Hechting en hechtingsstoonissen

Hechting en hechtingsstoornissen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DoelgroepenMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Hechting en hechtingsstoornissen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hechting?
Hechting is de band tussen ouder en kind die ontstaat in het eerste levensjaar. Het wordt ook wel gehechtheid of gehechtheidsrelatie genoemd.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten jullie al over hechting en hechtingsstoornissen?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hechting?
Hechting is de band tussen ouder en kind die ontstaat in het eerste levensjaar. Het wordt ook wel gehechtheid of gehechtheidsrelatie genoemd.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is hechting?
 - Hechtingstheorie John Bowlby ( psychiater)
Alle baby's hebben aangeboren neiging om te hechten aan een belangrijke volwassenen 
Degenen die je voeden, troosten en een 
gevoel van veiligheid geven.



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veilige hechting
Ervaren dat ten minste een van de verzorgers er onvoorwaardelijk is.
Goede hechting vormt een basis voor 
het groeien in de ontwikkeling.
Kind ervaart dat fouten maken mag.
Goede balans tussen troost en zelf ontdekken.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorwaarden voor veilige hechting
 - Sensitief reageren: Ouders staan open voor signalen van het kind, begrijpen signalen en reageren adequaat.
- Continuïteit: Er is continuïteit in de aanwezigheid van de gehechtheidspersoon nodig.
- Mentaliseren: Ouder verplaatst zich in het perspectief van het kind en verwoordt dat ook.

Slide 7 - Tekstslide

Om te kunnen mentaliseren moet u zich kunnen voorstellen wat andere mensen zouden kunnen denken of voelen, en begrijpen dat dit anders kan zijn dan wat u zelf denkt en voelt. Maar mentaliseren gaat ook over herkennen van uw eigen gedachten en gevoelens
Wat is nodig om een veilig hechting te stimuleren?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hechtingsstijlen
Volgens Ainsworth zijn er 4 hechtingsstijlen:
Type A: Onveilig-vermijdend gehechte kinderen: gehechtheid geminimaliseerd, ervaren ouder relatief vaak afwijzend, zakelijk of weinig sensitief is. Ze negeren of vermijden de opvoeder en gedragen zich (prematuur) zelfstandig.

Type B: Veilig gehechte kinderen: Goede balans tussen exploratiedrang en gehechtheidsgedrag. Exploreren -> angstig -> toenadering bij terugkomst->  exploreren. Ouders zijn sensitief, coöperatief en toegankelijk.

Type C: Onveilig-afwerend gehechte kinderen: heel veel toenadering bij de opvoeder, weinig geneigd om zelfstandig activiteiten uit te voeren. De afwezigheid van de opvoeder -> angst. Terugkeer -> boosheid en verontwaardiging. De opvoeder is vaak inconsequent sensitief, onvoorspelbaar voor het kind en afwezig op cruciale momenten.

Type D: Gedesorganiseerd gehechte kinderen: gedrag met kenmerken van hechtingstype A en C. Zoeken toenadering tot de ouder -> stress en angst. De omgang met de ouder is vaak inconsequent geweest en onvoorspelbaar. Vaak sprake van trauma's of andere ingrijpende gebeurtenissen.


Slide 9 - Tekstslide

Wat gebeurt er als hier niet sprake van een veilige hechting?
Welke kenmerken vertonen kinderen met hechtingsproblematiek?
WAT:
1. Maakt tweetallen.
2. Zoek samen de kenmerken van onveilige hechting bij kinderen op.

HOE:
3. Zet de antwoorden in het woordweb op de volgende dia.

TIJD:
4. 10 min 

OPBRENGST:
5. Kennis over de kenmerken van onveilige hechting.

Slide 10 - Tekstslide

Om te kunnen mentaliseren moet u zich kunnen voorstellen wat andere mensen zouden kunnen denken of voelen, en begrijpen dat dit anders kan zijn dan wat u zelf denkt en voelt. Maar mentaliseren gaat ook over herkennen van uw eigen gedachten en gevoelens
Kenmerken onveilige hechting bij kinderen

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden: Kenmerken onveilige hechting
 - Claimgedrag t.o.v. ouder/verzorger
- Op ongewenste manier aandacht zoeken
- Leerproblemen, concentratieproblemen
- Impulsief en agressief gedrag
- Moeilijkheden in contact met leeftijdsgenoten
- Moeilijkheden in het vertrouwen van anderen
- Problemen in gewetensontwikkeling
- Niet om kunnen gaan met affectie
- Liegen, bedriegen, manipuleren

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

00:00-04:07

Hoe kunnen hechtingsproblemen er nu uitzien?

Koppeling: wat is er belangrijk in de omgang met deze kinderen?
Begeleiding gericht op hechting


Bieden van veiligheid staat centraal.

Kinderen/jongeren/ volwassnene missen het vertrouwen in de wereld en in zichzelf.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is belangrijk in de begeleiding van kinderen/jongeren/ mensen  met hechtingsproblematiek?
WAT:
1. Werk samen in dezelfde tweetallen.
2. Zoek samen op wat belangrijk is in de begeleiding van kinderen/jongeren met hechtingsproblematiek.

HOE:
3. Zet de antwoorden in het woordweb op de volgende dia.

TIJD:
4. 10 min 

OPBRENGST:
5. Kennis over de begeleiding  van kinderen/ mensen  met hechtingsproblematiek.

Slide 15 - Tekstslide

Om te kunnen mentaliseren moet u zich kunnen voorstellen wat andere mensen zouden kunnen denken of voelen, en begrijpen dat dit anders kan zijn dan wat u zelf denkt en voelt. Maar mentaliseren gaat ook over herkennen van uw eigen gedachten en gevoelens
Wat is belangrijk in de begeleiding van kinderen met hechtingsproblematiek?

Slide 16 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden: Wat is belangrijk in de begeleiding van kinderen met hechtingsproblematiek?
 - Vertrouwen opbouwen
- Grenzen stellen
- Voorspelbaarheid
- Structuur
- Voorbeeldfunctie
Sensitief en responsief reageren
-Inspelen op de behoeften van het kind/jongere

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hechtingsproblematiek bij volwassen
- Bindingsangst.
- Verlatingsangst.
- Gevoelig voor stress.
- Negatief beeld van anderen.
- Negatief zelfbeeld.
- weinig vertrouwen
Bedenk in welk kwadrant je zelf zit.
 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies