fictie blok 4 realistisch

Lezen
timer
15:00
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lezen
timer
15:00

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Fictie
  • Werken aan eindopdracht
Spelling
  • Uitleg bijvoeglijk naamwoord

Doel van de les:
  • Je kent de regels voor het spellen van het bijvoeglijk naamwoord

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

  • De omgeving
  • De tijd
  • Hoe personages met elkaar praten en omgaan
  • Gedachten, bezigheden en problemen van personages
  • De toevalligheden van de gebeurtenissen
  • De fantasie-elementen
  • De afloop van het verhaal

Slide 4 - Tekstslide

Realismelijn
realistisch _______________________________________ niet-realistisch

Slide 5 - Tekstslide

Wat hebben we tot nu toe behandeld over spelling?

Slide 6 - Open vraag

Stof voor de toets:
- werkwoordspelling
    - verschil stam/ik-vorm
    - sterke/zwakke werkwoorden
    - persoonsvorm tt/vt
    - voltooid deelwoord
    - infinitief
- meervoudsvormen van zelfstandig naamwoorden
- bijvoeglijk naamwoord

Slide 7 - Tekstslide

bijvoeglijk naamwoord

Slide 8 - Tekstslide

bijvoeglijk naamwoord

Slide 9 - Tekstslide

bijvoeglijk naamwoord
Een gouden ring

Slide 10 - Tekstslide

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt je van welk materiaal iets gemaakt is.

Slide 11 - Tekstslide

stoffelijk bijvoeglijk naamwoorden

Slide 12 - Tekstslide

Het kind is gevallen       
De tak is gebroken        
Het ei is gebakken         
De ring is gestolen        


De man is verdwaald      
De broek is gescheurd   
De weg is verbreed         
Het papier is geknipt      

Slide 13 - Tekstslide

Het kind is gevallen       -        Het gevallen kind
De tak is gebroken        -         De gebroken tak
Het ei is gebakken         -         Het gebakken ei
De ring is gestolen         -         De gestolen ring


De man is verdwaald      -     De verdwaalde man
De broek is gescheurd   -     De gescheurde broek
De weg is verbreed         -      De verbrede weg
Het papier is geknipt      -      Het geknipte papier

Slide 14 - Tekstslide

Maken: opdr 26, 27 en 28 
van blz 127/128 

Slide 15 - Tekstslide

Ik ken nu het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een voltooid deelwoord
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 16 - Poll