Sanitair schoonmaken (microvezel)

Les: gebruik van microvezel bij schoonmaak van sanitair
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo lwooLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les: gebruik van microvezel bij schoonmaak van sanitair

Slide 1 - Tekstslide

Instructie
Welkom! Inmiddels zijn we halverwege het schooljaar en moeten jullie het onderdeel sanitair schoonmaak inmiddels aardig onder de knie hebben. Er zijn meerdere onderdelen, maar dit onderdeel is het lastigst omdat de volgorde vrij uitgebreid en best lastig te onthouden is. Daarom deze les: lees alles  goed door en maak de vragen serieus zonder in het boekje te spieken. Je kunt deze les herhalen zo vaak als nodig!

Slide 2 - Tekstslide

Traditioneel schoonmaken
Wat is het? Dit is de manier van vroeger. Je gebruikt een emmer water en schoonmaakmiddelen (meestal uit een plastic fles). Het is een veel-water-methode.
Ook gebruik je: doekjes, sponsjes, emmers en 
borstels.
Schoonmaakmiddelen ruiken lekker en  daarom lijkt iets vaak schoon, ook als dat niet zo is.

Slide 3 - Tekstslide

Schoonmaken met microvezel
Wat is dit? Hierbij gebruiken we speciale microvezel materialen. Op deze manier maken wij op school het sanitair schoon.
Je gebruikt bij deze manier van schoonmaken weinig water        
(= klamvochtig). 
Je gebruikt GEEN schoonmaakmiddelen.

Je vraagt je nu natuurlijk af: 'Wordt iets dan wel schoon zonder schoonmaakmiddelen ?'

Slide 4 - Tekstslide

Waarom met microvezel iets wel schoon wordt zonder schoonmaakmiddelen:
1. Je maakt schoon door middel van BEWEGING
2. Een doek met microvezel bestaat uit veel héle kleine vezeldraadjes die op veel plaatsen gebroken zijn (=alleen te zien met een microscoop!)
3. Doordat de vezeldraadjes gebroken zijn ontstaan er 'scherpe' hoekjes
4. Scherpe hoekjes maken krassen in vuil
5. Stukjes vuil blijven aan de hoekjes kleven
6. Vuil plakt vast aan de microvezeldoek

Slide 5 - Tekstslide

Dus dáárom:
Best ingewikkeld hoe zo'n doekje dan precies werkt. 
Maar ik denk dat je nu begrijpt waarom het met microvezel anders werken is dan op de 'traditionele' manier.


Slide 6 - Tekstslide

Belangrijk om te weten:
- Je kunt een microvezeldoekje droog of klamvochtig gebruiken
- Op school gebruiken wij ROOD/ROZE en BLAUW en GROEN
- ROOD/ROZE voor de vieze dingen zoals het toilet, wielen van de rolstoel of matras van een verpleeghuismatras
- Je hebt geen emmer water nodig omdat je de doekjes voor het gebruik klamvochtig maakt

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Belangrijk!
Bij een examen wordt er goed gekeken of je het doekje op de juiste manier vouwt en dus regelmatig een schone 'kant' gebruikt. Dit is om te voorkomen dat je het vuil alleen maar verplaatst. Als je op de juiste manier vouwt dan kun je één doekje dus op 16 manieren gebruiken!

Slide 9 - Tekstslide

Hoe vaak maak je sanitair schoon?
In de groothuishouding moeten toiletten minimaal een keer per dag gereinigd worden. Op sommige locaties wel vaker!

Het schoonmaken doe je in een bepaalde volgorde, zo weet je zeker dat je niets vergeet. De volgorde is soms lastig te onthouden maar oefening baart kunst!

Slide 10 - Tekstslide

Algemene richtlijnen
In principe werken we altijd:

- van buiten naar binnen
- van hoog naar laag
-van schoon (minst vuil) naar vuil

Slide 11 - Tekstslide

Hoe ziet het reinigingsmiddel voor sanitair onderhoud er uit?
A
blauw
B
rood/roze
C
groen
D
geel

Slide 12 - Quizvraag

Waarmee maak je de spiegel schoon?
A
rode microvezeldoek
B
blauwe microvezeldoek
C
blauwe glasdoek
D
handpad

Slide 13 - Quizvraag

Wordt een glasdoek nat of droog gebruikt?
A
droog
B
nat

Slide 14 - Quizvraag

Bij reinigen van sanitair zijn de microvezeldoekjes 'klam vochtig'. Wat betekent dat?

Slide 15 - Open vraag

Zet in de juiste werkvolgorde:
(afvalzak vervangen / handschoenen aan / kijken, denken, doen / losliggend vuil opvegen met stoffer&blik / gevarenbord plaatsen / toilet doortrekken / controleer of je iets moet bijvullen)

Slide 16 - Open vraag

Zet in de juiste werkvolgorde:
(borstel de wc pot / borstel laten staan in de pot / sanitair reiniger in de pot spuiten)

Slide 17 - Open vraag

Zet in de juiste werkvolgorde:
(spiegel schoonmaken / handpad uitspoelen / met de handpad tegelwand, kraan, wasbak, onderkant zeepapparaat / handpad vochtig maken)

Slide 18 - Open vraag

MET RODE WERKDOEK AFNEMEN
Zet in de juiste werkvolgorde:
(tegelwand boven wastafel en kraan / afvalbak / deurklinken en vingertasten / dispensers / wastafel onder-boven en binnenkant)

Slide 19 - Open vraag

Zet in de juiste werkvolgorde:
(toilet borstelen-doortrekken-borstel eruit / steel wc borstel afnemen / hygiëne box /
plankje-wc rolhouder-doorspoelknop)

Slide 20 - Open vraag

Zet in de juiste werkvolgorde:
(tegeltjes achter en naast het toilet / wc bril boven en onderkant / vloer moppen / wc pot buiten- boven en binnenkant)

Slide 21 - Open vraag

Wat doe nadat je het toilet hebt doorgetrokken, de ruimte/vloer hebt gecontroleerd (en evt. vuil hebt opgeveegd),bijgevuld en afvalzak hebt vervangen?
A
spiegel schoonmaken
B
sanitair reiniger in de wc pot en borstelen
C
met de handpad de wasbak schoonmaken

Slide 22 - Quizvraag

Wat maak je schoon met een handpad?
A
tegelwand, wc pot, plankje
B
tegelwand, kraan, wastafel, onderkant zeepapparaat
C
vloer en tegelwand

Slide 23 - Quizvraag

Welke kant van de handpad gebruik je?
A
gladde kant
B
ruwe kant

Slide 24 - Quizvraag

Waarom gebruiken we eerst een handpad voor het reinigen van zeep apparaat, kraan en de wasbak?
A
gewoonte
B
los poetsen van kalk en zeep resten
C
dan gaat alles glimmen

Slide 25 - Quizvraag

Voor de reiniging van sanitair gebruik je een ___________ microvezel doek
A
rode
B
blauwe

Slide 26 - Quizvraag

Voor het reinigen van je werkmateriaal gebruik je de __________ microvezeldoek
A
rode
B
blauwe
C
glas

Slide 27 - Quizvraag

Niet vergeten: 
1.  Persoonlijke bescherming en hygiene: handschoenen aan, haar in een staart en uit het gezicht, geen sieraden en horloges om. 
2. Tijdens examen speciale werkkleding aan!
2. KIJKEN, DENKEN, DOEN
3. Juiste materiaal voor ieder onderdeel (let op de juiste kleur van doekjes) 
4. Gebruik dus een droge glasdoek voor de spiegel,  de rode klamvochtige microvezeldoek voor sanitair,  de handpad voor onderkant zeepapparaat, kraan en wasbak (binnen en bovenkant)



Slide 28 - Tekstslide

Niet vergeten:
5. Juiste werkvolgorde EN doekje regelmatig draaien
6. Bij reinigen van toiletpot altijd de één knie houding aannemen 
5. Vergeet nooit om eerst je werk te controleren. Doe daarna pas de rode doek in het was net, anders kan je het werk niet corrigeren!
6. Ben je iets vergeten, zeg dit dan hardop tegen de docent of examinator en doe dat gedeelte wat je vergeten bent alsnog! 

Slide 29 - Tekstslide

Tot slot:
Heb je veel foutjes? Doe de quiz dan nog een paar keer, voornamelijk de werkvolgorde is erg belangrijk en dit is juist het moeilijkst van alles! 

Als het nog lastig is, geen paniek, we oefenen op school regelmatig!

Slide 30 - Tekstslide