4 Leesvaardigheid GL Advertentie les 1

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid Advertentie 1.4
Welkom
ga rustig op je vaste plek zitten
werkboek en etui op tafel
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 4

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid Advertentie 1.4
Welkom
ga rustig op je vaste plek zitten
werkboek en etui op tafel

Slide 1 - Tekstslide

3BB introductieles
Vandaag - Leesvaardigheid 4 Samenvatten 1.3 en advertentie 1.4
  • Leesvaardigheid - advertentie 1.4
  • Het nodige aan theorie herhalen

Slide 2 - Tekstslide

3BB introductieles
Leerdoelen Leesvaardigheid - Advertentie 1.4
Paragraaf 1.4 Leesvaardigheid - Advertentie (blz. 57)

  • De functie van beeld in een advertentie bepalen
  • De doelgroep van een advertentie bepalen
  • Het tekstdoel van een advertentie bepalen
  • Het verschil tussen commerciële en ideële reclame

Slide 3 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 
Advertentie blz. 59






  • In het Centraal Examen (CE) staat altijd een advertentie of reclametekst
     waarover je een aantal vragen krijgt.  Een advertentie of reclame brengt een product, dienst of idee onder de aandacht.
  • Er zijn twee soorten reclame:
    1. commerciële reclame probeert je over te halen een product te kopen
    2. ideeële reclame probeert je gedrag, opvattingen, je manier van denken te veranderen.

Slide 4 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 - Advertentie tekstdoelen






Bijna altijd wordt er op het examen gevraagd naar het (tekst)doel van een advertentie. Het tekstdoel van een advertentie is vooral om te activeren/aansporen om iets te kopen of om te doen.

Maar vaak zitten er ook andere doelen in zoals:
  • informeren
  • overtuigen
  • een mening laten overnemen
  • amuseren

Slide 5 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 - Advertentie Tekstdoel






In het examen wordt vaak vragen gesteld over de functie van een foto (beeld) in een advertentie. Mogelijke functie van eenEen advertentie bestaat uit een korte tekst en een afbeelding, vaak een foto. De afbeelding kan verschillende functies hebben:
  • de aandacht trekken; 
  • extra informatie toevoegen.
  • de naam van de adverteerder toelichten
  • de tekst verduidelijken

Slide 6 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 - Advertentie
Doelgroep blz. 60






De doelgroep is de groep mensen voor wie de reclame bedoeld is. De doelgroep kan algemeen zijn, maar ook specifieker.

Wordt er in het examen gevraagd voor wie de advertentie bestemd is?  Zoek dan naar stukjes tekst waaruit je dit kunt afleiden.
Bijvoorbeeld:
  • Als een advertentie in straattaal geschreven is, dan is deze waarschijnlijk bedoeld voor jongeren. 
  • Is de tekst formeler en gaat het bijvoorbeeld over 'uw kleinkinderen', dan is de advertentie waarschijnlijk bedoeld voor oudere mensen.

Slide 7 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 - Advertentie






Slide 8 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Advertentie  1.4
Aan de slag






  • Maak opdracht 2, 3, 5, 6, 10, 11 t/m 13 (blz. 58 t/m 62)

Slide 9 - Tekstslide

3BB introductieles
Vandaag - SE schrijfvaardigheid bespreken
  • '4 ogen nagekeken'
  • Inhoudelijk waren we op zoek naar twee problemen:
  •  - geen doggybag gekregen: oplossing -> geef klanten doggybag
      - geen klantvriendelijke ober: oplossing ->
        aanspreken/excuus/korting/training/geld terug/ etc
  • We zijn hierbij redelijk flexibel geweest.
  • 2 weken of twee weken is allebei goed.

Slide 10 - Tekstslide

3BB introductieles
Vandaag - SE schrijfvaardigheid bespreken
Taalgebruik
  • Consequent verkeerd gebruik van hoofdletter in het midden van een woord = 1 spellingfout
  • Consequent gebruik van 'me', der' = 1 formuleringsfout
  • Punt én hoofdletter vergeten is óf interpunctiefout, óf
     spellingfout.
     (We hebben positief gerekend)
  • klagen over, ontevreden over, tot een oplossing komen,
     uitlachen om, bezoek aan
  • het restaurant, deze e-mail
  • lange zinnen met meerdere signaalwoorden = formuleringsfout

Slide 11 - Tekstslide

3BB introductieles
Vandaag - SE schrijfvaardigheid bespreken
Conventies.
  • Beste mevrouw Groen,
  • Beste Amanda Groen,
  • Beste Mevrouw Groen,
  • Beste meneer Groen,

Slide 12 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Samenvatten 1.3 blz. 50
De examenvragen over samenvatten kunnen verschillende vormen hebben:
  • meerkeuzevragen: je moet één of meerdere antwoorden kiezen (zie paragraaf 1.2);
  • volgordevragen: je moet de antwoorden in de juiste volgorde zetten;
  • schema-vragen: je moet de hoofdzaken in een schema invullen;
  • open vragen: je moet zelf het juiste antwoord opschrijven in één of enkele hele zinnen.

Slide 13 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.4 - Advertentie
Doelgroep blz. 60





Slide 14 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Huiswerk bespreken
Wat voor vragen over samenvatten had je bij opdracht 7
  • meerkeuzevragen
  • volgordevragen
  • schema-vragen
  • open vragen

  • Antwoorden bespreken opdracht 7

Slide 15 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Huiswerk bespreken
Maken opdracht 8 en 9 blz. 53

Slide 16 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Samenvatten 1.3
Hoofd- en bijzaken blz. 49






Niet alle informatie in een tekst is even belangrijk.
  • De belangrijkste informatie in een tekst of alinea noem je de
     hoofdzaak. De hoofdzaak van een tekst staat vaak in de eerste
     of laatste alinea.
     De hoofdzaak van een alinea noemen we de kernzin.
     De kernzin staat vaak vooraan of achteraan in de alinea.
  • De minder belangrijke informatie noem je bijzaken. In alinea’s zijn dat de zinnen die een toelichting zijn op de kernzin. In een samenvatting kun je die toelichting weglaten.

Slide 17 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Samenvatten 1.3
Aan de slag






  • Maak opdracht 1 t/m 6 (blz. 48 t/m 52
  • Huiswerk opdracht 7 (blz. 52)
timer
15:00

Slide 18 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid les 3 bedoeling van inleiding en slot
  • De inleiding van een tekst (eerste alinea)
  •  De schrijver noemt het onderwerp van de tekst en wil de  interesse van de lezer wekken (nieuwsgierig maken).   Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:

    - een gebeurtenis beschrijven;
    - een mening over het onderwerp geven;
    - een vraag over het onderwerp stellen.

Slide 19 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid les 3 bedoeling van inleiding en slot
  • Het slot van een tekst (de laatste alinea)
  •  De schrijver rondt de tekst af. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:

     - de belangrijkste informatie uit de tekst kort samenvatten;
     - een conclusie trekken;
     - een aanbeveling doen (advies geven)

Slide 20 - Tekstslide

3BB introductieles
Aan de slag
  • Klassikaal opdracht 24 (blz. 30) maken
  • Maak zelfstandig in je werkboek of op je laptop/Ipad:
    1.2 Tekstbegrip
  •       Opdracht 25 t/m 34  blz. 31 t/m 36 (dit is in Talent Online de module lezen)

  • Heb je een vraag steek dan je vinger op, dan kom ik helpen.
  • In je werkboek vanaf blz. 72 kan je heel veel informatie terugvinden.

  • Nog niet aangemeld in Max Talent. 
    Ga naar Magister->Leermiddelen-> Talent Online -> Profiel (rechtsboven)
    -> klascode= 903907 -> Lesstof -> Module lezen 

Slide 21 - Tekstslide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - het onderwerp
Even herhalen.

  • Met het onderwerp van een tekst bedoelen we: waar gaat de hele tekst over
  • Het onderwerp is vaak te vinden in de titel en/of de inleiding.

Slide 22 - Tekstslide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid Samenvatten 1.3
  • Volgende SE Gespreksvaardigheid (De Podcast) in de SE-week van 23 - 25 maart
  • Ook oefenen we de komende weken een oud SE Leesvaardigheid
  • Verder blijven we werken aan Schrijfvaardigheid
  • Leesvaardigheid en schrijfvaardigheid zijn de belangrijkste
     onderdelen van het centraal examen Nederlands.

Slide 23 - Tekstslide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - de Hoofdgedachte
Even herhalen.
  • De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van een tekst, samengevat in één of twee zinnen. Het is het antwoord op de vraag: "Wat is het belangrijkste dat de schrijver over het onderwerp wil vertellen?". Je vindt de hoofdgedachte vaak in de inleiding of slotparagraaf.
  • Hoe vind je de hoofdgedachte?
  • Stel de juiste vragen: Vraag jezelf af: "Wat is het onderwerp van de tekst?" en "Wat wordt er over dat onderwerp gezegd?".
  • Lees de eerste en laatste alinea: Hierin staat vaak de kern van de boodschap. Soms moet je de informatie uit beide alinea's combineren.
  • Kijk naar de titel: Soms is (een deel van) de hoofdgedachte al in de titel te vinden.
  • Formuleer in één zin: Een goede hoofdgedachte is een volledige, duidelijke zin. 
  • Tip: De hoofdgedachte is nooit een vraag. 

Slide 24 - Tekstslide

3BB introductieles
4  Leesvaardigheid - herhalen onderwerp en hoofdgedachte
  • Het onderwerp van een tekst: waar gaat de tekst over.

  • De hoofdgedachte van een tekst vind je door antwoord te geven op de vraag: 
    'Wat is het belangrijkste dat de schrijver over dat onderwerp wil zeggen?'

  • Je schrijft dit antwoord op in één zin.

  • Let op: De hoofdgedachte is nooit een vraag! 

Slide 25 - Tekstslide

3BB introductieles
4  Leesvaardigheid - herhalen onderwerp en hoofdgedachte (voorbeeld)
  • Het onderwerp van tekst 1: waar gaat de tekst over.
      => Kinderboeken voor Afghanistan

  • De hoofdgedachte van een tekst 1 vind je door antwoord te geven op de vraag: 
    => 'Wat is het belangrijkste dat de schrijver over kinderboeken voor Afghanistan wil zeggen?'

  • Je schrijft dit antwoord op in één zin.
     => Van Lezen vergroot de welvaart van een land.

  • Let op: De hoofdgedachte is nooit een vraag! 

Slide 26 - Tekstslide

3BB introductieles
Leesvaardigheid Tekstdoelen - blz 75
     Even herhalen
Tekstdoelen
tekstsoort
doel van de schrijver
Informeren
informatieve tekst
- de lezer informatie geven
- de lezer instructie geven
Overtuigen
overtuigende tekst
de lezer overtuigen van zijn mening
Activeren
activerende tekst
de lezer overhalen om iets te doen
Amuseren
amuserende tekst
de lezer vermaken

Slide 27 - Tekstslide