Jaar 1 20/21 - Les 3



JAREN 
'80 & '90
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
FilmMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 15 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les



JAREN 
'80 & '90

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

INTRO
De vorige twee lessen gingen over het ontstaan van de film en belangrijke ontwikkelingen tot en met de jaren '70. Deze les kijken we naar de filmgeschiedenis in de jaren 80 & 90. Wat zijn de ontwikkelingen & trends? Welke filmmakers & films hebben een belangrijke rol gespeeld? 
In de jaren '80 ontdekt de filmindustrie dat tieners een belangrijk publiek. En in deze jaren komt  de computer op. De jaren '90 zien we individuele filmmakers die niet alleen unieke visies hadden, maar ook deuren openden naar nieuwe mogelijkheden van filmische vertellingen. Regisseurs zoals David Lynch en Quentin Tarantino hebben de cinema op hun eigen manier opnieuw uitgevonden. Daarnaast lieten enkele regisseurs en films zien hoe technologie kan worden gebruikt om films te maken. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOCKBUSTERS
In de vorige les zagen we in de video’s al uitleg over de opkomst van de blockbuster. De term blockbuster werd populair na de release van The Godfather en Jaws in de jaren 70. Ook gingen studio’s zogenaamde merchandise verkopen. Denk aan speelgoed, computerspelletjes, happymeals enzovoort.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TIENERS
Sinds de komst van de blockbuster in de jaren 70 waren jongeren een belangrijke doelgroep geworden voor de grote hollywoodstudio’s. Daar speelden ze op in door speciale tienerkomedies te ontwikkelen. 

De vier meest bekende tienerfilms uit de jaren '80 zijn films van regisseur John Hughes: Sixteen Candles (1984), The Breakfast Club (1985), Weird Science (1985) en Ferris Bueller’s Day Off (1986).
Andere bekende tienerfilms uit de jaren 80 zijn Revenge of the Nerds (1984), Risky Business (1983) en Can’t Buy Me Love (1987). 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The Breakfast Club
De film gaat over vijf tieners die op zaterdag moeten nakomen op school. Elk van hen maakt deel uit van een andere subcultuur op de middelbare school. Ze hebben allemaal problemen met hun ouders, vrienden of leraren. Als ze de zaterdag samen doorbrengen, beginnen ze elkaar beter te leren kennen en beseffen ze dat ze in de eerste plaats allemaal een persoon zijn. Helaas zien andere mensen hun persoonlijkheid niet, ze zien alleen stereotypen. 


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het gebruik van stereoypes zijn sinds The Breakfast Club onderdeel van de tienerfilms geworden.
Welke 5 stereotypes zie je terug in deze film?

Slide 7 - Open vraag

verwende “prinses” (Claire)
nerd/studiebol “brains” (Brian)
fanatieke “athlete” (Andrew)
rebelse “criminal” (John)
vreemde misfit “basket case” (Allison)
Ferris Bueller's Day Off
Ferris Bueller faket dat hij ziek is zodat hij niet naar school hoeft die dag. Zijn ouders geloven hem maar zijn zus Jeanie niet. Ferris overtuigt zijn vriend Cameron, die echt ziek is, en hun vriendin Sloane om met hem mee te gaan in de “geleende” Ferrari van Camerons vader. Decaan Edward Rooney vermoedt dat Ferris spijbelt en wil hem per se betrappen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is bijzonder aan deze scene uit Ferris Bueller's Day Off?

Slide 10 - Open vraag

Ferris breekt de vierde wand door rechtstreeks tegen de camera te spreken. Dit doet hij vaker in de film om over zijn vrienden te praten en het publiek advies te geven over verschillende onderwerpen.
CGI
Een belangrijke ontwikkeling in de filmwereld is CGI.  Voor de jaren 90 bestonden de meeste visuele effecten in films uit stopmotion, mensen in pakken, geschilderde achtergronden en  gebruik van blue/greenscreens. Er werd computeranimatie gebruikt in Star Wars en Tron en in titelsequenties zoals Superman. Maar pas in de jaren ’90 gebruikten makers meer en meer CGI (computer generated imagery) en werd deze gemixt met live action. De special effects werden met behulp van computers steeds realistischer. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terminator 2 (1991)
Het vervolg op de lowbudget klassieker The Terminator uit 1984 was de eerste film waarin een belangrijk personage alleen kon voorkomen door CGI: de Terminator T-1000.
De jonge John Connor wordt bedreigd door de vloeibaar-metalen T-1000, die zijn lichaam in vaste vorm kan veranderen, kan veranderen in de vorm van andere personen en kan camoufleren met de achtergrond. Een ouder model Terminator T-800 (Arnold Schwarzenegger) wordt vanuit de toekomst gestuurd om hem te beschermen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat vind jij van de CGI die hier gebruikt is?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Jurassic Park
Steven Spielbergs film Jurassic Park (1993) over een themapark met gekloonde dinosaurussen lieten met behulp van geavanceerde CGI-technologie dinosaurussen er voor het eerst in de geschiedenis van de cinema realistisch uitzien. Er zijn slechts 15 minuten aan visuele effecten met dinosauriërs, waarvan er ongeveer 6 minuten met een computer zijn gemaakt. De overige 9 minuten is een combinatie van robots en acteurs in een dinopak. Toch was het publiek overweldigd en de impact van het gebruik van CGI blijvend. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Forrest Gump
Forrest Gump (Robert Zemeckis, 1994) is een ongewone tijdreis door het verleden. Samen met George Lucas’ special-effectbedrijf Industrial Lights & Magic (ILM) zorgde de regisseur en de crew met  archiefbeelden en CGI voor de illusie dat Forrest allerlei belangrijke historische gebeurtenissen zelf heeft meegemaakt. 

Kijk het volgende fragment om te zien hoe CGI gebruikt is bij het maken van de film. Het fragment srtop vanzelf. Dan klik je op de pijl naar rechts om naar volgende slide te gaan. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

En zo ziet de scène er uiteindelijk uit...

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit hoe deze scène gemaakt is.

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Toy Story
Ga je een film kijken en kies je voor een animatiefilm? Dan is er zo’n 96% kans dat deze uit de computer komt. Het gekke is dat het nog helemaal niet zo gek lang geleden is dat de overgang van traditionele tekenfilms naar computer-animatie is gemaakt. Voor jullie misschien niet makkelijk om te begrijpen, maar toen Toy Story in 1995 uitkwam was dat revolutionair: het was de eerste volledig lange film die helemaal digitaal tot stand kwam. In plaats van handgetekende beelden die in snelle volgorde werden gefilmd (zoals animaties vroeger gemaakt werden), gebruikten kunstenaars van Toy Story alleen hun computer.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

POSTMODERNISME
Naast technologische vernieuwingen verwees ik in de intro ook naar andere veranderingen in filmische vertellingen. Maar wat zijn dan de veranderingen die we zien in/vanaf de jaren '90? De veranderingen kunnen we zien in het licht van het postmodernisme - een kunststroming die ook filmkunst beïnvloeden en waar films van (eind jaren '80,) de jaren '90 en de jaren '00 bekend om staan.  Je ziet daarin een combinatie van allerlei filmgenres en stijlen. Er worden nieuwe filmische vertellingen gebruikt. Ook hoor je vaak muziek uit allerlei tijden en wordt er verwezen naar andere films. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

POSTMODERNISME (2)
Duidelijk te zien is de impact van televisie op cinema (en vice versa). De videoclips leidden bijvoorbeeld tot snellere beelden (kortere shots / snellere montage) in films. 
Daarnaast zien we dat niet-lineaire vertelvormen steeds meer gebruikt worden. 
En vanaf de jaren '90 citeren steeds meer regisseurs uit andere films of verwijzen ernaar.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Videoclips & Beeldversnelling
Videoclips, maar ook games en reclamekunst, zorgen voor een nieuwe bron voor jonge makers. De zogenaamde 'videostore-generation' groeit op met verschillende media en zetten deze in bij het maken van hun films. Ze gaan op dezelfde manier monteren als videoclips: snelle, korte shots met dikwijls sprongen in tijd of ruimte. Een speciale vorm hiervan is de Hip-Hop Montage: een korte, zeer snel gesneden reeks gestileerde (meestal extreme close-up) opnames, meestal vergezeld van accentuerende geluidseffecten. (En voor de duidelijkheid hoeft deze montage GEEN hip hop muziek te bevatten.)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Niet-lineair
Vanaf de jaren 90 zien we steeds meer films waarbij het verhaal niet linair verteld wordt. De maker gebruikt dan dus geen chronologische vertelling waarbij het verhaal achter elkaar, van begin tot eind, van A tot Z verteld wordt. Hij gebruikt daarentegen vooruitwijzingen en flashbacks die meestal niet direct te doorzien zijn maar pas in de loop van de film begrijpelijk worden.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Citeren
Postmoderne filmmakers verwijzen naar zowel popcultuur als "hoge" cultuur. En verwijzen steeds meer naar andere films. Filmmakers "citeren" als het ware uit bekende klassiekers of populaire films uit de filmgeschiedenis. 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quentin Tarantino
Tarantino is een van de meest bekende (misschien wel de bekendste) postmoderne filmmakers. De regisseur is een expert op het gebied van filmcitaten. Dat hij zo veel films kent is niet zo gek, op zijn zestiende stopte hij met school om in een videotheek te werken. Bovendien verwijst hij in zijn films naar zowel popcultuur als elitairdere kunst/cultuur. En in veel van zijn films maakt hij gebruik van een niet-lineaire vertelvorm. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pulp Fiction
Tarantino's tweede film, Pulp Fiction (1994), is een postmodern meesterwerk. De film bespreekt en parodieert elementen uit de popcultuur en citeert aan de lopende band uit de filmgeschiedenis. Zelfs de rolbezetting is geïnspireerd door de filmhistorie. Zo verwijst John Travolta (Vincent) met de dansscène met Uma Thurman (Mia) naar het succes dat hij had met Saturday Night Fever (1977). De scène is trouwens ook een verwijzing naar de film 8 1/2 (1963). De openingsscène waar jullie zo naar gaan kijken, verwijst naar de film Bonnie & Clyde (zag je fragment van in eerdere les), die ook begint in een restaurant. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pulp Fiction (2)
Pulp Fiction is daarnaast een goed voorbeeld van een niet-lieaire verhaalstructuur. Het in blokken verdeelde verhaal verspringt steeds in plaats en tijd. Pas aan het eind van de film begrijp de kijker hoe de gebeurtenissen in de tijd hebben plaatsgevonden. 
En Tarantino heeft een uitstekend gevoel voor dialoog: de gesprekken van zijn personages zijn even banaal als het leven zelf. Ze gaan over alledaagse dingen. De gangsters (John Travolta en Samuel Jackson) discussiëren op weg naar een executie over onder andere voetmassages en cheeseburgers. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

EUROPESE CINEMA
In de jaren '90 probeerden Europese filmmakers een eigen stijl neer te zetten tegenover de Amerikanisering die plaatsvond door o.a. Hollywoodfilms.   
Tegelijkertijd gebruikten jonge filmers de technieken uit Amerikaanse lowbudgetfilms en videoclips met een eigen, unieke stijl (vergelijkbaar met indies), zoals te zien in de Duitse film Lola Rennt

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lola Rennt / Run Lola Run
Lola Rennt is een Duitse film uit 1998 van Tom Tykwer. De film heeft een speciale vertelvorm. Het vertelt niet één vast verhaal met één duidelijk einde, maar er worden drie mogelijke scenario’s rondom dezelfde situatie getoond.  Ook is de invloed van videoclips goed te zien in de film. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

In dit fragment zagen we dat Lola een telefoontje krijgt van haar vriend Manni. Hij is 100.000 Duitse mark kwijtgeraakt doordat  hij de zak met geld in de metro liet liggen. Hij zal waarschijnlijk vermoord worden door de gangsters aan wie hij het geld moest geven. Om snel aan vervangend geld te komen wil hij een winkel overvallen, tenzij Lola binnen 20 minuten op een andere manier het geld kan bemachtigen.
In dit fragment zagen we dat Lola een telefoontje krijgt van haar vriend Manni. Hij is 100.000 Duitse mark kwijtgeraakt doordat hij de zak met geld in de metro liet liggen. Hij zal waarschijnlijk vermoord worden door de gangsters aan wie hij het geld moest geven. Om snel aan vervangend geld te komen wil hij een winkel overvallen, tenzij Lola binnen 20 minuten op een andere manier het geld kan bemachtigen. Ze wil geld bij haar vader halen. 
De kijker krijgt nu te zien hoe Lola reageert en welk effect dat heeft. Maar dan niet een keer, maar wel drie keer. Telkens met andere gevolgen. 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Je zag twee keer de start van Lola's race naar geld. Welk(e) verschil(len) zag je in haar "run" naar geld? En welk effect had dat in deze fragmenten op de vrouw met de kinderwagen?

Slide 40 - Open vraag

De regisseur probeerde door middel van de film te tonen dat de keuzes die iemand maakt effect heeft op wat jezelf bereikt of op wat anderen bereiken. 
Trainspotting
Danny Boyles Trainspotting (1996) is een van de populairste Europese films uit de jaren ’90. We volgen het leven van een groep jongeren die allemaal verslaafd zijn. Hun leven draait om het zo snel mogelijk scoren van drugs. Bijna allemaal proberen ze soms te stoppen. Daarbij verschillen hun interesse niet van die van andere jongeren: voetbal, uitgaan en seks. 
In de openingsscène zien we hoofdpersonage Renton wegrennen van bewakers. Daarop volgt een monoloog van Renton ter introductie op het verhaal. 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

La Haine
La Haine (1995) veroorzaakte aardig wat opschudding. Als een van de eerste films over de banlieus, de buitenwijken van Parijs, begint met journaalbeelden van Parijse rellen en er komt politiegeweld in voor. De titel ('De Haat") verwijst naar de haat tussen de jeugd in deze wijken en de politie. La Haine toont één dag van het leven van de vrienden Vinz, Hubert en Saïd. Naarmate de dag vordert, groeit de dreiging. Vinz wil een agent afmaken als een jonge Arabische vriend van hem sterft in een politiecel. 
De film is opgenomen in kleur, maar uitgebracht in zwart-wit. De film heeft een energieke stijl door zowel camerawerk, montage als muziek. 

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken van Indies zie je terug in deze fragmenten? En wat is anders volgens jou?

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dogma 95
Als reactie op de Amerikaanse blockbusterfilms - waaronder de voorspelbare plots, de oppervlakkige acties en de opkomst van technologie, onder andere CGI (vorige les) - onstond de tegenbeweging Dogma 95. Deze groep filmmakers, onder leiding van de Deens filmmaker Lars von Trier, stelden in 1995 tien regels op: een zogenaamde reddingsactie waarmee ze volgens hen weer pure films konden maken; een terugkeer naar de eenvoud. 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Opnames dienen op locatie plaats te vinden. Rekwisieten en decors mogen niet worden toegevoegd.
  • Geluid dient nooit los van de beelden te worden gemaakt, of andersom. (Muziek mag niet worden gebruikt, tenzij aanwezig waar de scène wordt gefilmd.)
  • De camera dient in de hand te worden gehouden. 
  • De film is in kleur. Speciale belichting is niet toegestaan. 
  • Optische effecten en filters zijn verboden.
  • De film mag geen oppervlakkige actie bevatten. (Moorden, wapens etc. dienen niet voor te komen.)
  • Vervreemding in tijd en plaats is verboden. (Dat wil zeggen dat de film plaatsvindt in het hier en nu.)
  • Genrefilms zijn niet toegestaan.
  • Het filmformaat is Academy 35 mm.
  • De filmregisseur wordt niet genoemd op de aftiteling.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Festen
De eerste Dogmafilm was Festen (1998) van Thomas Vinterberg over een door zelfmoord verscheurde familie.  De zestigste verjaardag van Helge, die in familiekring op een landgoed wordt gevierd, draait uit op een avond vol onthullingen. Het draait uiteindelijk om de beschuldiging van de oudste zoon Christian dat hij samen met zijn tweelingzus door zijn vader seksueel misbruikt is en dat zijn zus daarom zelfmoord heeft gepleegd. 

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het effect van de Dogmaregels in deze fragmenten? Hoe dragen deze regels volgens jou bij aan de geloofwaardigheid van het verhaal?

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies