Ensemble on lit les phrases-clés exercice 27C, page 74
Après tu fais exercice 27 D et E.
Fini? je maakt ex. 27 op een apart blaadje. Schrijf per personage (Clément, Riemke en Vincent) drie hele zinnen (dus 3x3 zinnen) waarin je vertelt
1) waar hij/zij woont
2) of hij/zij in een groot/klein dorp of een grote/kleine stad woont.
3) welke activiteit hij/zij doet.
Blaadje lever je bij mij in.