Enquête maken

Enquête opstellen
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Praktische economieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Enquête opstellen

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij het woord
enquête?

Slide 2 - Woordweb

Wanneer houd je een enquête?

Slide 3 - Open vraag

Aan welke enquête heb je zelf wel eens meegedaan?

Slide 4 - Open vraag

Drie onderdelen Enquête
  1. Inleiding/Intro
  2. Vragen
  3. Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Stap 1 Inleiding
Voordat je start met je enquête schrijf je een korte introductie met daarin de reden dat de enquête is opgesteld, hoeveel minuten tijd het de respondent kost om het in te vullen, wie de onderzoeker(-s) is/zijn.

Respondent = een persoon of organisatie die de enquête in heeft gevuld.

Slide 6 - Tekstslide

Gesloten vragen 
Het is een overzichtelijk manier van om  vragen te stellen waar uitsluitend ja, nee of weet niet kunt invullen . Het is erg simpel en de conclusie is vaak snel duidelijk

Slide 7 - Tekstslide

Open vragen
Bij open vragen kunt je er achter komen wat een klant wil  . Het nadeel is dat je misschien geen conclusie kan trekken omdat met  de antwoorden alle kanten kunt  uitgaan 

Slide 8 - Tekstslide

Meerkeuze vragen :-) 
Het is  een makkelijk  manier om  vragen te stellen, vaak heb je een  duidelijk en snel antwoord

Slide 9 - Tekstslide

Stap 2. Vraagstelling van de enquête
  1. Open enquêtevragen kosten u veel weer tijd om te analyseren. Gebruik meerkeuze vragen, schaling of vraag naar een cijfer.  
  2. Stel concrete, duidelijke vragen die duidelijke eenduidige antwoorden opleveren. Dus vraag maar één ding tegelijk.
  3. Maak gebruik van neutrale enquêtevragen. Vermijd sturing te geven aan de antwoorden.
  4. Zorg ervoor dat de enquêtevragen gemakkelijk (in Forms of  met socialmediakanaal) te verwerken zijn

Slide 10 - Tekstslide

Stap 2. Schaling van de enquête

1. Gebruik altijd evenveel positieve als negatieve antwoordmogelijkheden.
Bijvoorbeeld een 4 puntsschaal.
1 = helemaal mee oneens
2 = mee oneens
3 = mee eens
4 = helemaal mee eens



5 puntsschaal.
1= helemaal mee oneens
2=mee oneens
3= niet eens/niet oneens
4= mee eens
5= helemaal mee eens



Slide 11 - Tekstslide

Maximaal 5 Goede vragen
De klant heeft eigenlijk geen zin in een enquete dus maximaal 5 vragen stellen, m.u.v. de filtervragen

Slide 12 - Tekstslide

Stap 3
Eindig met filtervragen (afhankelijk van je hoofvraag):
- Man/Vrouw
- Leeftijd (open of meerkeuze)
- Woonplaats (open of meerkeuze)
- Opleidingsniveau
- Woonsituatie
Niet alle onderdelen zullen interessant zijn voor je onderzoek!

Slide 13 - Tekstslide

Tip Stap 3
Je kan de vraag Woonplaats ook als meerkeuzevraag stellen.
Bijv. Wat is uw woonplaats?
a. Emmen
b. Klazienaveen
c. Nieuw - Dordrecht etc.
Dit is achteraf makkelijker te analyseren dan een open vraag, dit zal je later zien bij de voorbeelden.

Slide 14 - Tekstslide

Stap 4 Afsluiting

Nadat de respondent je enquête heeft ingevuld sluit je deze netjes af met een dankwoord en geef je ruimte voor opmerkingen; hier kunnen respondenten vragen of opmerkingen kwijt

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeelden van enquêtes
Check deze website om inspiratie op te doen

Let op: je maakt je eigen enquête in je socialmedia platform of via Microsoft Forms: https://www.youtube.com/watch?v=EVcHmhfKpis

Slide 16 - Tekstslide

Controle en uitvoeren van de enquête
1. Probeer de vragenlijst eerst uit bij een aantal proefpersonen.

2. Ga na of de respondenten de enquêtevragen duidelijk en eenduidig vonden, vraag hun eerlijke commentaar en hou daar ook rekening mee. 

3. Bij een schriftelijke enquête is het ook wenselijk om de vragenlijst na te kijken op taal en stijlfouten, dit werkt storend en doet afbreuk aan  al je werk!

4. Min 20 respondenten


Slide 17 - Tekstslide