30 januari: Formuleren zinnen begrenzen en samentrekking

Welkom in de les


Jas in kluisje of aan de kapstok boven

Boek, etui en aantekeningenschrift op tafel
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom in de les


Jas in kluisje of aan de kapstok boven

Boek, etui en aantekeningenschrift op tafel

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Formuleren (2): stof uit hoofdstuk 1 t/m 5 (+ herhalen werkwoordspelling) 
  • Schrijven (2): zakelijke brief (met lespakket). Vrijdag mee starten.
  • Boek IV Arjen Lubach: 1 maart uitgelezen hebben, les daarvoor opdracht Handelingsdeel.

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag
  • Lezen
  • Vervolg hf. 1 en 2 formuleren 

Na deze les kan ik zinnen correct begrenzen en kan ik een foutieve samentrekking herkennen. 

Slide 3 - Tekstslide

timer
20:00

Slide 4 - Tekstslide

Terughalen
Wel of niet samentrekken?

- De familie van Dam gaat eerst naar Canada en daarna naar Frankrijk.
- Hij zette de motor en zijn vrouw af. 



Slide 5 - Tekstslide

Terughalen
Wel of niet samentrekken?

- Wij hadden de taxi gebeld en stond binnen kwartier voor de deur.
- Die boeken zijn heel slecht en kun je beter niet lezen. 


Slide 6 - Tekstslide

Samengestelde zinnen
Wat mag niet?
Als een bijzin een zinsdeel is van een samengestelde zin, deze als losse zin opschrijven. 

Ik ga naar de bioscoop. Omdat er een goede film draait. 




Slide 7 - Tekstslide

Wat mag niet? 
Twee zelfstandige hoofdzinnen samenvoegen zonder een voegwoord.

Mijn vader en zijn drie broers stellen de groepen samen, ze mogen om de beurt iemand kiezen. 

Slide 8 - Tekstslide

Samentrekking
In zinnen die verbonden zijn door en of maar kun je soms één of meer zinsdelen weglaten. 


Ik vind het leuk en ga het vaker doen.

Slide 9 - Tekstslide

Foutieve samentrekking
Weglating mag alleen als de woorden die je weglaat in beide zinnen: 

1. dezelfde grammaticale functie hebben (onderwerp, meewerkend voorwerp , etc). 
Fout is: 
Zijn broek kost 80 euro en vind ik niet mooi (‘zijn broek’ is in de eerste zin onderwerp en in de tweede zin lijdend voorwerp).

Slide 10 - Tekstslide

Foutieve samentrekking
Weglating mag alleen als de woorden die je weglaat in beide zinnen: 

2. dezelfde grammaticale vorm hebben (enkelvoud of meervoud) 

Fout is: 
Er wordt een verkeersdrempel aangelegd en huizen gebouwd (na ‘en’ moet je 'worden' invoegen). Dus: .... en er worden huizen gebouwd.

Slide 11 - Tekstslide

Foutieve samentrekking
Weglating mag alleen als de woorden die je weglaat in beide zinnen: 

3. dezelfde betekenis hebben  

Fout is:  
De boot was goed uitgerust en de bemanning ook. Uitgerust heeft hier twee verschillende betekenissen. De uitrusting van de boot en het uitgerust zijn van de bemanning. 

Slide 12 - Tekstslide

Samentrekking
1 Maak twee zinnen van de samengestelde zin
2. Wat is weggelaten?
3. Mag je dit weglaten? Kijk naar grammaticale functie, vorm (ev/mv) en betekenis).

Ja: goede samentrekking
Nee: foute samentrekking

Slide 13 - Tekstslide

Samentrekking: foutief of niet?
Hij maakte een vergissing en vervolgens dat hij wegkwam.

De auto had pech en de honden plezier. 

Die fiets heb ik tweedehands gekocht en bevalt mij goed. 



Slide 14 - Tekstslide

Samentrekking: foutief of niet?
Hij maakte een vergissing en vervolgens dat hij wegkwam.
Hij maakte een vergissing
Hij maakte dat hij wegkwam/ Verschil in betekenis, dus foutief.

De auto had pech en de honden plezier. 
De auto had pech/De honden hadden plezier: verschil in vorm, dus foutief.





Slide 15 - Tekstslide

Samentrekking: foutief of niet?
Die fiets heb ik tweedehands gekocht en bevalt mij goed. 
Die fiets heb ik tweedehands gekocht.
Die fiets bevalt mij goed.  

Verschil in grammaticale functie: in eerste deel van de zin is die fiets het lijdend voorwerp en in het tweede deel van de zin het onderwerp (de fiets bevalt).




Slide 16 - Tekstslide

Aan het werk
Online:
Hoofdstuk 1: Formuleren, correct begrenzen. Route B. Opdracht 3 mag je overslaan. 

Hoofdstuk 2: Formuleren: samentrekken. Alle opdrachten onder route B. 
Klaar? Hoofdstuk 3, herhalen lastige werkwoordsvormen.

Slide 17 - Tekstslide

Zakelijke brief
- Schrijf een oefenbrief.
- Laat hem lezen aan je buurman of buurvrouw. Deze geeft feedback aan de hand van het beoordelingsformulier. 

Klaar? Ga verder met je huiswerk voor Formuleren: hf.1 en 2. (dinsdag af). 

Slide 18 - Tekstslide