4. Het christendom

Het Romeinse Rijk



4. Het christendom

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Introductie

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe het christendom ontstond en waarom dit een belangrijke godsdienst werd.

Onderdelen in deze les

Het Romeinse Rijk



4. Het christendom

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Wat weet jij eigenlijk van het christendom?

Leerdoel


Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe het christendom ontstond en waarom dit een belangrijke godsdienst werd.


Jezus van Nazareth



  • Jezus is een Joodse man die rondreist in de streek Palestina en vertelt dat God goede mensen beloont en slechte mensen straft.

  • Jezus krijgt veel aanhangers. 

  • De Romeinen vinden hem daarom gevaarlijk. Ze nemen hem gevangen en kruisigen hem, de straf voor een opstandige slaaf.


Heeft Jezus echt bestaan?



  • Historici vermoeden van wel, hoewel er over het leven van Jezus geen (geschreven) bronnen zijn. 

  • Ook de Romeinen hebben niets opgeschreven over deze persoon. 

  • Alles wat wij van hem weten is (ongeveer 50 jaar) later opgeschreven, bijvoorbeeld in de Bijbel (Nieuwe Testament).


Christenen


  • De volgelingen van Jezus noemen zichzelf christenen

  • Deze naam komt van Christus, dat 'gezalfde' betekent.  

  • Jezus wordt door zijn volgelingen zo genoemd. 

  • Zij geloven in de woorden die Jezus (via zijn leerlingen) aan hen heeft gegeven: 'Iedereen is gelijk voor God en voor ieder goed mens is er een plek in de hemel'.


Christenen in het Romeinse Rijk



  • Het Christendom verspreidt zich snel in het Romeinse Rijk. 

  • De goede wegen en de aantrekkingskracht van het geloof (gelijkheid in de hemel, mysterieus en interessant) zorgen ervoor dat veel mensen christen worden.


Christenvervolging



  • Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 

  • Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, en dat is niet de Romeinse keizer!


  • De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...




Rond het jaar 100 schreef de Romeinse 

historicus Tacitus:

‘In 64 was er een grote brand: de helft van Rome 

brandde af.  Al gauw werd verteld dat keizer Nero 

de brand had laten aansteken, omdat hij ruimte nodig 

had voor een nieuw paleis. Daarom gaf Nero de 

christenen de schuld. Hij liet hen zwaar straffen.

Zo kregen zij beestenvellen aangetrokken om door 

wilde honden verscheurd te worden, of ze werden 

gekruisigd, of ze werden door vuur gedood: aan het 

eind van de dag werden ze aangestoken om te dienen 

als straatverlichting.’


Constantijn de Grote



  • Christenen zijn ruim 3 eeuwen vervolgd in het Romeinse Rijk. 

  • Door Constantijn de Grote komt daar een einde aan:  kort voor een veldslag zou hij in een visioen een teken hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de god van de christenen hem de zege belooft. 

  • Hij won de veldslag en werd christen...





  • ...vermoedelijk was de werkelijkheid iets anders: er braken steeds meer rellen uit tussen christenen en Romeinen. 


  • Constantijn bedacht de oplossing: godsdienstvrijheid voor de christenen. 

  • Hij werd zelf pas christen vlak vóór zijn dood.


Staatsgodsdienst


  • In 380 gebeurt er iets bijzonders: keizer Theodosius verplicht iedereen om christen te worden. 

  • Het christendom wordt staatsgodsdienst en alle andere godsdiensten worden verboden. 

  • Iedereen die niet christen is wordt vervolgd en hij verbiedt de Olympische Spelen, omdat ze niet christelijk zijn.

Hoe komt het dat vooral arme mensen christen werden?

A

De christenen zorgden ervoor dat arme mensen omgekocht werden. Als zij christen zouden worden, kregen ze een groot geldbedrag.

B

Rijke mensen hadden een betere opleiding gehad. Daarom geloofden ze de dingen die de christenen vertelden, niet zo makkelijk.

C

Christenen hielpen elkaar. Als er één ziek werd of in de problemen kwam, hielpen de anderen hem.

D

Christenen geloven dat je in de hemel komt als je goed geleefd hebt. Arme mensen hadden een zwaar leven. Zij vonden het fijn dat er na de dood een prettiger leven zou komen.

Welke gebeurtenis is het langst geleden?

A

Het christendom is staatsgodsdienst.

B

Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.

C

De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.

D

Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Welke gebeurtenis is het minst lang geleden?

A

Het christendom is staatsgodsdienst.

B

Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.

C

De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.

D

Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Vanaf het jaar 312 mochten christenen niet meer vervolgd worden. Maar ook vóór die tijd groeide het christendom snel: steeds meer mensen werden christen. Geef daar drie redenen voor.

Begrippen uit deze les


  • polytheïsme

  • monotheïsme

  • christendom

  • Christus/Messias

  • catacomben

  • vervolgen

  • staatsgodsdienst

Personen uit deze les


  • Jezus van Nazareth

  • Nero

  • Constantijn de Grote

  • Theodosius I de Grote

Jaartallen uit deze les


  • 63 v. Chr.: Romeinen veroveren de streek Palastina

  • 30 n. Chr. Jezus wordt door de Romeinen gekruisigd

  • 312: Constantijn de Grote staat het christendom toe

  • 380: het christendom wordt staatsgodsdienst onder Theodosius

Schrijf 3 dingen op die je

deze les hebt geleerd

Stel 1 vraag over iets dat je deze les

nog niet zo goed hebt begrepen