,

livestream Engels unit 5 les 3#

Life-stream English class 3#
Today's lesson  

-  Conversations 
- Homework 
- Repeat grammar Unit 4 
- Questions Unit 5 

1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Life-stream English class 3#
Today's lesson  

-  Conversations 
- Homework 
- Repeat grammar Unit 4 
- Questions Unit 5 

Slide 1 - Tekstslide

What is your favourite movie?

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Homework for this week: 
Unit 5  
L1 extra practice 8 t/m 11  
L2 extra practice 20 t/m 22 
L3 extra practice 32 t/m 35  
L4 extra practice 45 t/m 47  
L5 extra practice 56 t/m 59  
 
Unit 5  
Study box 1,2,3,5 
Study expressions  
5,1 5,2 5,3 ,5,4 
 Unit 4 
Lesson 2 ‘Grammatica trainer’  
Lesson 4 ‘Grammatica trainer’  
(af voor les woensdag 15 april)  




Homework from last week that has to be finished for today:
1. Test ' Unit 5 box 5' vind je in teams 'opdrachten' 
2. Test 'Expressions 5,4' vind je in teams 'opdrachten' 
3. Exercises 48 t/m 55 (online All Right)

Slide 4 - Tekstslide

The homework 
1. where to find it ?
2. When to do it 

Where to find it?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Test jezelf
3x 'Test jezelf' per hoofstuk 
Lesson 2 + Lesson 4 

Alle drie gemaakt =
Oefentoets 

Slide 7 - Tekstslide

Unit 4.....

Slide 8 - Woordweb

Grammar unit 4 
These/ those 
Some/ any 
Meervoud 
Present continuous en Present simple 

Slide 9 - Tekstslide

Wanneer gebruik je 'these' en wanneer gebruik je 'those'?

Slide 10 - Open vraag

this,that,these,those
I prefer ... shoes here.
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 11 - Quizvraag

this, that, these, those
... colours look beautiful on you!
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 12 - Quizvraag

.....dog over there is big
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 13 - Quizvraag

Some & any 
Some en any betekenen allebei wat / een enkele / een paar.

Slide 14 - Tekstslide

I can't give you ..... advice.
A
some
B
any

Slide 15 - Quizvraag

Use some/any:

There isn't _______ paper left.
A
any
B
some

Slide 16 - Quizvraag

I need ... apples, but I don't need ... pears
A
any... any
B
some... some
C
any... some
D
some... any

Slide 17 - Quizvraag

Use some/any:

I've got _____ lovely drawings.
A
some
B
any

Slide 18 - Quizvraag

I don't know ______ who is bigger than I am.
A
anybody
B
somebody
C
anyone
D
someone

Slide 19 - Quizvraag

I know .... has taken my pen.
A
someone
B
anyone

Slide 20 - Quizvraag

Plural 

Slide 21 - Tekstslide

wat is het meervoud van: house?
A
houses
B
hous
C
housss

Slide 22 - Quizvraag

Meervoud van:
kiss
A
kisss
B
kiss
C
kisses
D
kises

Slide 23 - Quizvraag

Zet in het meervoud:
glasses
A
glasses
B
glasseses
C
glassies

Slide 24 - Quizvraag

Meervoud van:
box
A
boxs
B
boxxes
C
boxes
D
boxess

Slide 25 - Quizvraag

Meervoud van lady?
A
Ladys
B
Lady's
C
Ladie's
D
Ladies

Slide 26 - Quizvraag

Zet in het meervoud:
mouse
A
mouses
B
mouse
C
mice

Slide 27 - Quizvraag

Wat is het meervoud van man?
A
Mans
B
Man's
C
Man
D
Men

Slide 28 - Quizvraag

Wat is het meervoud van bus?
A
Buses
B
Busses
C
Bus
D
Bussen

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Jimmy ___ to play games.
A
like
B
likes

Slide 31 - Quizvraag

You ___ in Doorwerth
A
live
B
lives

Slide 32 - Quizvraag

It never ___ in Renkum.
A
rain
B
rains

Slide 33 - Quizvraag

Slide 34 - Tekstslide

Present continuous
When you see these words in a sentence:
Use Present Continuous

now
at the moment
look!/listen!

right now
in conversation

Slide 35 - Tekstslide

Choose the Present Continuous.

Our teacher ___ the grammar at the moment.
A
explains
B
is explain
C
are explaining
D
is explaining

Slide 36 - Quizvraag

Choose the Present Continuous.

Listen! The birds ___ a song!
A
am singing
B
are singing
C
is singing
D
singing

Slide 37 - Quizvraag

Choose the Present Continuous.

We ___ to the pub right now.
A
go
B
are going
C
are go
D
going

Slide 38 - Quizvraag

Welke tijd geeft aan dat je nu iets aan het doen bent?
A
Present Simple
B
Present Continuous

Slide 39 - Quizvraag

Welke tijd geeft aan dat je iets regelmatig doet of dat iets een feit is?
A
Present Simple
B
Present Continuous

Slide 40 - Quizvraag

Extra oefenen met de 
Present Simple vs 
Present Continuous?



Slide 41 - Tekstslide

Questions Unit 5 
Plaats van bijwoorden 
Plaats en tijd 
Vragen met 'do' en 'does' 
Ontkenningen met 'don't' en 'doesn't' 

Slide 42 - Tekstslide

Uitleg...Vragen met 'to do'

Geen vorm van to be (am/are/is/was/were), to have got of can?

Dan gebruik je do of does om een zin vragend te maken.


like chocolate.                                                 Do I like chocolate?

She likes chocolate.                                        Does she like chocolate?  


Bij de onderwerpen he/she/it gebruik je does !

Na do en does krijg je het hele werkwoord!

Slide 43 - Tekstslide

Uitleg... Ontkenning met 'to do'

Geen vorm van to be (am/are/is/was/were), to have got of can?

Dan gebruik je don't of doesn't  om een zin ontkennend te maken.


like chocolate.                                                 I don't like chocolate?

She likes chocolate.                                        She doesn't like chocolate?  


Bij de onderwerpen he/she/it gebruik je doesn't!

Na don't en doesn't  krijg je het hele werkwoord!


Slide 44 - Tekstslide

Maak de volgende zin ontkennend.
I work all day.

Slide 45 - Open vraag

Maak de volgende zin ontkennend
She works all day.

Slide 46 - Open vraag

Make van de volgende zin een vraag: your friends – feel like dancing?
A
Your friends do feel like dancing?
B
Do your friends feel like dancing?
C
Are your friends feel like dancing?
D
Does your friends feel like dancing?

Slide 47 - Quizvraag

Maak het antwoord compleet
Yes – crazy about dancing
A
Yes, they do crazy about dancing.
B
Yes, they does crazy about dancing.
C
yes they do, they are crazy about dancing.
D
yes they does, they are crazy about dancing.

Slide 48 - Quizvraag

Grammar 
Als je vragen stelt, gebruik je do / does + het hele werkwoord.
Do you know the time? 
Does he/she know the time?
Als het antwoord Yes of No is, komt do of does weer terug:  – Yes, I do - the time is... 
No, I don't - I don't have a watch 

Slide 49 - Tekstslide

Homework last week 
Naam 
All right online 
Test box 5
Test  expressions 5,4
Floris 
52
x
Thomas 
52
Dona, Daniël, Leticia, Florian, Teun, Sytze 
x
x
Daphne 
Kan niks zien 
x
Duuk , Xandee, Finn
Kan niks zien 
x
x
Tijn 
x
Isabella, Olivia, 
52
x
x
Lieke 
52, 53
x
x
Jorn 
x

Slide 50 - Tekstslide

52

Slide 51 - Tekstslide