In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
8.4 Veranderingen in ecosystemen
Slide 1 - Tekstslide
Deze les:
- Herh. 8.3 met The Nitrogen cycle game
- Maken Examenvraag
- 8.4 ld 8: Populatiegrootte en Vangst/terugvangst methode trainen
- 8.4 ld 9: Primaire en secundaire successie
- Uit het examen..
- Opdrachten
Slide 2 - Tekstslide
Stikstof spel
Je bent een het element stikstof! Dobbel vanaf het startpunt 10x en doorloop je reis door de kringloop. Noteer je bestemmingen in je stikstofpaspoort.
Klaar? Geef met pijlen je route aan in BINAS tabel 93F
timer
10:00
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen 8.4
8. Je legt de invloed uit van biotische en abiotische factoren op de populatiegrootte.
9. Je beschrijft de opeenvolgende veranderingen in een ecosysteem en je licht de rol van abiotische en biotische factoren toe.
Slide 4 - Tekstslide
Populatiegroottes
Geboorte/sterfte/migratie
Intraspecifieke competitie - concurrentie binnen één soort
Interspecifieke competitie - concurrentie tussen soorten
Neemt hoeveelheid voedsel onderaan de voedselpiramide toe, dan de hoeveelheid organismen hoger in de piramide ook
Slide 5 - Tekstslide
Bepalen populatiegrootte
De grootte van een populatie wordt weergegeven als populatiedichtheid (= het gemiddelde aantal individuen per oppervlakte-eenheid of volume-eenheid)
Manieren om de populatiegrootte te bepalen:
Steekproef: tellen van aantallen in een 1m2 en dan omrekenen voor het gehele gebied
Vangen, merken en terugzetten
Slide 6 - Tekstslide
Vangen, merken en terugzetten
N = populatiegrootte
M = aantal 1ste vangst
Nv = aantal 2de vangst
Mv = aantal gemerkte bij 2de vangst
N = (Nv / Mv) * M
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Open vraag
William wil het aantal egels in een groot stadspark gaan bepalen. Hij gebruikt daarvoor de methode van merken, vangen en weer terugvangen. Met zijn 5 egelvallen vangt hij de eerste keer in totaal 4 egels, die hij markeert met een rode stip. De egels worden weer losgelaten en drie dagen later vangt William weer egels. Hij vangt er nu 6 waarvan 2 egels een stip hebben.
Hoe groot is de populatie egels in het park?
Slide 9 - Open vraag
Mario vangt in de visvijver de eerste keer 37 stekelbaarsjes, die hij allemaal markeert met een groene stip. Vervolgens laat hij de dieren vrij. Een week later vangt hij 44 vissen, waarvan er 2 een stip hebben.
Hoe groot is de populatie stekelbaarsjes in de vijver?
Slide 10 - Open vraag
Stekelbaarsjes met een groene stip vallen echter eerder op voor hun roofdier (de snoek), waardoor ze sneller opgegeten worden.
In de vorige vraag was een populatie berekend van 814 stekelbaarsjes. (37 eerste keer met stip, tweede vangst 2 van de 44 een stip).
Zal de werkelijke populatie stekelbaarsjes groter, gelijk aan of kleiner zijn dan 814 stekelbaarsjes?
Slide 11 - Open vraag
Successie
Successie is het proces waarbij organismen een gebied koloniseren, het gebied aanpassen, en na verloop van tijd door nieuwe soorten worden verdreven uit het gebied.
Dit leidt tot een veranderende soortensamenstelling in een gebied over tijd.
Slide 12 - Tekstslide
Successie
Levensgemeenschappen volgen elkaar op. Tot een stabiel ecosysteem ontstaat: climaxecosysteem.
Pioniersecosysteem: eerste organismen die zich vestigen.
Subclimax: ecosysteem in een successiereeks instantgehouden door mensen.
Bij successie begint een nieuwe soort, groeit en vermenigvuldigt en neemt dan weer af.
Slide 13 - Tekstslide
Primaire successie
Start op kale grond. Pioniersoorten, de eerste producenten in het ecosysteem, vormen het begin.
Zij hebben een grote tolerantie voor sterk wisselende abiotische factoren.
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Climax ecosysteem
Successie komt ook ten einde. Wanneer de soortensamenstelling van een gebied langere tijd onveranderlijk is, zit het gebied in het eindstadium van de successie, het climaxecosysteem.
In Nederland is het eindstadium van successie het (loof)bos.
Slide 16 - Tekstslide
Waar zijn er meer wisselingen in abiotische factoren?