5) Rekenen KERST2025

 Kersrekenen 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

 Kersrekenen 

Slide 1 - Tekstslide

Onder de kerstboom liggen 12 pakjes
voor de kinderen
Familie Rishi heeft 3 zonen.
Hoeveel pakjes krijgt elke zoon?
A
4
B
8
C
2
D
6

Slide 2 - Quizvraag

Op het familiekerstfeedst geven we een surprise aan elkaar van € 15.
Er zijn 120 feestgangers. Wat is de totale waarde van alle geschenjes?
A
135
B
1620
C
1480
D
1800

Slide 3 - Quizvraag

In de kerstboom hangen 58 kerstballen.
Jimmy hangt er nog 19 kerstballen bij.
Hoeveel ballen hangen er nu in de boom?
A
41 ballen
B
39 ballen
C
120 ballen
D
77 ballen

Slide 4 - Quizvraag


In de klas zitten 32 studenten.
De docent schrijft aan elke student een kerstkaart.
Er zijn al 12 kaartjes klaar.
Hoeveel kaarten moeten er nog geschreven worden?
A
44 kaarten
B
20 kaarten
C
22 kaarten
D
10 kaarten

Slide 5 - Quizvraag

Stel: Vandaag is het zaterdag.
Het is overmorgen 2e kerstdag.
Op welke dag is dat dan?
A
donderdag
B
dinsdag
C
maandag
D
woensdag

Slide 6 - Quizvraag

Noa en Mo spelen samen in de sneeuw.
Ze hebben 15 stapels van 20 sneeuwballen gemaakt. Hoeveel sneeuwballen hebben ze samen?
A
35 sneeuwballen
B
150 sneeuwballen
C
240 sneeuwballen
D
300 sneeuwballen

Slide 7 - Quizvraag


Farshad en Geovanny spelen met de slee.
Ze glijden allebei 9 keer van de berg af.
Hoeveel is dat in totaal?
A
9 keer
B
11 keer
C
18 keer
D
21 keer

Slide 8 - Quizvraag

Stel: Vandaag is het zaterdag 3 januari. Eergisteren is het nieuwe jaar begonnen. Op welke dag was dat dan?
A
maandag
B
zaterdag
C
zondag
D
donderdag

Slide 9 - Quizvraag

Met kerst kijken we een film die 95 minuten duurt. We beginnen om 19:45 uur te kijken.
Hoe laat is de film klaar?
A
21:45 uur
B
21:20 uur
C
20:45 uur
D
22:15 uur

Slide 10 - Quizvraag

Een kerstboom kost normaal € 35
Het is 24 december en ze zijn nu in uitverkoop.
De prijs wordt verminderd met 10%
Wat kost de kerstboom nu?

A
€ 20
B
€ 31,50
C
€ 25
D
€ 32,50

Slide 11 - Quizvraag

De kerstman koopt een slee die kost 5200 euro. Hij krijgt 300 euro korting. Hoeveel moet hij betalen?
A
4700 euro
B
4200 euro
C
5000 euro
D
4900 euro

Slide 12 - Quizvraag

De kerstman heeft 24 rendieren.
75 % van deze rendieren zijn wit.
Hoeveel rendieren zijn dan wit?
A
8
B
18
C
12
D
20

Slide 13 - Quizvraag

Mia koopt een kersttrui.
De kersttrui kost 70 euro. Ze krijgt 10% korting. Hoeveel euro korting krijgt ze?
A
63 euro
B
10 euro
C
7 euro
D
17 euro

Slide 14 - Quizvraag

De Kerstman leest in zijn boek.
Hij heeft reeds 502 bladzijdes gelezen.
Hij moet er nog 45 lezen.
Hoeveel bladzijdes heeft het boek?
A
547 bladzijdes
B
477 bladzijdes
C
574 bladzijdes
D
475 bladzijdes

Slide 15 - Quizvraag

Je gaat vloerbedekking halen voor je slaapkamer.
De kamer is 5 meter lang en 5 meter breed
Hoeveel vierkante meter
vloerbedekking heb je dan nodig?
A
10
B
20
C
25
D
30

Slide 16 - Quizvraag

Je had een doos met daarin 142 kerstchocolaatjes
meegenomen naar de klas.
Eind van de les zit er nog de helft in de verpakking,
Hoeveel chocolaatjes zijn dat nog?
A
84
B
71
C
68
D
57

Slide 17 - Quizvraag

In de kerstvakantie boek je een hotel.
Per nacht betaal je € 99,-.
Je logeert er 5 nachten.
Hoeveel moet je er betalen?
A
456
B
595
C
466
D
495

Slide 18 - Quizvraag

Fijne feestdagen!

Slide 19 - Tekstslide

Je hebt voor bij het kerstdiner een taart gemaakt. Uit de taart kunnen 12 stukken. 75% van de taart is op. Hoeveel stukjes zijn er nog over?
A
9
B
3
C
8
D
4

Slide 20 - Quizvraag