les 20-Programmeren: de basisbegrippen ontrafeld

Programmeren: de basisbegrippen ontrafeld

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorInformaticaProgrammerenMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Programmeren: de basisbegrippen ontrafeld

Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les kun je uitleggen wat de belangrijkste begrippen zijn van programmeren, en kun je voorbeelden geven van basishandelingen in code.

Hoe denkt een programmeur?

Programmeren begint met logisch denken en het maken van een stappenplan: een algoritme.

Belangrijke denkstappen

Patroonherkenning

Decompositie

Grote problemen splitsen in behapbare stukken.

Let op overeenkomsten en terugkerende patronen.

Meer programmeerdenk stappen

Debuggen

Fouten in je code vinden én oplossen.

Focus op hoofdzaken - details weglaten.

Abstractie

Wat is code?

Code zijn instructies voor de computer.
Een serie code-instructies vormt samen een programma.

Onderdelen van code

Syntax & bugs

Commando

Eén enkele opdracht voor de computer.

Syntax zijn schrijfregels.

Een bug is een fout in de code.

Opdracht: maak een stappenplan

Beschrijf in zes stappen hoe je een boterham met pindakaas smeert. Gebruik duidelijke instructies.

Gegevens verwerken in code

Met variabelen kun je informatie tijdelijk opslaan die je later gebruikt.

Soorten gegevens

Input komt van gebruiker of sensor;


Output is wat jouw programma toont of uitvoert.

Waarde en datatype

Input en output

Waarde: wat staat er nu in de variabele?

Datatype: bijvoorbeeld getal, tekst of waar/onwaar.

Opdracht: bedenk variabelen

Noem drie dingen waarvan je de waarde wilt opslaan in een programma (denk aan spel, winkel, weerbericht).

Keuzes en herhaling in code

Met voorwaarden (als ... dan if/else) neem je beslissingen.


Loops (for/while) herhalen code.

Operators in code

Logische operatoren

+ (plus), - (min), > (groter dan), < (kleiner dan), == (gelijk aan)

Rekenkundige operatoren

AND (en), OR (of), NOT (niet)

Reflectie: hoe gebruik je keuzes?

Noem een voorbeeld waar je in een programma een voorwaarde gebruikt. Deel je antwoord met de klas.

Slimmer programmeren met functies

Functies (of procedures) herhaal je gemakkelijk. Ze maken code korter en overzichtelijker.

Robotica en Micro:bit

In robotica gebruik je sensoren om te meten en actuatoren om acties uit te voeren. Met een microcontroller kun je verschillende componenten verbinden.

Tot slot: denk als een programmeur

Volg altijd de cyclus: probleem → ontwerp → code → test → verbeter → herhaal.