Les 2 26/27

Les 2 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- Heb niets van je ontvangen: wat spreken we hierover af?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- schrijven;.
- bij tijd over: spelling


1 / 76
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands

In deze les zitten 76 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 2 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- Heb niets van je ontvangen: wat spreken we hierover af?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- schrijven;.
- bij tijd over: spelling


Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk
- Hoe was het niveau van de tekst: moeilijk, makkelijk, te doen?

- Hoe wil je het huiswerk inleveren?

Slide 2 - Tekstslide

Werkwoordspelling

Bekende afbeelding -> pak 'm erbij

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord

Slide 7 - Tekstslide

Even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 8 - Tekstslide

Hij (pakken) iets uit de kast.

Slide 9 - Open vraag

Jij (rijden) veel te hard.

Slide 10 - Open vraag

Ik (geven) jou een cadeautje.

Slide 11 - Open vraag

Zij (vragen) de weg aan een voorbijganger.

Slide 12 - Open vraag

Zij (worden) morgen opgehaald van het vliegveld.

Slide 13 - Open vraag

Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.

Slide 14 - Open vraag

Tegenwoordige tijd

UITZONDERING:

Als er 'je' of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen

Slide 15 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld

Slaap je altijd met de gordijnen open?

Neem je meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?

Slide 16 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:

Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?

Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?

Slide 17 - Tekstslide

Weer even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 18 - Tekstslide

(vinden) je deze film ook zo spannend?

Slide 19 - Open vraag

(worden) je broer al moe van het lange wachten?

Slide 20 - Open vraag

(rijden) jij morgen met de auto naar het werk?

Slide 21 - Open vraag

(kneden) je oma het brooddeeg altijd met de hand?

Slide 22 - Open vraag

(melden) je zus zich altijd zo laat?

Slide 23 - Open vraag

(beantwoorden) jij die dringende
e-mail nog even?

Slide 24 - Open vraag

Van B1 naar B2
- langere en complexere teksten zelfstandig kunnen begrijpen;
- hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden;
- impliciete informatie en bedoeling van de schrijver weten te herkennen;
- nauwkeuriger en gevarieerder kunnen formuleren;
- grammaticale fouten grotendeels zelfstandig kunnen vermijden;
- spelling en interpunctie betrouwbaar toe kunnen passen;
- antwoorden kunnen onderbouwen en samenhangend formuleren.

Slide 25 - Tekstslide

Leesstrategie (geldt ook voor luisteren)
Kijk eerst naar de 5 BELANGRIJKE vragen (vraag je dit ALTIJD af):

- Waar gaat deze tekst over?
- Wat is de belangrijkste boodschap?
- Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
- Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?
- Wat moet ik afleiden?

Slide 26 - Tekstslide

Leestekst
De herwaardering van de deeleconomie: In de afgelopen tien jaar heeft de deeleconomie een enorme vlucht genomen. Wat begon als een idealistisch concept—waarbij burgers via digitale platformen spullen, auto’s of woningen met elkaar deelden om verspilling tegen te gaan—is inmiddels uitgegroeid tot een miljardenindustrie. Grote multinationals hebben de markt overgenomen, waardoor het oorspronkelijke, sociale karakter van het delen deels verloren is gegaan. Critici wijzen er bovendien op dat platformen zoals Uber en Airbnb in veel steden hebben geleid tot overlast en oneerlijke concurrentie met traditionele sectoren.

Slide 27 - Tekstslide

Leestekst
Ondanks deze schaduwzijden is er recentelijk een herwaardering van het oorspronkelijke idee merkbaar. Steeds meer lokale gemeenschappen richten kleinschalige, niet-commerciële initiatieven op. In plaats van winst te maken, streven deze buurtcoöperaties naar sociale cohesie en ecologische duurzaamheid. Het delen van gereedschap in een gezamenlijke buurtkeet of het gezamenlijk beheren van een elektrische deelauto zorgt er niet alleen voor dat bewoners geld besparen, maar versterkt ook de onderlinge banden in de wijk.

Slide 28 - Tekstslide

Leestekst
Sociologen spreken van een noodzakelijke correctie op de doorgeschoten commercialisering. Waar de grote techreuzen de nadruk leggen op transacties en efficiëntie, richten de lokale initiatieven zich juist op de menselijke maat. Het succes van deze nieuwe golf van deeleconomie hangt echter sterk af van de steun van lokale overheden. Zonder subsidies of soepelere regelgeving voor burgerinitiatieven is het voor dit soort kleinschalige projecten lastig om op de lange termijn te overleven en te concurreren met het gratis of spotgoedkope aanbod van commerciële giganten.

Slide 29 - Tekstslide

Begrijp je de tekst?


Wat is het belangrijkste onderwerp?



Slide 30 - Tekstslide

Het belangrijkste onderdeel van deze tekst



 Is de verschuiving (de herwaardering) binnen de deeleconomie van grootschalige commercialisering naar kleinschalige, sociale buurtinitiatieven.


Slide 31 - Tekstslide

kernboodschap?


Wat is de kernboodschap van deze tekst?

Slide 32 - Tekstslide

Kernboodschappen
De tekst draait om de kernboodschap dat de deeleconomie na een periode van extreme commercialisering door techreuzen nu een noodzakelijke correctie ondergaat, waarbij de focus teruggaat naar de menselijke maat, duurzaamheid en sociale cohesie.

Slide 33 - Tekstslide

Opbouw tekst
De tekst is opgebouwd rondom drie dragende sub-onderdelen die deze kernboodschap ondersteunen:

Het probleem: De deeleconomie werd overgenomen door multinationals, waardoor het sociale karakter verdween en er overlast ontstond.

De verandering: Burgers grijpen zelf in door niet-commerciële buurtcoöperaties op te richten die gericht zijn op onderlinge banden en het milieu.

De voorwaarde: Deze nieuwe, positieve beweging kan op de lange termijn alleen overleven als lokale overheden dit steunen met subsidies en soepelere regels.

Slide 34 - Tekstslide

Welke verandering in de deeleconomie wordt in de eerste alinea beschreven?
A
Het aantal gebruikers is de afgelopen tien jaar drastisch afgenomen door strenge regelgeving.
B
Het is veranderd van een idealistisch burgerinitiatief in een winstgevende, grootschalige industrie.
C
Het heeft ervoor gezorgd dat traditionele sectoren volledig zijn verdwenen uit grote steden.
D
Grote multinationals hebben het sociale en idealistische karakter van het concept juist versterkt.

Slide 35 - Quizvraag

Waarom B?
 In de eerste alinea staat dat het begon als een "idealistisch concept" maar is uitgegroeid tot een "miljardenindustrie" waarbij multinationals de markt hebben overgenomen.

Slide 36 - Tekstslide

Wat is, op basis van de tweede alinea, het verschil in doelstelling tussen de grote multinationals en de lokale buurtcoöperaties binnen de deeleconomie?

Slide 37 - Open vraag

Wat is volgens de tweede alinea het belangrijkste doel van de nieuwe buurtcoöperaties?
A
Het maken van zoveel mogelijk winst om de lokale economie te stimuleren.
B
Het beconcurreren van grote techreuzen zoals Uber en Airbnb op de internationale markt.
C
Het bevorderen van de buurtbanden en het beschermen van het milieu.
D
Het gratis weggeven van gereedschap en elektrische auto's aan minderbedeelden.

Slide 38 - Quizvraag

Waarom C?
De tekst vermeldt dat buurtcoöperaties streven naar "sociale cohesie" (buurtbanden) en "ecologische duurzaamheid" (milieu).

Slide 39 - Tekstslide

Waarom is de steun van lokale overheden volgens de tekst essentieel voor het slagen van kleinschalige burgerinitiatieven?

Slide 40 - Open vraag

Wat is volgens de auteur cruciaal voor het voortbestaan van lokale deelprojecten?
A
Het verhogen van de prijzen van hun diensten om onafhankelijk te worden.
B
Hulp en faciliteiten vanuit de plaatselijke overheid, zoals subsidies.
C
Het volledig negeren van de concurrentie van commerciële giganten.
D
Het uitbreiden van hun projecten naar andere steden en landen.

Slide 41 - Quizvraag

Waarom B?
In de laatste zinnen wordt uitgelegd dat het succes sterk afhangt van de steun van lokale overheden en dat ze zonder subsidies of soepelere regelgeving moeilijk kunnen overleven.

Slide 42 - Tekstslide

Schrijven

We gaan nu een korte schrijfopdracht doen

Slide 43 - Tekstslide

Schrijfopdracht
Situatie
Jouw leidinggevende overweegt om binnen het bedrijf een ‘deelpool’ in te voeren: werknemers die af en toe een auto of laptop nodig hebben, krijgen geen vast exemplaar meer, maar moeten deze via een digitaal reserveringssysteem delen met collega’s.
De directie vraagt personeelsleden om in een kort memo hun mening te geven.

Slide 44 - Tekstslide

Schrijfopdracht
Schrijf een kort en krachtig bericht (in de vorm van een memo) aan je leidinggevende van 60 tot 80 woorden.
Zorg dat je de volgende punten verwerkt:
- Jouw standpunt: Ben je voor- of tegenstander van dit deelplan?
- Eén voordeel: Welk positief effect heeft dit volgens jou op de werkvloer of het bedrijf?
-Eén voorwaarde/zorg: Welke duidelijke afspraak of regel is volgens jou noodzakelijk om conflicten tussen collega's te voorkomen?

Slide 45 - Tekstslide

Schrijfopdracht


Schrijf een memo 
Je mag hier 10 to 15 minuten over doen.

Slide 46 - Tekstslide

Memo
Wat is een memo en hoe schrijf je die?
Een memo is een kort, zakelijk bericht binnen een bedrijf. 
Denk aan een interne e-mail waarin je snel een voorstel doet of je mening geeft aan je baas of collega's. Het moet superoverzichtelijk zijn, want je baas heeft weinig tijd.

Slide 47 - Tekstslide

Memo vaste start
- Je begint een memo nooit met *'Beste...' *of 'Geachte...'. 
- Je begint direct linksboven met dit vaste blokje:
Aan: [Naam of functie van je baas/collega]
Van: [Jouw naam of functie]
Datum: [De datum van vandaag]
Betreft: [Het onderwerp in een paar woorden]

Slide 48 - Tekstslide

Memo de opbouw
Kom meteen ter zake
- Alinea 1 (De start): Vertel in twee zinnen waarom je dit schrijft. ("U vroeg om mijn mening over het nieuwe deelplan. Hieronder vindt u mijn reactie.")

Alinea 2 (De inhoud): Geef je argumenten of voorwaarden. Gebruik gerust bulletpoints (•), dat leest lekker snel voor je baas
.Alinea 3 (De conclusie): Sluit af met een korte samenvatting of advies. ("Kortom, het plan is prima, mits we goede afspraken maken.")

Slide 49 - Tekstslide

Memo (B2) valkuil
Onder een memo zet je 

- GEEN 'Met vriendelijke groet' en 
- GEEN handtekening. 
- Je stopt direct na je laatste zin. Wie de afzender is, staat immers al bovenaan bij 'Van'!"

Slide 50 - Tekstslide

Spelling
Een van de belangrijkste en meest gemaakte fouten (buiten de werkwoorden) op B2-niveau is het aan elkaar schrijven van woorden (onjuist spatiegebruik) en het gebruik van de tussen-n.

Slide 51 - Tekstslide

Samengestelde woorden

En het is helemaal NIET moeilijk!!

Slide 52 - Tekstslide

Basisregel
In het Nederlands plakken we woorden aan elkaar 
Verwarrend: In het Engels schrijf je deze woorden vaak los.
 
 Het is NIET: kantoor baan, taal cursus, deel auto.

 Als je er één plaatje van kunt maken in je hoofd, is het één woord.
Juist is: kantoorbaan, taalcursus, deelauto.

Slide 53 - Tekstslide

Even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 54 - Tekstslide

taal en examen

Slide 55 - Open vraag

milieu en organisatie

Slide 56 - Open vraag

De 'Tussen-n' Regel: Kip of Ei?
Wanneer schrijf je nou een -n in het midden van een samengesteld woord? 
(Bijvoorbeeld: keuzestress of keuzenstress?)

Stap 1: Kijk naar het eerste woorddeel (bijv. keuze).

Stap 2: Heeft dit woord een meervoud dat alleen op -en eindigt?

Slide 57 - Tekstslide

De 'Tussen-n' Regel: Kip of Ei?
 Heeft het woord méérdere meervouden (zoals keuzes én keuzen)? 

Dan krijgt het geen n. -> Dus: keuzestress.

Heeft het woord maar één meervoud dat eindigt op -en (zoals boeken, pannen)? 
Dan krijgt het wél een n.

Ezelsbruggetje: Denk aan de Kip en het Ei.
Een kip heeft maar één meervoud (kippen op -en) → kippensoep.
Een ei heeft twee meervouden (eieren en eiers) → eiersalade (geen -n).

Slide 58 - Tekstslide

Even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 59 - Tekstslide

milieu en organisatie

Slide 60 - Open vraag

bes en sap

Slide 61 - Open vraag

horloge en band

Slide 62 - Open vraag

groente en sap

Slide 63 - Open vraag

zon en straal

Slide 64 - Open vraag

maan en schijn

Slide 65 - Open vraag

Wel of geen tussn -?
Wanneer schrijf je nou een -n in het midden van een samengesteld woord? 
(Bijvoorbeeld: keuzestress of keuzenstress?)

Stap 1: Kijk naar het eerste woorddeel (bijv. keuze).

Stap 2: Heeft dit woord een meervoud dat alleen op -en eindigt?

Slide 66 - Tekstslide

Wel of geen tussn -?
Wanneer een verbindingsstreepje?
Indien woorden gecombineerd worden 
- met een losse letter, 
- cijfer of afkorting
- klinkerbotsing
In het Nederlands gebruiken we in dat geval altijd een verbindingsstreepje (koppelteken).

Slide 67 - Tekstslide

Wel of geen tussn -?
Wanneer een verbindingsstreepje?

- met een losse letter -> e-mailadres
- cijfer of afkorting -> B2-examen of tv-programma
- klinkerbotsing -> auto-ongeluk
In het Nederlands gebruiken we in dat geval altijd een verbindingsstreepje (koppelteken).

Slide 68 - Tekstslide

Nog even oefenen


Maak de volgende oefeningen

Slide 69 - Tekstslide

pdf en bestand

Slide 70 - Open vraag

bureau en agenda

Slide 71 - Open vraag

café en eigenaar

Slide 72 - Open vraag

studie en schuld

Slide 73 - Open vraag

Hoe gaan we aan de slag?
- Elke week een uur online les
- We zullen veel met Nieuwsbegrip gaan werken aangezien daar veel maatschappelijke onderwerpen worden behandeld. Het B2 examen werkt daar ook veel mee.
- Zou jij zelf nog met iets anders willen werken? Bijvoorbeeld met een mooi boek?

Slide 74 - Tekstslide

Foutenboek
Begin een persoonlijk B2-foutenboek.
Daarin komt steeds: 
fout → verbetering → regel → eigen voorbeeldzin

Slide 75 - Tekstslide

Huiswerk
Nieuwsbegrip:
Tekst en opdrachten bij "Brand je niet aan fabels!";
Geef aan of je dit tekstniveau 'lastig' vindt;
Zoek 5 woorden die je niet begrijpt op in een woordenboek.

Slide 76 - Tekstslide