E. Architecturen - E2. Security

Testen voorkennis
E1. Hard-en software

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorInformaticaVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Testen voorkennis
E1. Hard-en software

Wat voor soort interface is een infrarood sensor?

A

D. user interface

B

C. software interface

C

B. hardware-software interface

D

A. hardware interface

Met welke vormen van geheugen werkt de processor voortdurend samen? Meerdere antwoorden mogelijk.

A

RAM

B

ROM

C

Cache

D

SSD

Stellingen:
Stelling I "De processor en het intern geheugen horen bij kernapparatuur".

Stelling II "Het extern geheugen, GPS-chip en WiFi-chip horen bij randapparatuur".

A

Stelling I is waar.

B

Stelling II is waar.

C

Beide stellingen zijn onwaar.

D

Beide stellingen zijn waar.

Er is momenteel een overgang gaande van 4G naar 5G. De belofte is dat 5G sneller zal zijn dan 4G. Wat kun je dan zeggen over de frequentie van 5G?

A

De frequentie van 5G is hoger dan de frequentie van 4G.

B

De frequentie van 5G is gelijk aan de frequentie van 4G.

C

De frequentie van 5G is lager dan de frequentie van 4G.

D

De frequentie heeft hier niets mee te maken.

Geef een voorbeeld van een apparaat dat een moederbord heeft met een system-on-a-chip (SOC). Meerdere antwoorden mogelijk.

A

Mobiel

B

Pinpas

C

Moederbord

D

Raspberry Pi

Wat kun je kopen voor een beter WiFi-signaal?

A

D. Switch

B

B. Router

C

A. Repeater

D

C. Modem

E2. Security

Wat weet je al over beveiliging gerelateerd aan informatica?

Lesdoelen

Dit ga je leren in het onderdeel digitale veiligheid:

  1. Je kent de drie beveiligingsaspecten vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid.

  2. Je kunt verschillende vormen van authenticatie noemen.

  3. Je weet wat two factor authentication betekent.

  4. Je weet het verschil tussen authenticatie, identificatie en verificatie.

Slide titel

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.