NT2 aanwijzende voornaamwoorden (les 16 basisgramm)

aanwijzend voornaamwoord

                                    hier               daar

de- woord:            deze             die

het-woord:            dit                  dat

meervoud:             deze              die

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsBasisschoolGroep 2Leerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

aanwijzend voornaamwoord

                                    hier               daar

de- woord:            deze             die

het-woord:            dit                  dat

meervoud:             deze              die

Slide 1 - Tekstslide

hier:
Van wie is ..... boek?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 2 - Quizvraag

daar:
.... man loopt erg hard
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 3 - Quizvraag

hier:
Van wie is ..... tas?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 4 - Quizvraag

hier:
Waar moet ik .... boek leggen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 5 - Quizvraag

daar:
Waar gaat .... meisje heen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 6 - Quizvraag

daar:
Wie kent .... jongen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 7 - Quizvraag

hier:
.... hond is lief
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 8 - Quizvraag

hier:
.... potlood moet geslepen worden
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 9 - Quizvraag

daar:
jij maakt .... toets
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 10 - Quizvraag

daar:
Waar is .... leuke winkeltje?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 11 - Quizvraag

daar:
Wie zijn .... jongens?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 12 - Quizvraag

hier:
Waar komen .... meisjes vandaan?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 13 - Quizvraag

hier:
Leg jij .... lepels in de la?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 14 - Quizvraag