Geef de juiste combinatie van (x,t)-diagrammen en (v,t)-diagrammen.
Slide 15 - Sleepvraag
Oppervlakte methode
Oppervlakte onder een v,t - diagram = afgelegde afstand
Slide 16 - Tekstslide
Gemiddelde snelheid
Als de snelheid toeneemt of afneemt, kun je niet spreken van één constante snelheid.
Met de beginsnelheid en de eindsnelheid kun je echter wel de gemiddelde snelheid berekenen (net zoals bij het gemiddelde van twee cijfers: tel ze bij elkaar op en deel door 2).
Slide 17 - Tekstslide
Wat is de gemiddelde snelheid van deze beweging
A
10 m/s
B
25 m/s
C
40 m/s
D
50 m/s
Slide 18 - Quizvraag
Versnelling
Wat is versnelling?
Slide 19 - Tekstslide
Leerdoel
Ik bereken de versnelling van een eenparige vertraging of versnelde beweging
Slide 20 - Tekstslide
(v,t)-diagram
Wat zie je in de grafiek?
0-4 s versnelling<div><div><br></div><div>4-7 s constante beweging</div></div>
Slide 21 - Tekstslide
Versnelling
Als er een gelijke toename is van snelheid, bijv:
10 m/s, 20 m/s, 30 m/s
De toename in snelheid is 10 m/s elke seconde
Dus zeggen we dat de versnelling 10 meter per seconde per seconde
a=10s2m
Slide 22 - Tekstslide
Versnelling berekenen:
a - versnelling (acceleration) in m/s2
t - time in s
v - snelheid (velocity) in m/s
a=ΔtΔv
Δv=veind−vbegin
Slide 23 - Tekstslide
Slide 24 - Tekstslide
Eenparige versnelling
snelheid neemt constant toe
dus de versnelling is constant
dit is een "eenparig versnelde beweging"
v,t diagram is a rechte, steigende lijn.
What is the acceleration of this motion?
a = 0,5 m/s<sup>2</sup>
Slide 25 - Tekstslide
Eenparige vertraging
Snelheid daalt constant
Wat is hier de versnelling?
<br><div>a = -2 m/s<sup>2</sup></div>
Slide 26 - Tekstslide
Vraag 1
Een auto wil op de snelweg een vrachtwagen inhalen. De bestuurder trapt het gaspedaal verder in, waardoor de auto gedurende 4,0 seconden eenparig versnelt. Hierdoor neemt de snelheid toe van 54 km/h naar 90 km/h.
Bereken de versnelling van de auto.
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
Wat is juist
A
s = snelheid
v= versnelling
B
v = snelheid
a = afstand
C
s = afstand
v = versnelling
D
s = afstand
v= snelheid
Slide 29 - Quizvraag
Welke beweging is in het rood gemarkeerd
A
Stil staan
B
Constante snelheid
C
Versnelling
D
Vertraging
Slide 30 - Quizvraag
Wat is de formule voor versnelling
A
Snelheid / tijd
B
Snelheid x tijd
C
Afstand / tijd
D
Afstand x tijd
Slide 31 - Quizvraag
Welk deel van de grafiek laat een versnelling zien
A
from 0 to 5 sec
B
from 5 to 15 sec
C
from 15 to 15 sec
Slide 32 - Quizvraag
Leerdoel
Ik bereken de versnelling van een eenparige vertraagde of versnelde beweging.