Paragraaf 2.3 Oceaan- en zeestromen

2.3 Zeestromen en klimaatgebieden


H2 Klimaat en landschap
Domein aarde
V4
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2.3 Zeestromen en klimaatgebieden


H2 Klimaat en landschap
Domein aarde
V4

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Je kent het verschil tussen warme en koude zeestromen, de thermohaliene circulatie en de rol van de diepwaterpomp.
Je begrijpt de wijze waarop zonne-energie de mondiale oceanische circulatie aandrijft.

Slide 2 - Tekstslide

Mondiale windsysteem

Principe: warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht. Het ' te veel' aan waterdamp condenseert (=wordt water) = neerslag

Lage druk (hier gaat wind naar toe):

lucht stijgt - wolk - koelt af - waterdamp condenseert (wolk) - neerslag

Hoge druk (hier gaat wind weg):

lucht daalt - wordt warmer - waterdamp lost op - droog

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Zeestromen

Slide 5 - Tekstslide

Wat valt je op? 

Slide 6 - Tekstslide

Oceanische circulatie
aangedreven door de atmosferische circulatie

  • Warme zeestroom: van evenaar naar polen
  • Koude zeestroom: van polen richting evenaar

Slide 7 - Tekstslide

Wat valt op aan het water bij Sahara?

Slide 8 - Tekstslide

Wat valt op aan het water bij Antarctica?

Slide 9 - Tekstslide

Herverdeling warmte
Atmosferische en oceanische circulatie

Atmosferische circulatie logisch
Maar hoe werkt dit met de oceanische circulatie?

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

          Aangeven welke invloed atmosferische circulatie en zeestromen hebben op klimaat- en landschapsgebieden
  • Warme zeestroom: zorgt voor warmte, regen en ijsvrijehavens tot aan Moermansk toe

  • Koude zeestroom: zorgt voor extra koud klimaat. In subtropen: voorkomen woestijnen; koude zeewater koelt de lucht erboven af, waardoor deze weinig vocht kan vasthouden.

Slide 15 - Tekstslide

0

Slide 16 - Video

Oceanische circulatie
De overheersende winden in een bepaald gebied brengen ook het zeewater in beweging. Deze oceanische circulatie beweegt dus met de wind mee. 
De andere manier waarop oceaanwater in beweging komt is het verschil in zoutgehalte, de warme golfstroom is een voorbeeld van zo'n thermohaline stroming.

Slide 17 - Tekstslide

Thermohaline stroming
Van energieoverschot naar -tekort, dus van .. breedte naar ... breedte.

Onderweg:

- verdampt water, blijft meer zout (haline..) in water achter, dus wordt zwaarder

- wordt water kouder (thermo..) dus zwaarder

Zwaarder water zakt (afzinkgebied) en stroomt als dieptestroom terug naar warmere gebieden.

Dit zijn dus thermohaline zeestromen

Slide 18 - Tekstslide

Thermohaline circulatie

Slide 19 - Tekstslide

Thermohaline circulatie
Thermo:
Koud water heeft een hogere dichtheid, dus is zwaarder. 

Haline:
Warm zeewater iets zouter, want meer verdamping.
Zout water is zwaarder.



Slide 20 - Tekstslide

Thermohaline circulatie
  • Warme golfstroom, bevat meer zout.
  • Stroomt naar Noordwest Europa, koelt af. 
  • Zakt weg bij IJsland (diepwaterpomp) en stroomt als dieptestroom terug.
  • Water welt op bij diepzeetroggen vanwege aflandige wind. 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

0

Slide 23 - Video