Havo-Vwo 1.4 Onderzoeken en verslag maken

Onderzoeken en verslag maken

1 / 36
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkunde / ScheikundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Onderzoeken en verslag maken

De gebruiker vroeg om foto's van het boek. Gebruik daarom beeld dat lijkt op een open schoolboek met natuurkunde/NaSk-onderwerpen of een boekpagina met experimenten.

Lesdoel

Ik kan uitleggen hoe je een natuurkundig onderzoek uitvoert, resultaten verwerkt en er een verslag van maakt.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen volgens jou bij natuurkundig onderzoek?

Gebruik de inzendingen om voorkennis op te halen, zoals meten, proef, voorspelling, grafiek, tabel, conclusie of experiment.

Experimenteren in NaSk

  • Een experiment doe je om een verschijnsel te onderzoeken

  • Je wilt weten hoe iets werkt of je verwachting klopt

  • In NaSk kijk je vaak naar het verband tussen twee grootheden

  • Onderzoeken verloopt in vaste stappen

Verbind dit met het boek: experimenteren helpt om theorie te begrijpen, apparaten te leren gebruiken en verwachtingen te controleren.

De onderzoekscyclus

Benadruk dat het een cyclus is: een conclusie kan weer leiden tot een nieuw onderzoek.

Stap 1: situatie verkennen

  • Je begint met een waarneming van een verschijnsel

  • Waarnemen kan door zien, horen, voelen, ruiken of proeven

  • Je vraagt je af wat je precies ziet gebeuren

  • Vanuit die eerste verkenning ontstaat een onderzoeksidee

Veel leerlingen denken dat waarnemen alleen kijken is. Corrigeer dat expliciet met de zintuigen uit het boek.

Stap 2: onderzoeksvraag

Een goede onderzoeksvraag zegt wat je wilt onderzoeken.


Voorbeeld:

Welk verband bestaat er tussen de valhoogte en de valtijd?


Hier onderzoek je de invloed van de ene grootheid op de andere.

Licht het woord verband toe: de invloed die de ene grootheid op een andere grootheid heeft.

Onderzoeksvraag en voorspelling

  • Na de onderzoeksvraag volgt een voorspelling

  • Een voorspelling is je verwachting van de uitkomst

  • Voorbeeld: als de hoogte 2x zo groot is, wordt de valtijd ook 2x zo groot

  • Na het experiment controleer je of die voorspelling klopt

Maak duidelijk dat een voorspelling nog geen conclusie is. Die volgt pas na meten en uitwerken.

Wat is een voorspelling bij een experiment?

A

je verwachting

B

je conclusie

C

je meetfout

D

je werkplan

Sluit aan op slides 5 en 6. Veel leerlingen verwarren voorspelling met conclusie.

Maak de stappen compleet

Je begint met een waarneming van een verschijnsel. Daarna formuleer je de onderzoeksvraag. Vervolgens maak je een voorspelling over de uitkomst van het experiment.

waarneming
onderzoeksvraag
voorspelling
conclusie
grafiek
eenheid
diagram

Controleert of leerlingen de volgorde uit de onderzoekscyclus begrijpen.

Stap 3: experiment bedenken

  • Je maakt een werkplan

  • Je beschrijft de opstelling en werkwijze

  • Je kiest welke grootheden je gaat meten

  • Je kiest geschikte meetinstrumenten

  • Je bedenkt hoe je de resultaten gaat verwerken

Gebruik het voorbeeld uit het boek: tennisbal, stopwatch en rolmaat bij de valproef.

Eerlijk vergelijken

Bij een goed experiment verander je maar één grootheid tegelijk.


  • Onderzoek je het effect van valhoogte?

  • Gebruik dan steeds dezelfde bal

  • Houd de rest van de omstandigheden gelijk

  • Alleen zo kun je het effect eerlijk vergelijken

Dit is een kernidee in NaSk: variabelen beheersen. Koppel het aan veelgemaakte fouten bij practica.

Waarom gebruik je steeds dezelfde bal?

Verwachte elementen: steeds dezelfde bal, dezelfde omstandigheden gelijk houden, alleen de valhoogte veranderen, zodat het effect eerlijk te vergelijken is.

Stap 4: experiment uitvoeren

  • Voer het experiment uit volgens je werkplan

  • Noteer je waarnemingen en meetwaarden meteen

  • Schrijf ook de volgorde van metingen op

  • Noteer ongelukjes of problemen met materiaal

Voorbeeld uit het boek: als een weegschaal valt, kunnen latere metingen onbetrouwbaar zijn.

Van meten naar overzicht

Bereid hier het onderscheid tussen tabel, diagram en grafiek voor; dat komt vaak terug in opdrachten.

Stap 5: resultaten uitwerken (uitleg fimpje)

  • Boven een tabel noteer je de gemeten grootheden

  • Zet ook steeds de juiste eenheden erbij

  • In een diagram teken je de meetpunten in een assenstelsel

  • De grafiek laat het verband tussen de grootheden zien

Benadruk dat de eenheid bij de grootheid hoort, bijvoorbeeld valhoogte (m) en valtijd (s).

Zo maak je een diagram

  1. Gebruik de tabel met meetwaarden

  2. Teken een assenstelsel

  3. Zet grootheid en eenheid bij beide assen

  4. Kies een regelmatige schaalverdeling

  5. Zet de meetpunten duidelijk in het diagram

Deze slide vat figuur 1.15 samen. Houd het kort en praktisch.

Grafiek tekenen: let op

  • Verbind meetpunten niet zomaar van punt naar punt

  • Teken meestal een vloeiende lijn door de puntenwolk

  • Zorg dat er ongeveer evenveel punten boven als onder de lijn liggen

  • Een grafiek gaat niet altijd door de oorsprong

Dit is expliciet gebaseerd op de opmerkingen bij figuur 1.15 in het boek.

Wat is de grafiek in een diagram?

A

de tabel erboven

B

de meeteenheid

C

de lijn door punten

D

de schaal op de as

Sluit aan op slides 10 en 11: tabel, diagram en grafiek worden vaak door elkaar gehaald.

Vul tabel, diagram en grafiek in

Meetgegevens zet je eerst in een tabel. Daarna maak je een diagram met meetpunten. De lijn die het verband laat zien, noem je de grafiek.

tabel
diagram
grafiek
conclusie
werkplan
eenheid
waarneming

Echoot precies de kernwoorden uit de slides over resultaten uitwerken.

Wat blijkt uit de valproef?

A

2x hoger is 2x langer

B

grotere hoogte, kortere tijd

C

geen verband zichtbaar

D

grotere hoogte, grotere tijd

Gebaseerd op slides 15 en 16. Laat leerlingen het verband juist verwoorden zonder de foutieve verdubbeling.

Stap 6: conclusie trekken

De conclusie is het antwoord op de onderzoeksvraag.


  • Ze is meestal kort

  • Je baseert haar op de resultaten

  • Je vergelijkt de conclusie altijd met je voorspelling

Belangrijk onderscheid: resultaten zijn wat je meet; conclusie is wat die resultaten betekenen.

Conclusie van de valproef

Als de hoogte 2x zo groot wordt, wordt de valtijd groter, maar minder dan 2x zo groot.


De voorspelling uit het voorbeeld klopte dus niet.

Dit mag vrijwel letterlijk uit het boek worden herhaald omdat het de kernconclusie van het voorbeeld is.

Stap 7: onderzoek presenteren

Van een experiment maak je vaak een verslag.


In dat verslag presenteer je:

  • wat je onderzocht

  • hoe je dat deed

  • wat je vond

  • welke conclusie daarbij hoort

Noem eventueel dat presenteren ook mondeling, met poster of film kan, maar dat het boek vooral het schriftelijke verslag laat zien.

De 7 onderdelen van een verslag

  • titel van het experiment

  • naam, klas en datum

  • onderzoeksvraag

  • voorspelling

  • opstelling en werkwijze

  • resultaten en verwerking

  • conclusie

Dit sluit direct aan op opdracht A36 uit het boek.

Voorbeeld van een verslag

Als er een afbeelding uit het boek beschikbaar is, gebruik die hier als visuele ondersteuning.

Wat hoort in een verslag?

A

onderzoeksvraag

B

woordenwolk

C

klassenfoto

D

mening van vriend

Sluit aan op slides 19 en 20 over de 7 onderdelen van een verslag.

Maak het verslag compleet

In een verslag noteer je eerst de onderzoeksvraag en daarna de voorspelling. Vervolgens beschrijf je de opstelling en werkwijze. Daarna volgen de resultaten en tot slot de conclusie.

onderzoeksvraag
voorspelling
resultaten
grafiek
waarneming
eenheid
zintuig

Gebaseerd op de verslagonderdelen en het voorbeeldverslag uit het boek.

Waar let je op bij een onderzoeksvraag?

Verwachte elementen: welke grootheid verander je, welke grootheid meet je, en welk verband onderzoek je.

Wat heb je vandaag geleerd over onderzoeken?

Laat leerlingen één concreet inzicht noemen, bijvoorbeeld over onderzoeksvraag, eerlijk vergelijken, grafiek of conclusie.

Welk onderdeel hielp jou het meest begrijpen?

Stimuleer metacognitie: denk aan boekfoto's, voorbeeld van de valproef, stappenplan of oefeningen.

Wat vond je nog lastig in deze les?

Gebruik antwoorden om te bepalen wat herhaald moet worden, zoals diagram, grafiek, eenheid of conclusie.

Begrippenlijst

onderzoekscyclus - vaste reeks stappen waarmee je een onderzoek uitvoert

waarneming - wat je met je zintuigen waarneemt

onderzoeksvraag - de vraag die aangeeft wat je wilt onderzoeken

voorspelling - je verwachting van de uitkomst van een experiment

verband - de invloed die de ene grootheid op een andere grootheid heeft

eerlijk vergelijken - maar één grootheid veranderen en de rest gelijk houden

werkplan - beschrijving van opstelling, werkwijze en metingen

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

tabel - overzicht van meetgegevens in rijen en kolommen

diagram - assenstelsel waarin meetpunten worden getekend

grafiek - lijn die het verband in een diagram weergeeft

grootheid - meetbare eigenschap, zoals tijd of temperatuur

eenheid - afspraak waarmee je een grootheid uitdrukt, zoals s of °C

conclusie - antwoord op de onderzoeksvraag op basis van de resultaten

verslag - schriftelijke uitwerking van een experiment

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!

  • Maak de opdrachten van paragraaf 1.4; 35 t/m 46 in je schrift,


  • Kijk na antwoorden,



  • Klaar: het werk van andere vak!

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies