Werkwoordspelling: aandachtspunten

Werkwoordspelling: aandachtspunten
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling: aandachtspunten

Slide 1 - Tekstslide

Bepaal eerst welke tijd je gaat gebruiken
Tegenwoordige tijd
Ik download
Imperatief 
Download!
Verleden tijd 
Ik downloadde
Voltooid deelwoord
Ik heb gedownload
Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Het gedownloade bestand

Slide 2 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd (1)
Wat is het onderwerp in de zin?
ja/neen-vraag: op eerste plaats PV; op tweede plaats O


Slide 3 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd (2)
Aandachtspunt: “je” achter pv
Werk je?  vs.  Werkt je vader?
Word je wakker? vs. Wordt je vader wakker?

Slide 4 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd (3)
Aandachtspunt: enkel “dt” als stam eindigt op een “d”
 ik vind - hij vindt; ik word - hij wordt

Slide 5 - Tekstslide

Imperatief (1)
Vervangen door “werken”/"smurfen"...
 

Werk (=stam) jij maar door ! 
Word (=stam) jij maar volwassen!
Werkt (=stam + t) u maar door!
Wordt (=stam + t) u maar volwassen!

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de imperatiefvorm van het werkwoord "zijn"?

Slide 7 - Open vraag

Verleden tijd (1)
Je hoort vaak of het met een “t” of “d” geschreven wordt
Aandachtspunt: onregelmatige werkwoorden
 misdragen - misdroeg
 eten - at
! studeren ! 

Slide 8 - Tekstslide

Verleden tijd (2)
Aandachtspunt: enkelvoud vs. meervoud
 ik reisde af - wij reisden af
 ik fietste - zij fietsten

Slide 9 - Tekstslide

Verleden tijd (3)
Aandachtspunt: dubbele “t” of “d” (wachtte - downloadde...)
 Enkel als stam al eindigt op “t” of “d”
Ik fietste -ik plantte
Ik wandelde - ik antwoordde

Slide 10 - Tekstslide

Voltooid deelwoord (1)
TIP: kijk naar de verleden tijd
 Ik fietste - ik heb gefietst
 Ik wandelde -  ik heb gewandeld

Slide 11 - Tekstslide

Voltooid deelwoord (2)
Aandachtspunt: onregelmatige werkwoorden
 Ik kijk - ik heb gekeken
 Ik eet - ik heb gegeten
! studeren !

Slide 12 - Tekstslide

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (1)
Voorbeelden          

Ik heb het boek gelezen.
Het gelezen boek
Ik heb de foto vergroot.
De vergrote foto
Ik heb de waarde geschat.
De geschatte waarde

Slide 13 - Tekstslide

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (2)
Aandachtspunt: zo kort mogelijk schrijven tenzij de uitspraak anders vraagt

Geen verdubbeling : uitspraak = gelijk
-Gedownloade 
-Verwachte
-Vergrote 
Verdubbeling nodig voor uitspraak
-Bezette
-Geschatte
-Besmette

Slide 14 - Tekstslide

Werkwoorden met Engelse herkomst (1)
Aandachtspunt: werkwoorden zoals "racen"

Racen
Ik race - Hij racet 
Ik racete - Ik heb geracet
Updaten
Ik update - Hij updatet
Ik updatete - Ik heb geüpdatet
Timen
Ik time - Hij timet
Ik timede - Ik heb getimed

Slide 15 - Tekstslide

Werkwoorden met Engelse herkomst (2)
Aandachtspunt : basketballen vs. baseballen
Ik basketbal - hij basketbalt - basketbalde - gebasketbald
Ik baseball - hij baseballt - baseballde - gebaseballd

Slide 16 - Tekstslide

Werkwoordspelling: planning
timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide