikt deze vorm in 3 situaties:
Gaming is fun!
I love singing.
I am good at playing soccer.

> Als onderwerp van een zin.
> Na bepaalde werkwoorden.
> Na voorzetsels.

Slide 10 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.3 Gerund
Dit onderwerp is ook herhaling.
ING-vorm
I love singing.

De gerund gebruik je na de volgende werkwoorden:
- love              - enjoy           - begin              - end
- hate             - like               - start                - finish

Slide 11 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.3 Gerund
Dit onderwerp is ook herhaling.
ING-vorm
I am good at playing soccer.

De gerund gebruik je na voorzetsels, zoals:
- at              - of                  - with              - to
- after         - about          - in                   - from
- by             - on                 - for                 - like

Slide 12 - Tekstslide

Gerund?
"My friend is good at ... (to make) breakfast."
A
to make
B
make
C
makeing
D
making

Slide 13 - Quizvraag

Gerund?
"I ... (to walk) to school everyday."
A
to walk
B
walk
C
walking

Slide 14 - Quizvraag

5.4 Could(n't)
- Bij een beleefde vraag met de betekenis zou kunnen
Could you help me? - Zou je me kunnen helpen?

- Bij verledentijd met de betekenis kon
He couldn't be here on time. - Hij kon hier niet op tijd zijn.
  

Dit hulpwerkwoord gebruik je..

Slide 15 - Tekstslide

5.5 Be allowed to
Be staat dan voor de vormen van to be
am - is - are - was - were
Wanneer iets van jouw kanmag of het is toegestaan, kun je een vorm van "be allowed to" gebruiken.
You are allowed to go now.
I wasn't allowed to talk.

Slide 16 - Tekstslide


Vertaal: Ik mag vroeg weg.
(Begin met een hoofdletter, eindig met een punt).

Slide 17 - Open vraag


Vertaal: Je mag hier niet rijden.
(Begin met een hoofdletter, eindig met een punt).

Slide 18 - Open vraag

Finish WEEK 12&13
geen les deze vrijdag voor diegene dus hun huiswerk nu wel hebben.

Slide 19 - Tekstslide