BRAND

Woensdag : 28 januari 2026
1: Wiskunde - getalbegrip 
2: Actua - karrewiet
3: FFO - opdracht
4: fruit - opdracht afwerken
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
GasvSecundair onderwijs

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Woensdag : 28 januari 2026
1: Wiskunde - getalbegrip 
2: Actua - karrewiet
3: FFO - opdracht
4: fruit - opdracht afwerken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Actua - brand 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Branddriehoek wat is het?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Branddriehoek
Brand ontstaat nooit zomaar. Iets kan alleen branden als de branddriehoek compleet is.

- Er is een brandbare stof.
- Er is zuurstof.
- De temperatuur waarop een stof gaat branden, is bereikt.


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dit hoort niet in de branddriehoek:
Brandstof
Zuurstof
Ontbrandings Temperatuur
Voedsel
warmte
Koud
smelten
Dichtheid

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de beste definitie van brandbestrijding?
A
Blussen
B
De branddriehoek verbreken
C
zuurstof weghalen
D
zuurstof toevoegen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 14 - Tekstslide

Bespreek:
Billy weet wat je moet doen bij gevaar.

Vraag:
Wat is hier het gevaar?
Antwoord: Het gevaar is de hete theepot. Het meisje heeft de theepot gepakt en door de hitte laten vallen. Daarbij heeft ze zich aan haar vinger gebrand.

Wie heeft zich ook weleens aan iets gebrand? Waaraan?

Weet jij wat het meisje moet doen?
Antwoord: Klik op nummer 1 en je ziet dat er water uit de kraan komt.

Als je je hebt gebrand aan de hete kachel of de hete pan, ga je koelen onder de kraan.

Slide 15 - Tekstslide

Vertel:
Je bent op school en opeens klinkt er een hard geluid. Klik op het geluidsicoon.

Vraag:
Wat is dit voor lawaai? Heb je dat weleens gehoord? En weet je ook waar je dit geluid hebt gehoord?
Antwoord: Dat is het alarm op school. Dat klinkt anders dan het alarm thuis! Het alarm op school klinkt nog veel harder. Dat komt omdat daar veel meer mensen zijn. En dus ook veel meer geluiden. Je moet het alarm wel kunnen horen.

Vertel:
Als je thuis of op school het alarm hoort, ga je snel naar een veilige plek. Bijvoorbeeld buiten op het grasveld voor het huis of op het schoolplein bij de fietsenstalling. Op deze plek kijk je of iedereen veilig buiten is en bel je het noodnummer 112.

Doen:
Ontdek de stappen 'wat te doen bij het ontruimingsalarm op school', door te  luisteren naar het ontruimingslied. 
Klik hiervoor op het geluidsicoon. 
Beeld de stappen, samen met de kinderen uit, tijdens het luisteren naar het lied.
Of bekijk de animatie bij het liedje door op de link onder het oogje te klikken.

Lesidee:
Oefen het ontruimingsplan met de klas en/of met de hele school.

Wat is het grootste gevaar bij brand?
A
De vlammen
B
De hitte
C
De rook

Slide 16 - Quizvraag

Quizvraag:
Wat is het grootste gevaar bij brand? 
Antwoord: C. De rook.

Alle drie zijn gevaarlijk bij brand, maar rook is de gevaarlijkste. Na de volgende vraag horen de leerlingen waarom rook zo gevaarlijk is. 


Vlam in de pan
Vetten kunnen ook ontbranden. Zo kun je vlam in de pan krijgen. 

Vlam in de pan doof je nooit met water. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een nooduitgang moet altijd geopend kunnen worden:
A
Vanuit zowel de binnen-als de buitenzijde
B
Alleen vanuit de binnenzijde
C
Alleen vanuit de buitenzijde
D
Met de BHV sleutel

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor gebruikt u een blusdeken?
A
Het blussen van een gasbrand
B
Het inwikkelen van in brand staande personen
C
Om het slachtoffer te beschermen tegen onderkoeling
D
Voor het blussen van een metaalbrand

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk blusmiddel mag u zeker niet gebruiken bij brand in een elektriciteitskast?
A
Poeder
B
Sproeischuim
C
Water
D
Co2

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Introduceer Video:
In deze video zie je hoe een kleine brand zich in een paar minuten ontwikkelt naar een grote brand. 
Er is genoeg zuurstof. In beeld zie je de tijd meelopen en zie je de temperatuur oplopen. Let goed op de rookontwikkeling en hoe deze zich door de kamer verplaatst. Er staan maar weinig spullen in deze woonkamer.

Vraag:
Als er meer spullen in de kamer staan, ontwikkelt de brand zich dan sneller of langzamer?
Antwoord:
De brand ontwikkelt zich sneller.

En als de ramen en deuren dicht zouden zitten?
Antwoord:
De brand ontwikkelt zich langzamer.

Vertel:
Je zag hoe de rook zich eerst naar boven verspreidde, daarna verplaatste de rook zich van boven naar beneden in de ruimte. Rook is levensgevaarlijk, rook moet je niet inademen. Ga snel weg uit de ruimte en blijf laag bij de grond. De temperatuur is daar lager, je hebt meer zicht.

Hoeveel tijd heeft de brandweer gemiddeld nodig om bij brand ter plaatse te komen?
A
Ongeveer 5 minuten
B
Ongeveer 8 minuten
C
Ongeveer 15 minuten

Slide 22 - Quizvraag

Quizvraag:
Hoeveel tijd heeft de brandweer gemiddeld nodig om bij brand ter plaatse te komen? 
Antwoord: B. Ongeveer 8 minuten
  • Als je het alarmnummer belt, dan wordt de dichtstbijzijnde brandweer gewaarschuwd. 
  • De brandweermensen komen naar de brandweerkazerne toe, trekken hun veiligheidskleding aan en stappen in de brandweerauto.
  • Voordat de auto op pad gaat, zijn er al vaak 5 minuten verstreken na de melding van de brand. 
  • Daarna moet de weg worden afgelegd naar de plek waar de hulp nodig is. Hoe verder de brand van de kazerne af is, hoe langer het duurt voor de brandweer ter plaatste kan zijn. Gemiddeld is het 8 minuten, maar het kan ook 15 minuten duren. Bijvoorbeeld als het heel druk is in het verkeer.

Slide 23 - Tekstslide

Video:
Bekijk de video 'brandweerman'

Vertel:
Als je de brandweer belt, dan gaan de brandweermannen en-vrouwen zo snel mogelijk naar de brandweerkazerne. In de brandweerkazerne trekken ze een speciaal brandweerpak aan. Dat pak zorgt ervoor dat de brandweermensen veilig een brand kunnen gaan blussen.

In het filmpje zag je hoe ze dit pak snel aan deden.

Vertel over het veiligheidspak:
  • De laarzen hebben een hele harde 'neus' en beschermen de voeten.
  • De broek en de jas beschermen het lichaam tegen het hete vuur.
  • De helm beschermt zijn hoofd. 
  • Wist je dat de helm en de strepen op het pak lichtgeven in het donker?
  • Het masker en de fles vol lucht zorgen ervoor dat de brandweerman niet, de gevaarlijke, rook hoeft in te ademen.
Lesidee: 
Als je een fysiek pak tot je beschikking hebt, kun je ook het pak echt aantrekken en laten zien.

Slide 24 - Tekstslide

Vraag:
Herken jij de gevaren in deze tekening? 

Geef de leerlingen hier enige tijd voor.

Op de volgende slide zijn icoontjes te vinden met de juiste antwoorden. 

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Als je een brand blust met water, dan dooft het vuur omdat:
A
je de zuurstof weg haalt
B
je de brandstof weg haalt
C
water een niet brandbaar laagje over je huis legt
D
je afkoelt tot onder de ontbrandingstemperatuur

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke brandvoorwaarde wordt weggenomen bij blussen met een blusdeken?
A
Zuurstof
B
Ontbrandingstem-peratuur
C
Brandbare stof

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik blaas een kaars uit. Welk onderdeel van de branddriehoek haal ik hier weg?
A
Brandstof
B
Zuurstof
C
Ontbrandings-temperatuur

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik zet een potje over een brandende kaars. De kaars gaat uit. Welk onderdeel van de branddriehoek haal ik weg?
A
Brandstof
B
Zuurstof
C
Ontbrandings-temperatuur

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kun je het beste een vetbrand blussen (bv vlam in de pan)?
A
1. gas uitdraaien 2. deksel op de pan
B
1. gas uitdraaien 2. water erop gooien
C
1. de pan oppakken en naar buiten brengen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rook is GIFTIG
Is er altijd rook wanneer er brand is?​
Ja, waar vuur is, is ook rook. Verbranding is een chemische reactie met rook en as als eindstoffen. Die rook kan zich razendsnel tot wel honderden meters verspreiden.
 


De gezondheidseffecten van rook:​
  • Brandende & tranende ogen​
  • Kortademigheid, hoesten​
  • Mond en stembanden kunnen ten gevolge van hete rook verbranden​
  • Toevoer van zuurstof naar de organen ernstig belemmerd wordt​
  • Blijvend letsel zoals overgevoeligheid en zelfs ontstekingen van de luchtwegen.​










Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke brandblusser
Het is best ingewikkeld om te onthouden. Gebruik deze vuistregels:​



  • Water alleen bij vaste stoffen. ​
  • In gebouwen hangt het juiste middel op de juiste plek. En is dus daar te gebruiken.​
  • Apparaten doen het ongeveer 30 seconden. Tank leeg en brand nog niet uit? WEGWEZEN !!!​
  • Alarmeer ALTIJD de brandweer, ook als je gaat blussen. Better safe than sorry.​
  • Doe een BHV-training zodra je de kans krijgt. 










Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brandklasse en brandblusser

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
kers
B
meloen
C
kiwi
D
druif

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
aardbei
B
citroen
C
appelsien
D
mango

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
aardbei
B
citroen
C
appelsien
D
mango

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk fruit eet jij graag?
Ik eet graag...

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel maaltijden eet jij per dag?
(geen snacks)
03

Slide 39 - Poll

Deze slide heeft geen instructies