Taal Compleet 3.7
minute
second
Taal Compleet 3.7
minute
second
Regelt (regelen)
Zorgen dat iets gebeurd.
Bijv: Ik heb een auto geregeld voor onze reis naar Barcelona.
Werkwoord
Ik regel, hij regelt, wij regelen....
Ik heb geregeld
Neemt... op (opnemen)
Het telefoon gesprek starten.
De telefoon opnemen.
Terugbellen
Iemand bellen nadat je te laat was met opnemen.
Gaat weg.... (weggaan)
Naar een andere plek gaan.
Een plek verlaten.
Bijv: Hij gaat elke keer vroeg weg, omdat hij op tijd thuis moet zijn.
Melden
Iets belangrijks vertellen.
WW.
Bijv: Je moet het melden als er problemen zijn.
Misselijk
Het gevoel alsof je moet kotsen.
Bijv: Ik heb zoveel chips gegeten dat ik nu misselijk ben.
Gebroken
Stuk.
Niet heel.
WW.
Bijv: Ik ben gevallen op mijn skateboard en heb mijn been gebroken.
Geopereerd
Als de dokter je helpt door binnen in je lichaam iets te doen.
Bijv:
Ik ben aan mijn amandelen geopereerd.
Verwacht
Dat wat je denkt dat gaat gebeuren.
Bijv:
Hij had niet verwacht dat het zo snel klaar zou zijn.
Het merk
Een teken.
Vaak geeft het aan van wie het is of wie het gemaakt heeft.
Bijv:
Hij draagt alleen maar merk kleding van Nike en Adidas.