Blok 4 H 3.3 en 3.4 Ontwikkeling stimuleren: denken

Blok 4 PDO les 2 en 3
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
PDOMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Blok 4 PDO les 2 en 3

Slide 1 - Tekstslide

Nodig bij de komende  lessen:

* Leer- en werkboek: Basisboek Didactiek, Communicatie en organisatie

* Telefoon om deel te nemen aan de quizvragen tijdens de les

* Eventueel pen en papier voor aantekeningen

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag behandelen?
- Terugblik op de vorige les
- Doelen van deze les
- 3.3 Rekenen+ 3.4 Wereldverkenning
- Huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Wat oefen je wanneer je een activiteit geeft in de zone van de naaste ontwikkeling?
A
Een activiteit die de leerlingen al kunnen.
B
Een activiteit die ze bijna zelfstandig kunnen, maar nog iets hulp nodig hebben in de vorm van instructie.
C
Een activiteit die te moeilijk voor ze is om zelfstandig te kunnen doen en frustratie opwekt.

Slide 4 - Quizvraag

Onder welke pedagogische interactie vaardigheid past het volgende voorbeeld:
Onderwijsassistent Sam ziet dat Yasmine zo trots als een pauw met een zwemdiploma de school binnen loopt. Hij loopt naar haar toe , klapt in zijn handen en zegt: 'Wauw! Wat zie ik daar in jouw handen?'

A
Ontwikkelings-stimulering
B
Autonomie respecteren
C
Structureren en grenzen stellen
D
Sensitieve responsiviteit

Slide 5 - Quizvraag

Van welke geletterdheid is sprake bij onderstaand voorbeeld:
Een kind snapt dat de letters in een boek samen een verhaal vormen.

A
Ontluikende geletterdheid
B
Beginnende geletterdheid

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Onder welke pedagogische interactie vaardigheid past het volgende voorbeeld:
Meester Dion moedigt de leerlingen, tijdens het omkleden van de gym, aan om zelf hun veters te strikken.
A
Positieve interacties tussen kinderen bevorderen
B
Autonomie respecteren
C
Structureren en grenzen stellen
D
Ontwikkelings-stimulering

Slide 9 - Quizvraag

                                            Doelen van deze les:
- Je weet dat kinderen vanaf 0 jaar al bezig zijn met hun rekenvaardigheden (3.3).
- Je weet dat in elke fase van de ontwikkeling een rekenkundige stap wordt gemaakt (3.3)
- Je kent de inhouden van de fases van Piaget: pre operationele fase, concreet operationele fase en de formeel operationele fase (3.3)
- Je kent de 5 invalshoeken van wereldoriëntatie (3.4)

Slide 10 - Tekstslide

In de vorige paragraaf (3.2) stond de taalontwikkeling centraal. 

In paragraaf 3.3 kijken we naar de rekenontwikkeling.

We beginnen met een vraag om je voorkennis te activeren:
3.3 Rekenen stimuleren

Slide 11 - Tekstslide

                         De rol van een onderwijsassistent:

- je ondersteunt bij de rekenlessen (zet materialen klaar,
loopt rond, kijkt met een leerling mee, helpt bij vragen, etc.)

- je werkt met een groepje leerlingen die extra rekenaandacht nodig hebben.

                        Vraag: wat is jouw rol tijdens de rekenles?
3.3 Rekenen stimuleren

Slide 12 - Tekstslide

Lees "spelenderwijs" op blz. 99. Wat kun jij, naast de rekenlessen, doen om de rekenvaardigheden van je leerlingen in jouw bpv groep te vergroten?

Slide 13 - Open vraag


We gaan zes fasen in de rekenontwikkeling bekijken in de leeftijd van 0 tot 21 jaar. 

Je vraagt je misschien af: waarom is het interessant om te weten wat de rekenontwikkeling van 0 tot 4 jaar inhoudt als je daar niet mee gaat werken? Wie heeft een idee?


3.3 Rekenen stimuleren

Slide 14 - Tekstslide


- Herkennen van verschillen (vader/moeder)

- Geef het één stuk speelgoed of een stuk of vier. Geen 10, want dan raakt het kind het overzicht kwijt. 

- Te veel is verwarrend.


3.3 Rekenen stimuleren
0 tot 2 jaar: één of veel

Slide 15 - Tekstslide

Kijkvraag: waarom is dit filmpje passend voor deze leeftijd?

3.3 Rekenen stimuleren
2 tot 4 jaar: meer, minder en evenveel

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht: lees de eerste alinea op blz. 101

- Ordenen 
- Vergelijken
- Rekenbegrippen
- Telrij

Opdracht: geef van bovenstaande 4 begrippen een voorbeeld van een korte activiteit die je bij een peutergroep zou doen. (4 min.)
3 studenten krijgen een beurt
Tip: bij twijfel, lees de tekst door.
3.3 Rekenen stimuleren
2 tot 4 jaar

Slide 17 - Tekstslide

Groepsopdracht
Jullie maken in 2- tallen opdracht 3 op blz. 59/60 in je werkboek "je kunt op me rekenen". 
Let op: in plaats van sommen mag je ook een andere opdracht bedenken, bv. iets dat je nu in je kleutergroep doet om de kinderen de cijfersymbolen te leren.
 Vervolgens ga je met 2 tweetallen bij elkaar zitten maken jullie opdracht 2 op blz. 60 "het nieuwe rekenen". 

Slide 18 - Tekstslide

- Hier begint de Pre-operationele fase van Piaget:
  Het kind probeert de wereld om zich heen te begrijpen door die te ordenen en te    benoemen.

- Moeite met aandacht richten op meer dan één ding.
We kijken het filmpje op de volgende dia.

Opdracht: kun je na het filmpje en met de theorie op blz. 102 de volgende begrippen in eigen woorden omschrijven? 
- Centratie
- Conservatie
- Context gebonden 

3.3 Rekenen stimuleren
4 tot 6 jaar: passen en meten
                    Kleuters

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Opdracht voor stage: doe deze test met een aantal kinderen in groep 1 t/m 4. Schrijf je bevinding

Slide 21 - Tekstslide

Overstap van pre-operationele fase naar de 
concreet operationele fase: het kind ziet logische verbanden, maar heeft nog wel behoefte aan concreet materiaal.

Vraag: wat is het verschil met het meisje in 
het vorige fragment?
Kinderen  in de concreet operationele fase begrijpen dat een laag en breed glas niet per se minder water bevat dan een smal en hoog glas.  
conservatie: het inzicht dat de hoeveelheid van een bepaalde stof niet verandert als er iets aan de vorm van de stof verandert.

3.3 Rekenen stimuleren
6 tot 9 jaar: zie jij wat ik zie?

Slide 22 - Tekstslide

Belangrijke taken voor onderwijsassistenten in deze fase zijn begeleiden bij en verlengde instructie geven op:
Getallen tot 100 leren
Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, klokkijken, geldrekenen, meten (van lengte, gewicht, maar ook bv temperatuur.
Maar ook:
Experimenteren met bv vergrootglas, microscoop, fotografie, perspectieven. Kun je uitleggen wat dat met rekenen te maken heeft?
 
3.3 Rekenen stimuleren
6 tot 9 jaar: zie jij wat ik zie?

Slide 23 - Tekstslide

Gecijferdheid:
Al die vaardigheden die je nodig hebt om om te gaan met rekenen in alledaagse situaties, bv. bus/treintijden opzoeken.

Ook in deze leeftijdsfase geef je kinderen verlengde instructie en begeleiding. Plusopgaven in de bovenbouw kunnen erg pittig zijn. Je moet dus zelf goed "boven de stof" staan.
3.3 Rekenen stimuleren
9 tot 12 jaar: dat geloof ik niet, ik zoek het even uit.

Slide 24 - Tekstslide

Formeel-operationele fase: het kind kan abstract redeneren.

- gebruik langetermijngeheugen
- gebruik van strategieën 
Volgens Piaget leert niet iedereen dit. 

Vraagstukken oplossen maar ook 
vooral stuk bewustwording (zie blz. 107)



3.3 Rekenen stimuleren
12 tot 21 jaar: omgaan met de werkelijkheid
Huiswerk: Start met de mindmap van H 3
en maak in je wb 3.3

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

3.4 Laat de wereld draaien
 3.4 Laat de wereld draaien

Slide 27 - Tekstslide

Om kinderen zo compleet mogelijk voor te bereiden op een zelfstandige plek in de wereld bekijk je samen met hen de wereld vanuit 5 invalshoeken:

1. Mens en maatschappij
2. Natuur
3. Techniek
4. Tijd
5. Ruimte
Vraag: wie heeft er een les gegeven die valt binnen één van deze invalshoeken? Vertel

3.4 Laat de wereld draaien

Slide 28 - Tekstslide

Aandacht voor duurzaamheid:

  • besef van klimaat, voedsel en grondstoffen
  • besef van gemeenschapszin, actieve wereldburgers


Vraag: wie heeft er een les gegeven die valt binnen één van deze invalshoeken? Vertel

3.4 Laat de wereld draaien

Slide 29 - Tekstslide

          Wat weet je nog van deze les? 
                               5 vragen

Slide 30 - Tekstslide

Wat kan een kind als het zich bevindt in de pre operationele fase?
A
Het kind ziet logische verbanden, maar heeft nog wel behoefte aan concreet materiaal.
B
Het kind probeert de wereld om zich heen te begrijpen door die te ordenen en te benoemen.
C
Het kind kan abstract redeneren

Slide 31 - Quizvraag

Wat kan een kind als het zich bevindt in de concreet operationele fase?
A
Het kind ziet logische verbanden, maar heeft nog wel behoefte aan concreet materiaal.
B
Het kind probeert de wereld om zich heen te begrijpen door die te ordenen en te benoemen.
C
Het kind kan abstract redeneren

Slide 32 - Quizvraag

Wat kan een kind als het zich bevindt in de formeel operationele fase?
A
Het kind ziet logische verbanden, maar heeft nog wel behoefte aan concreet materiaal.
B
Het kind probeert de wereld om zich heen te begrijpen door die te ordenen en te benoemen.
C
Het kind kan abstract redeneren

Slide 33 - Quizvraag

Een kind krijgt twee even grote stukken klei. Het ene stuk wordt uitgerold tot een groot vlak, de ander behoudt zijn vorm.
Het kind begrijpt nog niet dat de hoeveelheid klei hetzelfde blijft.

Van welk begrip is hier sprake?

A
centratie
B
conservatie

Slide 34 - Quizvraag

Wereldoriëntatie:
Onder welke invalshoek valt een les over verkeer?
A
Ruimte
B
Mens en maatschappij
C
Tijd
D
Techniek

Slide 35 - Quizvraag

Open vraag:
wat vond je van deze les? Wat vond je fijn en wat zou je graag anders zien?

Slide 36 - Open vraag

Huiswerk voor komende week/periode:

-maak de opdrachten van 3.3 en 3.4 in je werkboek. 
Zo oefen je de theorie van deze paragrafen in.

lees 4.1 en 4.2 van hetzelfde boek ter voorbereiding op de volgende les. 
Dan herkent je brein tijdens de les de informatie en verwerk je het beter.

                                                                      ~Succes~



Slide 37 - Tekstslide