V3 Herhaling H5

Herhaling hoofdstuk 5
Week 9, 2021
V3

Amadeus Lyceum, Utrecht
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhaling hoofdstuk 5
Week 9, 2021
V3

Amadeus Lyceum, Utrecht

Slide 1 - Tekstslide

DDD
GMW
  • Hoe gaat het?
  • Huishoudelijke mededelingen
  • Herhaling hoofdstuk 5
  • Tijd voor vragen
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide


Wat is het leukste dat je in
de vakantie hebt gedaan?

Slide 3 - Open vraag


Hoe vind je het om weer naar school te gaan? 
(er is geen 'goed' antwoord!)
A
Helemaal geen zin in. School is stom.
B
Op zich niet erg maar afstandsonderwijs vind ik eigenlijk fijner.
C
Wel zin in. Ik zit toch liever op school dan thuis.
D
Ik kan niet wachten!!1! Hou me tegen jongen!

Slide 4 - Quizvraag

Huishoudelijke mededelingen
  • Les duurt vandaag 20 min korter
  • Huiswerkcontrole: verlenging tot do 11 maart, 23:59 uur
  • Huiswerk ingeleverd: feedback op je aanpak
  • Geen huiswerk ingeleverd: aantekening Magister
  • Vanaf volgende week wordt het huiswerk online

Slide 5 - Tekstslide

Hoofdstuk 5
Hoe zat het ook al weer?

> Verbrandingsreacties
> Ontledingsreacties
> Ondermaat en overmaat
> Energie en reactiesnelheid

Slide 6 - Tekstslide

1: Verbrandingsreacties
Een verbrandingsreactie heeft als beginstoffen altijd een brandstof en zuurstof
           brandstof  +  O2        verbrandingsproduct(en)
Elke atoomsoort in brandstof wordt een oxide als verbrandingsproduct:
C wordt CO2 (bij onvolledige verbranding ook CO en C)
H wordt H2O
S wordt SO2
O heeft geen oxide maar telt wel mee in massabalans!

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld verbrandingsreactie
Noteer de reactievergelijking van de volledige verbranding van butanol (molecuulformule: C4H10O)

Reactievergelijking verbrandingsreactie: brandstof  +  O2           verbrandingsproduct(en)
Brandstof: C4H10O, verbrandingsproducten: CO2, H2O (O telt alleen mee in massabalans)
Reactievergelijking: C4H10O  +  O2            CO2  +  H2O
Reactievergelijking kloppend maken: C4H10O  +  6 O2              4 CO2 + 5 H2O

Slide 8 - Tekstslide


Noteer de verbrandingsreactie van de volledige verbranding van tetrahydrothiofeen (C4H8S), 
de stof die geur geeft aan aardgas.

Slide 9 - Open vraag

Uitwerking
Brandstof: tetrahydrothiofeen: C4H8S
Brandstof bevat de atoomsoorten C, H en S.
Volledige verbranding, dus CO2 (en geen CO en C)
De reactieproducten die worden gevormd: CO2, H2O, SO2
Reactievergelijking: C4H8S  +  O2        CO2  +  H2O  +  SO2
Kloppend maken: C4H8S + 7 O2        4 CO2 + 4 H2O + SO2

Slide 10 - Tekstslide

2: Ontledingsreacties
Bij een ontledingsreactie ontleedt één stof in meerdere reactieproducten:
          beginstof            reactieproduct 1  +  reactieproduct 2  (+ reactieproduct 3 + ...)
De reactieproducten hoef je niet zelf te kunnen voorspellen
Voorbeeld: ontleding van water in waterstof en zuurstof:
          H2O          H2  +  O2
Ontledingsreactie is exotherm (er komt energie vrij) of endotherm (er is energie nodig)
Vormen van endotherme ontledingsreacties:
elektrolyse (er wordt elektriciteit gebruikt)
thermolyse (er wordt warmte gebruikt)
fotolyse (er wordt licht gebruikt)

Slide 11 - Tekstslide


Als je een reageerbuisje met de vaste stof ijzeroxalaat (FeC2O4) in een vlam houdt, ontstaan ijzerpoeder en koolstofdioxide. 

Wat voor type ontledingsreactie is dit? (45 s)
A
Fotolyse
B
Elektrolyse
C
Menolyse
D
Thermolyse

Slide 12 - Quizvraag


Als je een reageerbuisje met de vaste stof ijzeroxalaat (FeC2O4) in een vlam houdt, ontstaan ijzerpoeder en koolstofdioxide. 

Is dit een endotherme of een exotherme ontledingsreactie? (30 s)
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 13 - Quizvraag


Als je een reageerbuisje met de vaste stof ijzeroxalaat (FeC2O4) in een vlam houdt, ontstaan ijzerpoeder en koolstofdioxide. 

Wat is de reactievergelijking die bij deze ontledingsreactie hoort? (90 s)
A
B
C
D

Slide 14 - Quizvraag

3: Ondermaat en overmaat (1)
Is een beginstof in overmaat is, hou je van die stof na de reactie over.
Dat betekent automatisch dat de andere beginstof(fen) in ondermaat is/zijn.
Voorbeeld: dansparen maken van jongens en meisjes
er is een overmaat van 4 meisjes
er is een ondermaat van 4 jongens

Slide 15 - Tekstslide

Overmaat en ondermaat - voorbeeld
Uit ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof kun je ijzer maken. Er ontstaat daarbij naast ijzer ook koolstofdioxide. In een hoogoven worden 50 kg ijzer en 200 kg koolstof bij elkaar gebracht. Welke beginstof is hier in overmaat aanwezig?

Stap 1: stel de reactievergelijking op.

Beginstoffen: ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof (C) 
Reactieproducten: ijzer (Fe) en koolstofdioxide (CO2)

(kloppende!) reactievergelijking:   2 Fe2O3  +  3 C            4 Fe  +  3 CO2

Slide 16 - Tekstslide

Overmaat en ondermaat - voorbeeld
Uit ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof kun je ijzer maken. Er ontstaat daarbij naast ijzer ook koolstofdioxide. In een hoogoven worden 50 kg ijzer en 200 kg koolstof bij elkaar gebracht. Welke beginstof is hier in overmaat aanwezig?

Stap 2: bepaal de molecuulmassa's van alle beginstoffen en reactieproducten

                2 Fe2O3  +   3 C             4 Fe  +   3 CO2

320 u
36 u
224 u
132 u
Fe2O3: 160 u
C:          12 u
Fe:        56 u
CO2:     44 u

Slide 17 - Tekstslide

Overmaat en ondermaat - voorbeeld
Uit ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof kun je ijzer maken. Er ontstaat daarbij naast ijzer ook koolstofdioxide. In een hoogoven worden 50 kg ijzer en 200 kg koolstof bij elkaar gebracht. Welke beginstof is hier in overmaat aanwezig?

Stap 3: bepaal de massaverhouding

  2 Fe2O3  +   3 C             4 Fe  +   3 CO2

320 u
36 u
224 u
132 u

Slide 18 - Tekstslide

Overmaat en ondermaat - voorbeeld
Uit ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof kun je ijzer maken. Er ontstaat daarbij naast ijzer ook koolstofdioxide. In een hoogoven worden 50 kg ijzer en 200 kg koolstof bij elkaar gebracht. Welke beginstof is hier in overmaat aanwezig?

Stap 3: bepaal de massaverhouding

  2 Fe2O3  +   3 C             4 Fe  +   3 CO2

320 u
36 u
224 u
132 u
?=320kg36kg50kg=5,63kg

Slide 19 - Tekstslide

Overmaat en ondermaat - voorbeeld
Uit ijzeroxide (Fe2O3) en koolstof kun je ijzer maken. Er ontstaat daarbij naast ijzer ook koolstofdioxide. In een hoogoven worden 50 kg ijzer en 200 kg koolstof bij elkaar gebracht. Welke beginstof is hier in overmaat aanwezig?

Stap 3: bepaal de massaverhouding

  2 Fe2O3  +   3 C             4 Fe  +   3 CO2

320 u
36 u
224 u
132 u
Om 50 kg ijzer te laten reageren, is 5,63 kg koolstof nodig. In de hoogoven is 200 kg koolstof. Koolstof is dus (ruim) in overmaat.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide