2311_quiz ww spelling

Oefenen met de spelling van
werkwoordspelling
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Oefenen met de spelling van
werkwoordspelling

Slide 1 - Tekstslide

TEST

Je ziet steeds het hele werkwoord. Er staat bij welke tijd je moet gebruiken.
Goed lezen dus!

Slide 2 - Tekstslide

VT

Casper (branden) zijn vingers gisteren.
A
brande
B
brandde
C
brandden
D
branden

Slide 3 - Quizvraag

VT DW

Maar iedereen heeft weleens (falen)
A
gefaald
B
gefaalt
C
gefalen

Slide 4 - Quizvraag

VT DW

Ook Marle en Noa hebben (beloven)...
(zin gaat verder op volgende dia)
A
belooft
B
beloovt
C
beloofd
D
beloovd

Slide 5 - Quizvraag

Hele werkwoord

....hun vingers niet meer te (branden)
A
brandden
B
brandde
C
brande
D
branden

Slide 6 - Quizvraag

TT

(vinden) je deze les ook zo leuk?
A
Vin
B
Vint
C
Vindt
D
Vind

Slide 7 - Quizvraag

TT

Finn (vinden) het hopelijk wel wat.
A
vind
B
vint
C
vindt

Slide 8 - Quizvraag

VT

Afgelopen weken (besteden) we veel tijd aan werkwoordspelling
A
besteden
B
besteede
C
besteedden
D
besteeden

Slide 9 - Quizvraag

TT

Als Gabrielle nu eens een beetje (opschuiven).
A
opschuift
B
opschuifd
C
opschuivt
D
opschuivd

Slide 10 - Quizvraag

VT

Piet (verspreiden) vorige week folders.
A
verspreide
B
verspreiden
C
verspreidde
D
verspreidden

Slide 11 - Quizvraag

VT DW

Heeft iedereen zijn naam op de toets
(vermelden)?
A
vermeld
B
vermelt
C
vermeldt

Slide 12 - Quizvraag

VT

Anne (zetten) die van haar er eerder al op.
A
zet
B
zetten
C
zette
D
zat

Slide 13 - Quizvraag

VT DW

Ze zijn daarvoor flink (straffen).
A
gestraft
B
gestrafd
C
gestrafft
D
gestraffd

Slide 14 - Quizvraag

TT

Dit (gebeuren) gelukkig niet meer.
A
gebeurt
B
gebeurd
C
gebeurdt

Slide 15 - Quizvraag

VT DW

Dit is nooit eerder (gebeuren).
A
gebeurt
B
gebeurd
C
gebeurdt

Slide 16 - Quizvraag

VT DW

Hopelijk hebben jullie van deze quiz wat (leren).
A
geleerd
B
geleert
C
geleerdt

Slide 17 - Quizvraag