berekeningen met elektrische stroom

elektrische stroom paragraaf 2.1
  • Telefoon in de telefoontas
  • Ga zitten volgens de plattegrond
  • Pak je schrift en je pen.
Proefwerk 2 Elektriciteit
Nodig voor deze les:
  • pen - potlood
  • schrift

Wat gaan we doen:
  • Berekenen vermogen
  • berekenen weerstand
  • berekenen elektrische energie
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

elektrische stroom paragraaf 2.1
  • Telefoon in de telefoontas
  • Ga zitten volgens de plattegrond
  • Pak je schrift en je pen.
Proefwerk 2 Elektriciteit
Nodig voor deze les:
  • pen - potlood
  • schrift

Wat gaan we doen:
  • Berekenen vermogen
  • berekenen weerstand
  • berekenen elektrische energie

Slide 1 - Tekstslide

Begin vraag (maken in je schrift)
Noteer vijf apparaten die je in huis hebt die op elektrische stroom werken en die er voor zorgen dat de elektrische energie wordt 
omgezet in warmte


Noteer de spanning (hoeveel volt) er wordt geleverd door het
stopcontact (dit noemen we het lichtnet)

Slide 2 - Tekstslide

Doelen van deze les
  • Leren wat elektrische stroom is en doet.
  • Herhalen van het begrip stroomkring
  • Herhalen van het begrip Stroomsterkte
  • Herhalen van begrip Spanning

Slide 3 - Tekstslide

Stroomkring
Om elektrische stroom te kunnen gebruiken moet je een gesloten stroomkring hebben.
De stroomkring bestaat uit een aantal onderdelen.
Minimaal uit: 
  • een spanningsbron (zorgt voor het bewegen van de elektronen)
  • een elektrisch apparaat (gebruikt de elektrische stroom)
  • twee stroomdraden

De onderdelen noemen we elektrische componenten

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

C.v. installatie als model voor de stroomkring
-Spanningsbron; brander (geeft energie mee)
-Stroom; het water (transporteert energie)
-Schakelaar; radiator knop (onderbreekt de kring).
-Lampje; de radiator (hier wordt de energie afgegeven)

Slide 6 - Tekstslide

Wat geeft de ampère meter aan?

Slide 7 - Tekstslide

Wat geeft de ampère meter nu aan?

Slide 8 - Tekstslide

Wat geeft de Ampère meter aan?

Slide 9 - Tekstslide

Wat geeft deze Ampère meter aan
A
2,5 A
B
0,25 A
C
0,025 A
D
Dat is niet met deze opstelling te zeggen

Slide 10 - Quizvraag

Geef nu antwoord in milli Ampère
0,025 A= ... mA
A
0,25mA
B
2,5 mA
C
25 mA
D
250 mA

Slide 11 - Quizvraag

Omrekenen
Net als bij de meter kun je omrekenen van kilo naar milli.
Het woord kilo betekent 1000 en het woord milli betekend 1/1000 deel.







Voorbeeld 1 omrekenen van 0,025 A naar milli ampère (mA)
Voorbeeld 2 omrekenen van 400 A naar kilo Ampère (kA)



kilo
hecto
deca
---
deci
centi
milli
0,025
0,25
2,5
25
0,4
4
40
400
<-- :10
x10 -->

Slide 12 - Tekstslide

De grootheden met de eenheden
Stroomsterkte:
Symbool is de hoofdletter I (ie)
De eenheid is de Ampère met de afkorting A
De stroomsterkte geeft aan hoeveel stroomdeeltjes er per seconde door de stroomdraad gaan.

Spanning:
Symbool is de hoofdletter U
De eenheid is de Volt met de afkorting V
De spanning geeft de snelheid van de stroomdeeltjes weer

Slide 13 - Tekstslide

De stroomsterkte in een serieschakeling
.
Er wordt geen stroom verbruikt door de lampjes.
De stroomsterkte is overal gelijk

Slide 14 - Tekstslide

De stroomsterkte in een parallelschakeling
Itt = I1 + I2 + I3
Om de totale stroomsterkte te krijgen mag je de verschillende takken bij elkaar optellen.

Slide 15 - Tekstslide

Toepassingen
Toepassingen serie schakelingen; 
  • kerslampjes,
  • batterijen bij speelgoed, 
  • ampèremeter.


Toepassingen parallelschakelingen: 
  • lampen in het lokaal, 
  • stopcontacten, 
  • groepen in de meterkast.

Slide 16 - Tekstslide