3H BME Spelling les 4

Welkom bij Nederlands


Leg klaar: lesboek, gemaakt huiswerk (schrift open dus) en pen

HW: spelling blok 3: opdracht 1, 2 en 4 + nakijken huiswerk
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands


Leg klaar: lesboek, gemaakt huiswerk (schrift open dus) en pen

HW: spelling blok 3: opdracht 1, 2 en 4 + nakijken huiswerk

Slide 1 - Tekstslide

Programma
Instructie spelling
15 minuten
Zelfstandig werken
20 minuten
Vooruitblik recensie
5 minuten
Afsluiten
1 minuut

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les kun je de regels voor het aaneen schrijven van woorden juist toepassen.

Aan het einde van deze les kun je de tussenletters in samenstellingen op de juiste wijze gebruiken

Slide 3 - Tekstslide

Wat is een samenstelling?

Slide 4 - Tekstslide

Wat is lang?
Lange afstandsloper
langeafstandsloper

Slide 5 - Tekstslide

Wat is hoog?
Hoge snelheidstrein
hogesnelheidstrein

Slide 6 - Tekstslide

Samenstellingen
Een woord dat gemaakt is uit twee of meer woorden.

Het is één woord, geen spaties.

Gebruik een koppelteken als er een uitspraakprobleem ontstaat, bijvoorbeeld: auto-ongeluk

Slide 7 - Tekstslide

Samenstellingen
Voorbeelden met 2 woorden: 
boeken+kast = boekenkast
tuin+bank = tuinbank 
laptop+tas = laptoptas
vruchten+taart = vruchtentaart

Voorbeelden met meer dan 2 woorden: 
wind+molen+monteur = windmolenmonteur

Slide 8 - Tekstslide

Samenstellingen
Het laatste woord is het belangrijkste woord.
Het eerst woord zegt iets over het laatste woord.

vruchtentaart = een taart die uit vruchten bestaat.
laptoptas = een tas die voor een laptop bestemd is. 
tuinhuis = een huis voor in de tuin.

We pakken daarom ook altijd het lidwoord van het laatste woord.
de tuin + het huis = het tuinhuis


Slide 9 - Tekstslide


Tussenletters 
in 
samenstellingen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Tussenletters -en-

kort samengevat


Het eerste woord heeft altijd een meervoud op -en.


Bijvoorbeeld:

krantenbezorger - kippensoep - rozengeur

Slide 13 - Tekstslide

Tussenletter -e-

kort samengevat


Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is.

Het eerste woord heeft een versterkende betekenis.

Het eerste woord heeft meervoud op -en én op -s.


Bijvoorbeeld:

Koninginnedag - apetrots- secondewijzer

Slide 14 - Tekstslide

Tussenletter -s-

kort samengevat


De tussenletter -s- kun je meestal horen.

Begint het tweede woord ook met een s- of s-klank, vervang dan het tweede woord om de tussenletter -s- te horen.


Bijvoorbeeld:

meningsverschil - varkensstal / varkensvlees

Slide 15 - Tekstslide

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
breedtegraad
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 16 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
zonnebril
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 17 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
dieptepunt
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 18 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
beresterk
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 19 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
reuzegroot
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 20 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
weidevogel
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 21 - Quizvraag

Zelfstandig werken = dinsdag af
  • Spelling blok 4: opdracht 1, 3, 4 en 5 + lezen gele blok blz 164
  • In stilte!
  • Vragen? Steek je hand op
  • Klaar? Lezen of werk aan je recensie
timer
20:00

Slide 22 - Tekstslide

Lesdoelen behaald?
Aan het einde van de les kun je de regels voor het aaneen schrijven van woorden juist toepassen.

Aan het einde van deze les kun je de tussenletters in samenstellingen op de juiste wijze gebruiken

Slide 23 - Tekstslide

Vooruitblik!
Vandaag: filmrecensie inleveren uiterlijk 17:00 uur
Morgen 17/10: huiswerk spelling + leesboek mee
Woensdag: géén huiswerk, in de les alles herhalen

Slide 24 - Tekstslide