ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Quiz
Terugblik: Energiestroom en kringlopen
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Quiz
Terugblik: Energiestroom en kringlopen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Arnoldius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een vos eet konijnen die gras eten. Op welk trofisch niveau staat de vos?
Het eerste trofische niveau
Het derde trofische niveau
Het tweede trofische niveau
Het vierde trofische niveau
Gras is niveau 1 (producent), het konijn niveau 2 (planteneter) en de vos niveau 3. Verwachte fout: het tweede niveau kiezen omdat de vos een dier is.
Vul in
Bacteriën bij een diepzeebron zijn chemo-autotroof, een plant is foto-autotroof en een konijn is heterotroof.
Chemo-autotroof: chemische energie als bron. Foto-autotroof: licht. Heterotroof: afhankelijk van organische stof. Verwachte fout: de eerste twee omwisselen.
Waarom raken jonge mezen in problemen als rupsen eerder uitkomen?
Hun voedsel is er niet meer als ze het nodig hebben
Rupsen worden dan giftig voor jonge vogels
Er is dan te veel voedsel en dat blijft onbenut
Bladeren leveren dan minder energie aan de rupsen
Door klimaatverandering vallen het voedselaanbod en de behoefte van de consument niet meer samen; de energiestroom naar de mezen wordt kleiner. Verwachte fout: denken dat meer rupsen altijd gunstig is.
Wat gebeurt er met de BPP en NPP van een gebied na ontbossing?
Alleen de NPP daalt, de BPP blijft gelijk
Beide blijven gelijk, want het licht blijft gelijk
Beide dalen, want er zijn minder producenten
De BPP daalt, maar de NPP blijft ongeveer gelijk
Minder producenten leggen minder energie vast: de BPP daalt, en daarmee ook de NPP. Verwachte fout: denken dat het zonlicht de productie bepaalt en niet het aantal producenten.
Wat is een voorbeeld van energietransitie?
Een land gaat veel meer aardolie en aardgas winnen
Een land stapt over van steenkool op wind en zon
Een centrale gaat meer steenkool verbranden
Een energiebedrijf wisselt van leverancier
Energietransitie is de overgang van fossiele brandstof naar duurzame bronnen. Verwachte fout: elke verandering in energiebeleid een transitie noemen.
Een veen neemt 5 ton C per jaar op en geeft 8 ton C af. Wat is de verandering?
De voorraad neemt met 3 ton C toe
De voorraad neemt met 13 ton C toe
De voorraad neemt met 13 ton C af
De voorraad neemt met 3 ton C af
Verandering van de voorraad = aanvoer min afvoer = 5 - 8 = -3 ton C per jaar, dus een afname. Verwachte fout: optellen (13) of het teken omdraaien.
Nitraat spoelt met regen weg. Welk proces?
Antwoord: uitspoeling. Verwachte fout: denitrificatie noemen, dat zet nitraat om in stikstofgas.
Waar ontstaat methaan door afbraak zonder zuurstof?
In de bladeren bij fotosynthese
In droge zandgrond met veel zuurstof
Bij de nitrificatie in de bodem
In een moeras of de pens van een koe
Methaan ontstaat bij anaerobe afbraak, bijvoorbeeld in moerassen en in de pens van herkauwers. Verwachte fout: denken dat methaan bij fotosynthese hoort omdat het koolstof bevat.
Wat gebeurt er met een koraalrif als het zeewater te warm wordt?
Koralen groeien sneller en het rif wordt soortenrijker
Koralen bleken en soorten verliezen hun leefgebied
Het rif verandert niet door de temperatuur
Alleen de planktonalgen in het open water sterven
Te warm water veroorzaakt koraalbleking; als koralen afsterven verliezen veel soorten hun leefgebied en daalt de biodiversiteit. Verwachte fout: opwarming alleen als voordeel voor groei zien.
Welke maatregel verkleint eutrofiering van een sloot?
Meer kunstmest op de oevers gebruiken
Bemesten vlak voor een regenbui
Minder meststoffen op de akkers rond de sloot
Dode waterplanten in de sloot laten liggen
Minder meststoffen betekent minder uitspoeling van nitraat en fosfaat naar de sloot. Verwachte fout: denken dat meer planten of algen in de sloot de voedingsstoffen oplossen.
Zet op volgorde: eutrofiering van een sloot
Volgorde: meer voedingsstoffen, algenbloei, minder licht onder water, afsterven van waterplanten, afbraak door reducenten met zuurstofgebruik, sterfte van vissen. Verwachte fout: reducenten te vroeg zetten; ze breken pas af als er dode resten zijn.
Waarom zijn reducenten onmisbaar in een kringloop?
Ze maken dode organische stof om in anorganische stof
Ze leggen CO2 vast met behulp van lichtenergie
Ze zorgen dat organische stof ophoopt in de bodem
Ze produceren de energie die producenten gebruiken
Reducenten breken dode organische stof af tot anorganische stoffen zoals CO2 en ammonium, die producenten weer opnemen. Verwachte fout: reducenten als consumenten van levende organismen zien.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Goed gedaan!
Je kunt nu beschrijven hoe energie door een ecosysteem stroomt, hoe koolstof en stikstof rondgaan en hoe de mens dat beïnvloedt. Kijk de vragen na die je fout had en zoek het onderdeel op in les 1.
Deze slide heeft geen instructies