Voortgangs toets i38A

Voortgangs toets i38A
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
SalesMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Voortgangs toets i38A

Slide 1 - Tekstslide

In welke fase van de verkoopcyclus weerleg je de argumenten van de klant?
A
Transformatiefase
B
Afsluitfase
C
Relatiefase

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van de passieve verkoopmethode
A
Het verhuisbedrijf wacht tot de klant belt die wil verhuizen
B
De loodgieter doet een e-mail campagne
C
De bakker stuurt flyers met een kortingscode naar potentiele klanten

Slide 3 - Quizvraag

Welke functie heb je als je vooral nieuwe klanten aan het werven bent
A
Accountmanager
B
Key Accountmanager
C
Salesmanager

Slide 4 - Quizvraag

Een product begint voor de klant gratis, maar als je een betere versie wilt dan moet je betalen. Hoe heet dit verdienmodel
A
Advertentiemodel
B
Transactiemodel
C
Instap/freemiummodel

Slide 5 - Quizvraag

Waar staat KVVK voor
A
Koninklijke Voetbal Volleybal Kamer
B
Kennis Voorstel Verkoop Klachtafhandeling
C
Kenmerk Verschil Voordeel Bewijs

Slide 6 - Quizvraag

Wat wordt bij de DAS typelogie bestudeert?
A
Hoe je omgaat met Duitse Oostenrijkse en Zwitserse klanten
B
Hoe je omgaat met Dominante Afstandelijke en Sociale klanten
C
Hoe je Doorvraagt Aanbod doet en Samenvat

Slide 7 - Quizvraag

Wat doet een dropshipping webwinkel
A
plaats producten van producent op website heeft geen voorraad
B
brengt c to c consumenten met elkaar in contact
C
heeft eigenproducten vervoert slaat op en verkoopt

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een C2C marktplaats
A
Bol.com
B
2ehands.be
C
Amazon.com

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een EVA
A
Exclusief Verkoop Aanbod
B
Exclusief Verkoop Argument
C
Unieke reden waarom een klant iets koopt

Slide 10 - Quizvraag

Bij welke producten uit het inkoopmodel van Kraljic is het toeleveringsrisico hoog en de invloed op de winst laag van de inkoper
A
Strategische producten
B
Hefboomproducten
C
Knelpuntproducten

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een hefboomproduct
A
Duur CRM systeem
B
Speciale maar goedekope dop van een flesje
C
Een belangrijk onderdeel van jouw product bv melk bij kaas

Slide 12 - Quizvraag

In welke fase van het salesgesprek zorg je dat het aanbod zo goed mogelijk aansluit bij de wensen vd klant
A
Transformatiefase
B
Afsluitfase
C
Relatiefase

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de betekenis van de D in het AIDA model
A
Description
B
Desire
C
Decline

Slide 14 - Quizvraag

Welke stap volgt na ergumentatie in het VOCATIO model
A
Tegenwerpingen
B
Tegenstellingen
C
Tegemoetkomingen

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een influencer binnen de DMU
A
Beinvloeder van het inkoopproces dmv technische knowhow
B
Beinvloeder van het inkoopproces dmv leveranciers knowhow
C
Beinvloeder van het inkoopproces dmv informatiestroom

Slide 16 - Quizvraag

Een klant wil 5 laptops kopen voor zijn bedrijf de verkoper verkoopt er uiteindelijk 10 van hetzelfde type
A
Cross-Selling
B
Deep-Selling
C
Up-Selling

Slide 17 - Quizvraag

Waar staat ZBMO voor
A
Zender Boodschap Medium Ontvanger
B
Zelfstandig Boodschap Middel Ontvanger
C
Zender Boodschap Middel Ontvanger

Slide 18 - Quizvraag

Een potentiele klant heeft gereageerd op een een direct marketing actie in welke fase van de sales funnel zit hij
A
Suspect
B
Lead
C
Prospect

Slide 19 - Quizvraag

3 halen 2 betalen is een voorbeeld van
A
Cross-Selling
B
Deep-Selling
C
Up-Selling

Slide 20 - Quizvraag

Wat doe je bij coderen
A
Je zet jouw gedachten of gevoelens om in een boodschap
B
Je ontcijfert de boodschap van de ander
C
Je begrijpt de ander niet goed

Slide 21 - Quizvraag

Wat is de betekenis van een klant die zijn armen gekruist heeft?
A
Niet geïnteresseerd
B
Gestrest of ongeduldig
C
Afstand

Slide 22 - Quizvraag

Wat is het doel van spiegelen?
A
Bij de ander op dezelfde golflengte te komen of te blijven
B
Ervoor zorgen dat de ander zijn lichaamstaal aanpast
C
Bij ander weerstand weerleggen

Slide 23 - Quizvraag

een verkoper past de trechtertechniek toe welke vragen stelt hij aan het begin van het gesprek
A
Detailvragen
B
Keuzevragen
C
Open vrageb

Slide 24 - Quizvraag

Waarvan is onderstaande vraag een voorbeeld? "Weet u wel zeker dat dit de oorzaak van het probleem is?"
A
Contrastvraag
B
Reflecterende vraag
C
Dubbelzinnioge vraag

Slide 25 - Quizvraag