cross

Nask hst. 3.1 Tekeningen lezen

3.1  Tekeningen lezen
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.1  Tekeningen lezen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je weet wat bouwtekeningen zijn.
  • Je kunt een Amerikaanse projectie toepassen.
  • Je kent de begrippen vooraanzicht, bovenaanzicht, zijaanzicht
  • Je weet wat een schets is
  • Je weet hoe je op schaal moet tekenen
  • Je kent de verschillende tekenlijnen.

Slide 2 - Tekstslide

Uitleg tekenen op schaal

Slide 3 - Tekstslide

Wat is werken op schaal?
Tekenen in verhouding.
Schaal 1:100 = 1 mm in tekening is 100mm in het echt
op de tekening is alles kleiner dan in het echt.

Schaal moet op de tekening staan.

Bij technisch tekenen dus bij Techniek zijn alle maten in millimeter mm

Slide 4 - Tekstslide

Schaal tekenen
Voordat je een huis laat bouwen wil je natuurlijk wel weten hoe het eruit gaat zien. Daarom maakt een architect verschillende bouwtekeningen. Omdat de maten van een huis te groot zijn om op papier te tekenen worden deze bouwtekeningen op schaal gemaakt.

Slide 5 - Tekstslide

Je ziet hiernaast een plattegrond van een slaapkamer.

Welke bewering is juist?
A
De plattegrond is op schaal getekend
B
De plattegrond is getekend op ware grootte

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Video

Tekenen op schaal
Als je iets op schaal tekent, dan deel je alle afmetingen in de werkelijkheid door de schaal die gaat tekenen.       
Voorbeeld
Mijn bureaublad  is 1600 mm lang en 900 mm breed.
Ik teken het blad na op schaal 1 : 200
De maten op de tekening zijn:
lengte = 1600 : 200 = 80 mm    en     breedte = 900 : 200 = 45 mm
Je tekent: 80 : 10 = 8 cm  en 45 : 10 = 4,5 cm

Slide 8 - Tekstslide

Schaal 1:50 wil zeggen dat 1 mm in de tekening in werkelijkheid 5 mm is.
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent de schaal 1 : 25
A
de maten zijn even groot
B
de maten op tekening zijn 25x zo klein
C
De maten op tekening zijn 25x zo groot

Slide 10 - Quizvraag

Maten in een technische tekening zijn altijd in .........?
A
kilometers
B
millimeters
C
centimeters
D
decimeters

Slide 11 - Quizvraag

Hans meet op een plattegrond de lengte van een hek.
Op de plattegrond is het hek 8 cm lang.
In werkelijkheid is het hek 4 m lang.
Op welke schaal is de plattegrond getekend?
De schaal van de plattegrond is:
Let op: meters en cm geen mm!!
A
1:50
B
1:200
C
1:100
D
1:500

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de schaal als een technische tekening is getekend op ware grootte?
A
schaal 0
B
geen schaal
C
schaal 1
D
schaal 1 : 1

Slide 13 - Quizvraag

De technische tekening hiernaast is niet getekend op ware grootte

Wat is de schaal?
A
30 : 1
B
1 : 30

Slide 14 - Quizvraag

kennis quiz

Slide 15 - Tekstslide

Aanzichten
A
Het witte aanzicht is VA
B
Het witte aanzicht is het RZA

Slide 16 - Quizvraag

welke 3 aanzichten komen het meest voor?
A
Voor, rechterzijde, onder aanzicht
B
Voor, linkerzijde en onder aanzicht
C
Voor, rechterzijde en boven aanzicht
D
Voor, achter, boven aanzicht

Slide 17 - Quizvraag

Hoeveel aanzichten van een voorwerp moet je MINIMAAL tekenen in een Amerikaanse projectie?
A
3 aanzichten
B
4 aanzichten
C
5 aanzichten
D
6 aanzichten

Slide 18 - Quizvraag

Hoe wordt een AMERIKAANSE PROJECTIE ook wel genoemd?
A
rechte projectie
B
technische projectie
C
aanzichten projectie
D
bouwplaat

Slide 19 - Quizvraag

Een technische tekening
De amerikaanse projectie

Slide 20 - Tekstslide

Aanzichten
Van technische producten wordt vaak een tekening gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van aanzichten. Er zijn 6 aanzichten, waarvan er meestal 3 worden gebruikt.

Vooraanzicht, bovenaanzicht en (rechter)zijaanzicht.
De aanzichten hebben een vaste plaats. 

Het bovenaanzicht staat recht boven het vooraanzicht. En het zijaanzicht staat naast het vooraanzicht.

Slide 21 - Tekstslide

Verschillende aanzichten

Slide 22 - Tekstslide

Aanzichten
  1. Bij een aanzicht zie je maar 1 kant.
  2. Bij een aanzicht zie je GEEN diepte.
  3. Bijna altijd heb je een vooraanzicht, een rechterzijaanzicht en een bovenaanzicht.

  4. Overige aanzichten: achteraanzicht, linkerzijaanzicht, onderaanzicht

Slide 23 - Tekstslide

6 Aanzichten

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Sleep de aanzichten naar de juiste plaats

Slide 26 - Sleepvraag

Geef de aanzichten de juiste naam.
Zijaanzicht
Bovenaanzicht
Vooraanzicht

Slide 27 - Sleepvraag

bovenaanzicht
vooraanzicht
rechter-
zijaanzicht
isometrische
tekening

Slide 28 - Sleepvraag

Technische tekening
In een technische tekening worden ook maten aangegeven. 
De maten in millimeters. 

2 soorten lijnen:
Maatlijnen: Maatlijnen hebben altijd pijltjes aan het einde. Bij de lijnen staan getallen.

Hulplijnen: dunne lijnen die helpen bij tekenen.


Slide 29 - Tekstslide

In een technische tekening geven de lijnen met een pijl...
A
...de richting aan.
B
...de hoogte aan.
C
...de maat aan .
D
...de breedte aan.

Slide 30 - Quizvraag

Isometrische tekening

Slide 31 - Tekstslide

Ruimtelijke tekening
In een aanzicht zie je maar 1 kant van een voorwerp. Om het hele voorwerp te zien, gebruik je een isometrische tekening. 
Je ziet dan meerdere kanten van het voorwerp.

Slide 32 - Tekstslide

Welke soort projectie is gebruikt in deze tekening?
A
bovenaanzicht projectie
B
Zijaanzicht projectie
C
Isometrische projectie
D
Aanzicht projectie

Slide 33 - Quizvraag

EINDE 
Zijn er vragen?
Eventueel huiswerk opgeven

Slide 34 - Tekstslide