Welke emoties kennen jullie?
Verdrietig
Angst
Boos
Blij
Boos
Wenkbrauwen naar beneden
Neusvleugels licht open
Spanning in schouders of armen
Vuisten of wilde hand gebaren
Armen over elkaar
Blij
Lachen
Mondhoeken omhoog
Ogen worden kleiner
Ontspannen houding
Bang
Grote ogen
Wenkbrauwen omhoog
Handen omhoog, voor de mond
- Mond open
Verdrietig
Naar beneden kijken
Vochtige ogen
Mondhoeken naar beneden
Welke emotie zie je op de foto?
bang
blij
verdrietig
boos
Welke emotie zie je op de foto?
bang
blij
verdrietig
boos
Welke emotie zie je op de foto?
bang
blij
verdrietig
boos
Welke emotie zie je op de foto?
bang
blij
verdrietig
boos
Situatie emotie
Je krijgt een compliment
Je ziet een spin.
Iemand steekt voor in de rij.
Iemand maakt per ongeluk je gsm kapot.
Je hebt ruzie met je beste vriend/vriendin.
Je bent verloren gelopen.
Iemand lacht jou uit.
Je vindt geld op straat.
Wat doe je: als je het zelf voelt?
Vertellen aan iemand
delen blijheid
Lachen
Blij
Hulp vragen
Stap voor stap
Ademhalingsoefeningen
Bang
Huilen
Iets leuks gaan doen
Praten
Rusten
Verdrietig
Rustig proberen worden
Uitlaatklep zoeken: bewegen, iets creatiefs doen.
Ademhanlingsoefeningen
Boos
Ademhalingsoefeningen
3 seconden
4 seconden
Hoe reageer je op de gevoelens van andere?
Luisteren
Blij zijn voor de andere
Blij
Helpen
Geruststellen
Bang
Luisteren
Troosten
Verdrietig
Ruimte geven
Rustig blijven
Boos
Situatie
Kies de reactie die jij het beste vindt.
Een vriend is verdrietig omdat hij niet is uitgenodigd op een verjaardagsfeest.
Je luistert, vraagt wat er is en probeert hem op te vrolijken.
Je zegt dat het zijn probleem is en gaat iets anders doen.
Een klasgenoot wordt boos op jou omdat hij denkt dat je hebt vals gespeeld.
Je wordt ook boos en roept dat hij ongelijk heeft.
Je blijft rustig en wacht tot de andere ook rustig is. Dan kan je erover praten.
Je zus is blij omdat zij een leuk spelletje heeft gekregen voor haar verjaardag.
Je doet alsof je niet geïnteresseerd bent en stelt voor om een ander spelletje te doen.
Je bent blij voor je zus en speelt samen met haar het nieuwe spelletje.
Je broer durft niet mee in de zee te gaan zwemmen. Hij blijft op het strand staan en kijkt bang naar het water.
Je vraagt waarvoor hij bang is, moedigt hem aan en blijft bij hem.
Je zegt dat hij niet flauw moet doen.
Groepswerk
In groepjes per 2 of 3.
Welke emotie zie je?
Hoe zou jij reageren?
Vertellen aan de klas.