NPO 6th lesson

NPO English lesson
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

NPO English lesson

Slide 1 - Tekstslide

NPO 3rdlesson
Present simple/present continuous
Comparisons
Listening
Reading
Practise

Slide 2 - Tekstslide

Present continuous vs Present Simple
Nu aan de gang? Dan present continuous


vaak, altijd, regelmatig, soms of nooit? Present Simple

Slide 3 - Tekstslide

Present simple vs Present Continuous
Present Continuous:  (am/are/is + ww + ing) om aan te geven dat iets op dat moment gebeurt als je erover praat of schrijft.
I am typing this right now. 
He is watching TV at the moment.

Present Simple: (hele ww / SHIT regel - he/she/it krijgt -s) om aan te geven dat iets altijd, vaak, regelmatig, soms of nooit gebeurt of bij feiten.
I always use my laptop to watch Netflix.
He never goes to school by bus.

Slide 4 - Tekstslide

Signal words Present Continuous

 Look!
Listen!
now
at the moment
today
Signal words Present Simple
always
often
usually
sometimes
seldom
never
every day/week/year
on Mondays
after school

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Comparatives and superlatives
Trappen van vergelijking
- Comparative: vergrotende trap
- Superlative: overtreffende trap
Box A is small.
Box B is smaller than box A.
Box C is the smallest of all.
A
B
C

Slide 7 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
Woorden van 1 lettergreep:
- Comparative: -er
- Superlative: -est
old
older
oldest

Slide 8 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
1.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op een -e,
gebruik dan -r en -st.
large
larger
largest
Spellingsregels:

2.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op medeklinker + y,
gebruik dan -ier en -iest.
happy
happier
happiest

Slide 9 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
hot
hotter
hottest
Spellingsregels:

3.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op 1 klinker (a, e, i, o, u)
+ 1 medeklinker, medeklinker verdubbelen
big
bigger
biggest

Slide 10 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
Woorden van 3 lettergrepen of meer:
- Comparative: more
- Superlative: most
expensive
more expensive
most expensive

Slide 11 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
good/well
better
best
Uitzonderingen (uit je hoofd leren!)
bad/ill
worse
worst
much/many
little
more
less
most
least

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Listening
Listen to the story
Do the activities on British Council

Slide 14 - Tekstslide

Practise

What would you like to practise/ learn?

Slide 15 - Tekstslide