Theorieën Criminaliteit

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Bedenk bij het kernconcept identiteit een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Slide 6 - Open vraag

Bedenk bij het kernconcept socialisatie een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Slide 7 - Open vraag

Bedenk bij het kernconcept groepsvorming een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Slide 8 - Open vraag

Bedenk bij het kernconcept sociale cohesie een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Slide 9 - Open vraag

Bedenk bij het kernconcept cultuur een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Wanneer is een onderzoek wetenschappelijk?
  1.  Betrouwbaarheid
  2.  Validiteit
  3.  Representativiteit
  4. Generaliseerbaarheid
  5. Transparantie
herhaling zorgt voor dezelfde uitkomst
je meet wat je wilt meten, stel je de goede vragen?
dwarsdoorsnede van de hele groep. Bijv. zijn alle leeftijden uit een onderzoeksgroep betrokken in de steekgroep
hoe een onderzoek verlopen is moet duidelijk en openbaar zijn.
In hoeverre gelden de eigenschappen die in de steekproef gevonden zijn voor de hele populatie?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Crimineel gedrag verklaren
psychologisch-criminologische theorieën 
sociaal-psychologische verklaringen

Slide 14 - Tekstslide

Criminologie




Criminologen hebben verschillende visies over oorzaken van criminaliteit.
criminologie onderzoekt waar crimineel gedrag vandaan komt. Waarom beland iemand in de criminaliteit en welke rol speelt de omgeving (situatie) hierin?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Sociobiologie

Menselijk gedrag wordt net zo goed bepaald door erfelijke factoren als door opvoeding en cultuur.

- Uiterlijke biologische kenmerken

- Hersenonderzoek

- Bepaalde etniciteiten zijn oververtegenwoordigd in bepaalde vormen van criminaliteit (etnisch profileren?)

Slide 17 - Tekstslide

Lombroso (19e eeuw)

Slide 18 - Tekstslide

Gelegenheidstheorie

Gelegenheidstheorie/rationele keuze theorie

Een crimineel weegt de kosten en baten van zijn acties af.
(gelegenheid staat situatie centraal/ rationele keuze staat dader centraal)

Slide 19 - Tekstslide

Etiketteringstheorie


Je krijgt een etiket en gaat jezelf er dan ook naar gedragen

Slide 20 - Tekstslide

Bindingstheorie Hirschi en Box

Maatschappelijke bindingen of sterke integratie van mensen in intermediaire groepen werken remmend op criminele impulsen

Slide 21 - Tekstslide

Anomie theorie Merton

Deze theorie probeert het afwijkend gedrag tussen verschillende samenlevingen te verklaren.
Anomie: Mensen streven naar iets wat in de samenleving als een belangrijk succes wordt gezien. Wanneer dit niet legaal kan, door bv opleiding, discriminatie) dan illegaal

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Meer camera's ophangen zou een goede oplossing zijn als ... van toepassing is
A
Rationele Keuze Theorie
B
Etiketterings theorie
C
Anomie-theorie
D
Bindingstheorie

Slide 24 - Quizvraag

Anomie-theorie van socioloog Merton:
A
Nature
B
Nurture

Slide 25 - Quizvraag

Veel portemonnees waren verdwenen of er was geld weg

Welke theorie past hierbij?
A
Bindingstheorie
B
Gelegenheidstheorie
C
Anomie theorie
D
Etiketteringstheorie

Slide 26 - Quizvraag

"Schoolverlaters hebben hier zo een carrière als crimineel", zegt wijkagent Glen Sjögren

Welke theorie past hierbij?
A
Bindingstheorie
B
Gelegenheidstheorie
C
Anomie-theorie
D
Etiketteringstheorie

Slide 27 - Quizvraag

Fabian gaat appels kopen. De verkoopman zegt dat hij ze straks zelf in de tas mag doen. Fabian rekent af voor 5 appels, maar stopt er daarna 7 in de tas.

Welke theorie past hierbij?
A
Bindingstheorie
B
Gelegenheidstheorie
C
Etiketteringstheorie
D
Aangeleerd gedrag

Slide 28 - Quizvraag

'Groninger politiekorps: Asielzoekers crimineler' en 'Het is een smet op asielzoekers, maar feiten zijn feiten',

Welke theorie past hierbij?
A
bindingstheorie
B
gelegenheidstheorie
C
Anomie-theorie
D
etiketteringstheorie

Slide 29 - Quizvraag

Een 56-jarige man heeft een werkstraf van 40 uren gekregen voor fraude. De man wilde een levensverzekering afkopen en diende daar een vervalste aanvraag voor in.
Welke theorie past hierbij?
A
Bindingstheorie
B
Gelegenheidstheorie
C
Anomie-theorie
D
Etiketteringstheorie

Slide 30 - Quizvraag