Plan van aanpak


Plan van aanpak


Probleem | Oplossing | Uitvoeren

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 135 min

Onderdelen in deze les


Plan van aanpak


Probleem | Oplossing | Uitvoeren


Doel van de les

  • Plan van aanpak opstellen en waarom dit zo belangrijk is?

  • Samenwerking in een groep

  • Rollen en taken verdelen

  • Nadenken over een probleem

  • Out of the box denken

Wat weet je over een plan van aanpak?

En waarom is dit zo belangrijk?


Plan van aanpak

Plan van aanpak:

Een plan van aanpak helpt je om een probleem stap voor stap op te lossen.



Waarom belangrijk:

Je weet precies wat je gaat doen, wie verantwoordelijk is en wanneer het klaar moet zijn.


Opbouw

1. Probleemstelling

Beschrijf het probleem.


Vraag jezelf: Waarom is dit belangrijk?

Voorbeeld: “Na elke pauze ligt er veel afval op het schoolplein. Dit is slecht voor het milieu.”


2. Doelstelling

Wat wil je bereiken?


Tip: Formuleer het SMART als dat lukt.

Voorbeeld: “Binnen één maand wil ik dat het schoolplein 50% minder afval bevat.”



SMART

Voorbeeld SMART-doelstelling:
"Binnen 4 weken zorgt de school dat het afval op het schoolplein na elke pauze met minstens 50% verminderd wordt, door het plaatsen van extra afvalbakken en het organiseren van een wekelijkse opruimronde, zodat het milieu wordt beschermd en leerlingen bewuster omgaan met afval.“






S (Specifiek): Het doel richt zich op het verminderen van afval op het schoolplein na elke pauze.


M (Meetbaar): Vermindering van minstens 50% afval kan gemeten worden door bijvoorbeeld het wegen van afval vóór en na de acties.


A (Acceptabel/haalbaar): Het doel is haalbaar door extra afvalbakken te plaatsen en een opruimronde te organiseren.


R (Realistisch/Relevant): Het draagt bij aan een schone school en milieubewust gedrag van leerlingen, dus het is relevant.


T (Tijdgebonden): Het doel moet bereikt worden binnen 4 weken.


SMART

Formuleer nu zelf een SMART doelstelling op de volgende doelstelling


Probleemstelling 1:
"Tijdens de lessen spelen leerlingen vaak in de gangen of trappenhuis, waardoor het lawaaierig is en sommige leerlingen zich niet goed kunnen concentreren."





Formuleer nu zelf een SMART doelstelling op de volgende probleemstelling


Probleemstelling 1:
"Tijdens de lessen spelen leerlingen vaak in de gangen of trappenhuis, waardoor het lawaaierig is en sommige leerlingen zich niet goed kunnen concentreren."


SMART

Probleemstelling 1 – lawaai in gangen/trappenhuis

Voorbeeld 1:
"Binnen 4 weken blijft het geluidsniveau in de gangen tijdens de lessen met minstens 30% lager, door duidelijke afspraken op te stellen over waar gespeeld mag worden en door leerlingen te wijzen op rustige zones."

S: Geluidsniveau in de gangen tijdens lessen.

M: Met minstens 30% lager (meetbaar via decibelmeter of observatie).

A: Door afspraken en aanwijzingen van rustige zones.

R: Zorgt voor betere concentratie van leerlingen.

T: Binnen 4 weken.







SMART

Probleemstelling 1 – lawaai in gangen/trappenhuis

Voorbeeld 2:
"Aan het einde van de maand spelen leerlingen alleen in de speelzaal of buiten tijdens de lessen, zodat het trappenhuis en de gangen rustig blijven en iedereen zich kan concentreren.“

S: Rust in trappenhuis/gangen tijdens lessen.

M: Observatie: niemand speelt in de gangen.

A: Door speelruimte buiten/zaal duidelijk aan te geven.

R: Helpt concentratie en veiligheid.

T: Aan het einde van de maand.







SMART

Formuleer nu zelf een SMART doelstelling op de volgende doelstelling


Probleemstelling 2:
"Veel leerlingen komen te laat aan in de eerste les na de pauze. Hierdoor missen ze instructie en stoort het de les."






Formuleer nu zelf een SMART doelstelling op de volgende doelstelling


Probleemstelling 2:
"Veel leerlingen komen te laat aan in de eerste les na de pauze. Hierdoor missen ze instructie en stoort het de les."


SMART

Probleemstelling 2 – te laat komen na pauze

Voorbeeld 1:
"Binnen 3 weken komt 90% van de leerlingen op tijd in de eerste les na de pauze, door een visuele klok in het lokaal en korte herinneringen aan het einde van de pauze.“

S: Op tijd komen na pauze.

M: 90% van de leerlingen.

A: Met klok en herinnering.

R: Zorgt dat leerlingen niets missen en de les beter verloopt.

T: Binnen 3 weken.







SMART

Probleemstelling 2 – te laat komen na pauze

Voorbeeld 2:
"Aan het einde van de maand starten alle eerste lessen na de pauze op tijd, doordat de docent een startritueel van 2 minuten introduceert en leerlingen belonen voor punctualiteit.“

S: Eerste les start op tijd.

M: Start op tijd voor alle lessen.

A: Door startritueel en beloningssysteem.

R: Helpt structuur en concentratie in de les.

T: Aan het einde van de maand.







Opbouw

3. Oplossingen / Ideeën

Brainstormen superbelangrijk, eerst zoveel mogelijk ideeën te bedenken voordat je beslissing gaat maken.


Bedenk minstens 3 oplossingen en kies daarna pas de beste oplossing.

Voorbeeld:

  1. Meer afvalbakken plaatsen

  2. Opruimrondes organiseren

  3. Posters ophangen





Opbouw

4. Aanpak / Stappenplan

Wat er moet gebeuren en in welke volgorde.

Belangrijk dat er logische volgorde van acties is om tot de oplossing te komen.


Kenmerk: Gericht op inhoud en processtappen, niet op wie wat doet of wanneer iets af moet zijn. Dat komt in de taakverdeling


Voorbeeld: “Eerst ontwerp maken → materialen verzamelen → prototype bouwen → testen → evalueren.”





Opbouw

5. Planning

Wanneer stel je als groep deadlines?

Tip: Gebruik een eenvoudige tabel.


Voorbeeld: Stap | Week | Wie

------ | ------ |-----

Afvalbakken plaatsen | Week 1 | Leerlingen A

Opruimrondes starten | Week 2 | Leerlingen B

Posters ophangen | Week 2 | Leerlingen C




Opbouw

6. Middelen / Benodigdheden

Wat heb je nodig om het plan uit te voeren?

Voorbeelden: afvalbakken, vuilniszakken, posters, stiften, vrijwilligers


7. Taakverdeling

Wie doet wat?


Voorbeeld:

Leerling 1: Posters ontwerpen

Leerling 2: Afvalbakken tellen, bestellen en daarna plaatsen met zak

Leerling 3: Opruimrondes coördineren met leerlingen





Opbouw

8. Evaluatie

Hoe weet je dat het plan geslaagd is?


Voorbeeld: “Na één maand bekijken we of er 50% minder afval ligt op het schoolplein.”

Tip: Meetbare doelen in stap 2 zijn daardoor juist belangrijk!


Opbouw

9. Klaar om te starten!

Sluit af met een motiverende en stimulerende slogan om jullie plan daadwerkelijk tot uitvoering te brengen!


Voorbeeld:

“Kleine actie, groot effect.”

“Laat het schoolplein schoon, begin bij jezelf!”

“Teamwork maakt dromen waar.”

Tip: link de slogan aan jullie probleemstelling



Plan van aanpak


Probleem | Oplossing | Uitvoeren


Opdracht

Kies uit de volgende probleemstellingen er één en schrijf een plan van aanpak hierop



Opdracht

Kies uit één van de probleemstellingen


Plasticvrij strand Scheveningen


Afvalscheiding op school


Samenwerking met basisschool


Veiligheid in de aula






Gezonde keuzes in de kantine


Veilig oversteken bij school


Duurzaam schoolfeest organiseren


Waterbesparing op school





Opdracht

Schrijf een plan van aanpak volgens stappenplan:

  1. Probleemstelling

  2. Doelstelling

  3. Oplossingen/Ideeën

  4. Aanpak/Stappenplan

  5. Planning

  6. Middelen/Benodigdheden

  7. Taakverdeling

  8. Evaluatie

  9. Klaar om te starten



Met TIMER




1

minute

00

second

S (Specifiek): Het doel richt zich op het verminderen van afval op het schoolplein na elke pauze.


M (Meetbaar): Vermindering van minstens 50% afval kan gemeten worden door bijvoorbeeld het wegen van afval vóór en na de acties.


A (Acceptabel/haalbaar): Het doel is haalbaar door extra afvalbakken te plaatsen en een opruimronde te organiseren.


R (Realistisch/Relevant): Het draagt bij aan een schone school en milieubewust gedrag van leerlingen, dus het is relevant.


T (Tijdgebonden): Het doel moet bereikt worden binnen 4 weken.

Formuleer hier jullie doelstelling van het gekozen probleemstelling


Out of the box


Uitdagend | Oplossend denkvermogen | Creatief


Out of the box

Waarom is het belangrijk?


Het helpt bij het oplossen van moeilijke of onverwachte problemen.


Het stimuleert creativiteit en innovatie.


Het leert je flexibel te denken en meerdere perspectieven te bekijken.


In de echte wereld komt out-of-the-box denken vaak van pas, bijvoorbeeld bij ontwerpen, ondernemen of samenwerken.



Out of the box

Kenmerken van out-of-the-box denken:

Creatief en origineel: Je bedenkt oplossingen die anderen misschien niet zien.


Flexibel: Je past je ideeën aan wanneer iets niet werkt.


Durf om te experimenteren: Je probeert nieuwe dingen, ook als ze raar lijken.


Probleem vanuit meerdere perspectieven bekijken: Je stelt vragen zoals: “Wat als we dit helemaal anders doen?”



Out of the box

Voorbeelden:

Organiseer een schoolfeest zonder elektriciteit.

Bouw een brug van alleen papier en tape die een gewicht kan dragen.

Plan een dag op school waarbij niemand mag praten, maar alles moet doorgaan.

Kortom:
Out-of-the-box denken gaat over durven dromen, nieuwe ideeën bedenken, grenzen verleggen en oplossingen vinden die niet voor de hand liggen. Het is een manier van denken die iedereen kan leren en trainen!


Opdracht

Tekenopdracht


Kies uit één van de blaadjes en teken out of the box.


https://www.meesterrichard.nl/lesmateriaal/het-is-geen

1

minute

00

second


Opdracht

Kies uit één van de probleemstellingen

Schoolfeest in een boom – Organiseer een feest voor 50 leerlingen inclusief muziek, eten en zitplaatsen in een boom.


Onderwaterles – Organiseer een les volledig onder water (zwembad, duikuitrusting, materialen).


Mini-filmfestival –Organiseer een filmfestival in de klas, maar je mag geen camera gebruiken


De stille dag – Plan een volledige schooldag waarin niemand mag praten, maar alles moet doorgaan zoals normaal.


Mini-sportwedstrijd in de gang – Organiseer een wedstrijd met minimaal 4 sporten, maar alleen met materialen die normaal in het lokaal staan.

1

minute

00

second


Campus@Sea


Opdrachtgever | Plan van aanpak| LOB

Wat weten we nog van het bezoek aan de opdrachtgever?