Quiz Proactief

Herhalingsles Proactief beveiligen
QUIZ -
Proactief beveiligen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeveiligingMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhalingsles Proactief beveiligen
QUIZ -
Proactief beveiligen

Slide 1 - Tekstslide

1. Wat is het doel van proactief beveiligen?
A
Het reageren op incidenten nadat ze plaatsvinden.
B
Het actief detecteren van voorbereidende stappen van criminele of terroristische acties.
C
Het controleren van toegangspassen.
D
Het analyseren van camerabeelden na incidenten.

Slide 2 - Quizvraag

2. Wat is een voorbeeld van een actieve maatregel?
A
Cameratoezicht.
B
Toegangscontrolepoort.
C
Bouwkundige versterking.
D
Het uitvoeren van Security Questioning.

Slide 3 - Quizvraag

3. Wat betekent denken vanuit het perspectief van de tegenstander?
A
De acties van de tegenstander voorspellen om zijn AMO te doorzien.
B
De beveiliging ontwerpen vanuit de wensen van de klant.
C
Alleen letten op verdachte personen.
D
Zich verplaatsen in de gevoelens van bezoekers.

Slide 4 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen

Criminele/Terroristische Planningscyclus

Slide 5 - Tekstslide

4. In welke fase van de planningscyclus is het nog veilig om contact te maken?
A
Tijdens de uitvoering.
B
Tijdens de vlucht.
C
Tijdens informatie verzamelen en surveilleren.
D
Tijdens het verzamelen van middelen.

Slide 6 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen

AMO - Aanvallers Methode van Operatie

Slide 7 - Tekstslide

5. Wat betekent AMO?
A
Algemene Maatregel van Organisatie.
B
Aanvallers Methode van Operatie.
C
Analyse van Mogelijke Observaties.
D
Actieve Maatregel Operationeel.

Slide 8 - Quizvraag

6. Wat is de betekenis van KISS in relatie tot de AMO?
A
Keep It Smart and Safe.
B
Keep It Short and Strategic.
C
Keep It Simple and Stupid.
D
Keep It Safe and Secure.

Slide 9 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen

Verdachte Indicatoren

Slide 10 - Tekstslide

7. Wat is een verdachte indicator?
A
Een afwijking van de norm die te koppelen is aan een AMO.
B
Elk afwijkend gedrag.
C
Een melding van een storing.
D
Een gevoel van onveiligheid.

Slide 11 - Quizvraag

8. Waaruit kunnen verdachte indicatoren ontstaan?
A
Alleen uit gedrag.
B
Alleen uit uiterlijke kenmerken.
C
Uit gedrag, bezittingen, verhaal, documentatie en situatie.
D
Uit communicatie met collega’s.

Slide 12 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen

Security Questioning (SQ)

Slide 13 - Tekstslide

9. Wat is het belangrijkste verschil tussen SQ en een verhoor?
A
SQ is verplicht; een verhoor niet.
B
SQ is vrijwillig en gericht op intentie, een verhoor is verplicht en gericht op bewijs.
C
Een verhoor duurt korter.
D
SQ wordt alleen door politie uitgevoerd.

Slide 14 - Quizvraag

10. Wat is een belangrijk doel van SQ?
A
Verdachten onder druk zetten.
B
Bewijs verzamelen.
C
Ontdekken en ontkrachten van verdachte indicatoren.
D
Formulieren invullen voor rapportage.

Slide 15 - Quizvraag

11. Waarom kan SQ een aanvaller afschrikken?
A
Omdat hij zijn plan sneller kan uitvoeren.
B
Omdat hij zich betrapt voelt en moet improviseren.
C
Omdat hij wordt gearresteerd.
D
Omdat hij geen antwoord weet.

Slide 16 - Quizvraag

12. Wat is de juiste volgorde in het SQ-proces?
A
Eerste indruk – contact maken – gesprek voeren – afsluiten.
B
Contact maken – gesprek voeren – indruk vormen – afsluiten.
C
Eerste indruk – gesprek voeren – contact maken – afsluiten.
D
Contact maken – afsluiten – rapporteren.

Slide 17 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen
Dreigingsassessment

Slide 18 - Tekstslide

13. Wat is het doel van een dreigingsassessment?
A
Risico’s kwantificeren.
B
Beveiligingsplannen opstellen.
C
Toegangsprocedures verbeteren.
D
Vaststellen of normafwijkingen in relatie met een AMO een dreiging vormen.

Slide 19 - Quizvraag

14. Wat is de juiste volgorde van stappen in een dreigingsassessment?
A
Detecteren – koppelen aan AMO – SQ – besluit nemen.
B
Detecteren – classificeren – rapporteren.
C
Classificeren – SQ – AMO bepalen.
D
Rapporteren – observeren – handelen.

Slide 20 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen
SOP - Standaard Operationele Procedures

Slide 21 - Tekstslide

15. Wat is een SOP?
A
Een wetboek voor beveiligers.
B
Een schriftelijke werkinstructie met standaardhandelingen bij dreigingen.
C
Een mondeling protocol.
D
Een checklist voor bezoekers.

Slide 22 - Quizvraag

16. Welke onderdelen bevat een SOP?
A
AMO’s, indicatoren, classificaties en vervolgacties.
B
Alleen dreigingsniveaus.
C
Uitsluitend communicatieregels.
D
Interne personeelsgegevens.

Slide 23 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen
Red Teaming 

Slide 24 - Tekstslide

Wat is het doel van Red Teaming?
A
De beveiligers trainen in EHBO.
B
Het uitvoeren van beveiligingsrondes.
C
Het testen van beveiligingsmaatregelen en aannames.
D
Het opleiden van nieuwe medewerkers.

Slide 25 - Quizvraag

18. Wat is het verschil tussen interne en externe Red Teaming?
A
Interne wordt uitgevoerd door externen, externe door eigen personeel.
B
Interne Red Teaming is altijd geheim, externe nooit.
C
Er is geen verschil.
D
Interne door eigen organisatie, externe door buitenstaanders onder toezicht.

Slide 26 - Quizvraag

19. Wat is de taak van het White Team bij Red Teaming?
A
Het coördineren en toezichthouden tijdens de oefening.
B
Het uitvoeren van de aanval.
C
Het maken van rapportages over personeel.
D
Het uitvoeren van de beveiligingstaken.

Slide 27 - Quizvraag

Herhalingsles Proactief beveiligen
Algemene Kennis

Slide 28 - Tekstslide

20. Wat is de cesuur voor het examen Basiskennis Proactief Beveiligen?
A
50%
B
60%
C
67%
D
75%

Slide 29 - Quizvraag

Door deze quiz zijn de behandelde onderwerpen voor mij duidelijker geworden
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Slide 31 - Tekstslide