419 Engels week 2.7 schrijven

English
week 2.7
writing
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

English
week 2.7
writing

Slide 1 - Tekstslide

aims
after today's lesson:
- you know all about wordorder
- you have practiced on forms and creative writing

Slide 2 - Tekstslide

programme
1. writing test next week
2. previous lesson
3. wordorder
4. practice

Slide 3 - Tekstslide

writing test next week
during the lesson
log in in Teams
switch on camera and microphone
hand in test before end of lesson on Cum Laude

Slide 4 - Tekstslide

writing test next week
preparation: watch a movie
- what movie have you seen?
- when and where?
- what is it about?

Slide 5 - Tekstslide

last week - past simple
It happened in the past 
(and now it is over, the timeframe has closed)
verb+ed (2nd verb)

Slide 6 - Tekstslide

last week - present perfect
It has started in the past
(it is still going on, the timeframe hasn't closed yet)

has/have + verb-ed (3rd verb)

Slide 7 - Tekstslide

examples
I wrote the email yesterday (time mentioned)
In Rome, I bought a coffee at the 'Piaza Navona' (timeframe closed)
I have met my wife 9 years ago (effect still there)
I have been a teacher for 5 years now (timeframe still open)

Slide 8 - Tekstslide

grammar - wordorder
what do you know about wordorder in English?

Slide 9 - Tekstslide

wordorder
SVO-language
Subject - Verb - Object
I (S) buy (V) a car (O)
I (S) could have bought (V) a car (O)

Slide 10 - Tekstslide

wordorder
object: meewerkend voorwerp/lijdend voorwerp
mv: aan of voor wie je iets doet
lv: wat je doet

Slide 11 - Tekstslide

wordorder
object: meewerkend voorwerp/lijdend voorwerp
mv: aan of voor wie je iets doet
lv: wat je doet
Ik kocht een bos bloemen voor mijn vrouw

Slide 12 - Tekstslide

wordorder
object: meewerkend voorwerp/lijdend voorwerp
mv: aan of voor wie je iets doet
lv: wat je doet
Ik kocht een bos bloemen voor mijn vrouw
een bos bloemen = lv
voor mijn vrouw = mv

Slide 13 - Tekstslide

wordorder
object: meewerkend voorwerp/lijdend voorwerp
mv: aan of voor wie je iets doet (indirect object)
lv: wat je doet (direct object)
Ik kocht een bos bloemen voor mijn vrouw
een bos bloemen = lv
voor mijn vrouw = mv
I bought my wife a bunch of flowers

Slide 14 - Tekstslide

wordorder
Subject - Verb - Indirect Object - Direct Object
I (S) bought (V) my wife (IO) a bunch of flowers (DO)
She (S) made (V) me (IO) a cake (DO)
The hospital (S) didn't offer (V) her (IO) the job (DO)
but:
She (S) made (V) a cake (DO) for me (IO)
The hospital (S) didn't offer (V) the job (DO) to her (IO)

Slide 15 - Tekstslide

wordorder
I bought my wife a bunch of flowers
-> how - where - when?

Slide 16 - Tekstslide

wordorder
I bought my wife a bunch of flowers
-> how - where - when?

- how: with great pleasure
- where: at the florist's
- when: yesterday

Slide 17 - Tekstslide

wordorder
I bought my wife a bunch of flowers
-> how - where - when?

at the end of the sentence

Slide 18 - Tekstslide

wordorder
I bought my wife a bunch of flowers
-> how - where - when?

at the end of the sentence:

I bought my wife a bunch of flowers with great pleasure at the florist's yesterday

Slide 19 - Tekstslide

wordorder
subject- verb - object - place - time
or:
wie doet wat waar wanneer

Slide 20 - Tekstslide

questions?

Slide 21 - Tekstslide

practice
1. fill in a form
I'll send you a link to form, fill it in

Slide 22 - Tekstslide