2 Wat zijn de behoeften van een peuter?
2 Wat zijn de behoeften van een peuter?
Wat hebben jullie nodig?
Oefenblad
Laptop
Open LessonUp.app
Werkboek
Herhaling:
De ontwikkeling van een peuter
Fysieke ontwikkeling van een peuter
Lichamelijke ontwikkeling:
Een peuter groeit minder snel dan een baby
Lichaamsverhouding begint te lijken op die van een volwassene
Volledig melkgebit
Motorische ontwikkeling:
Grove motoriek ontwikkelt door te spelen
Fijne motoriek ontwikkelt door te spelen
Zelfredzaamheid oefenen
Sensorische ontwikkeling:
Meer gedetailleerd
Cognitieve ontwikkeling van een peuter:
Leren door imiteren
verwarring tussen fantasie en werkelijkheid
Objectpermanentie
Probleemoplossend denken
Instructies goed begrijpen en uitvoeren
Kleuren: niet benoemen, wel sorteren
Zelfbeeld: "Ik"
Socio-emotionele ontwikkeling van een peuter
Sociale ontwikkeling:
Parallelspel
Nog geen empathie
Emotionele ontwikkeling:
Nog steeds last van scheidingsangst
Een veilig hechting is belangrijk
Aan de slag...
Werk per twee:
Leg het blad liggend
Maak op een blad 3 kolommen (ongeveer even groot)
Schrijf bovenaan de drie ontwikkelingsdomeinen:
Fysiek - Cognitief - Socio-emotioneel
Als jullie hiermee klaar zijn: steek je hand in de lucht
minute
second
Aan de slag...
Jullie kregen een aantal ontwikkelingskenmerken:
Plaats de kenmerken in de juiste kolom (ontwikkelingsdomein)
Welk kenmerk herken je?
bijvoorbeeld objectpermanentie, ontwikkeling fijne motoriek, ...
Schrijf dit bij het kenmerk
Kan je zelf nog een aantal kenmerken herinneren?
Schrijf ze op in de juiste kolom!
minute
second
Lichamelijke behoeften
Voldoende rust en slaap
Eten en drinken
Persoonlijke hygiëne en verzorging
Warme kleren in de winter
Afscherming tegen de zon in de zomer
...
Behoefte aan affectie
Behoefte aan liefde, nabijheid, knuffels, warmte, geborgenheid …
Behoefte aan erkenning
en bevestiging
Behoefte om gezien, gehoord en gewaardeerd te worden.
Behoefte aan zingeving
en morele waarden
Behoefte aan betekenis, waarden, rechtvaardigheid …
Behoefte om zichzelf als kundig
te ervaren
Behoefte om iets zelf te doen, succes te ervaren, trots te zijn op eigen kunnen.
Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid
en contintuïteit
Behoefte aan voorspelbaarheid, structuur, vaste gewoontes en vertrouwen in de omgeving.
Bij welke behoefte behoort volgende handeling?
De verzorger legt elke ochtend dezelfde vaste routine uit: eerst fruit eten, dan buitenspelen, daarna verhaaltje.
Behoefte aan affectie
Behoefte aan zingeving en morele waarden
Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit
Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Bij welke behoefte behoort volgende handeling?
Tijdens het spelen zegt de verzorger tegen Noor: “Wat heb jij dat knap gedaan, je toren is nog hoger dan daarnet!”
Behoefte aan affectie
Behoefte aan zingeving en morele waarden
Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit
Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Bij welke behoefte behoort volgende handeling?
De verzorger merkt dat Amir moe is en brengt hem naar een rustig hoekje met een dekentje en zijn knuffel.
Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Lichamelijke behoeften
Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit
Behoefte aan affectie
Bij welke behoefte behoort volgende handeling?
Wanneer Lina verdrietig is omdat mama weggaat, neemt de verzorger haar op schoot en stelt haar gerust.
Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Lichamelijke behoeften
Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit
Behoefte aan affectie
Bij welke behoefte behoort volgende handeling?
De verzorger vertelt tijdens het opruimen: “We helpen elkaar, want samen zorgen we voor onze klas.”
Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Behoefte aan affectie
Behoefte aan zingeving en morele waarden
Lichamelijke behoeften
Aan de slag...
Oefening 1 p.170
Oefening 1 p.171
Oefening 2 p.172
minute
second
p. 170-p. 172
De behoeften van een peuter
De behoeftencirkel van een peuter
p. 170
Aan de slag...
Lees de tekst
Duid de handelingen aan die gaan over de behoeften van de peuter.
Schrijf naast de handeling over welke behoefte het gaat.
Wordt de behoefte door deze handeling voldaan?
Zet een vinkje of een kruis
minute
second
3 Hoe kun je het welbevinden en de ontwikkeling van een peuter stimuleren?
Signalen van een hoog welbevinden
Aan de slag...
Bekijk het volgende filmpje:
Noteer de signalen die wijzen op een hoog welbevinden
BONUS: herken je ook een aantal behoeften van een peuter?
Slide titel
Slide tekst
Hoe kun je het welbevinden en de ontwikkeling
van een peuter stimuleren?
Een hoog welbevinden is een voorwaarde om te kunnen ontwikkelen. Je moet dus goed in je vel zitten om een stapje verder in je ontwikkeling te kunnen zetten. Daarvoor zijn er heel veel ontwikkelingskansen nodig en die kan een peuter maar grijpen als hij zich goed in zijn vel voelt.
Het ene kan niet zonder het andere
p. 176-p. 177
Welbevinden gaat dus over lekker in je vel zitten, maar ook lichamelijk gezond zijn en tevreden zijn met je leven. Mensen met een hoog welbevinden voelen zich als een vis in het water.
p. 176-p. 177
Signalen van een hoog welbevinden:
openheid en ontvankelijkheid;
soepelheid en flexibiliteit;
ontspanning en innerlijke rust;
vitaliteit, energie uitstralen:
ten volle kunnen genieten;
zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel;
weerbaarheid en assertiviteit;
spontaan zijn en zichzelf zijn.
p. 176-p. 177
Tips om het welbevinden te stimuleren:
zorgen dat er voldaan is aan de basisbehoeften
zorgen dat je als verzorger zelf goed in je vel zit
warmte, genegenheid, rust en vertrouwen bieden
ruimte en tijd geven om de peuter te laten spelen en kind te laten zijn
p. 176-p. 177
Aan de slag...
Maak de oefening 1, 2 en 3 van p. 173 tot p. 175
Maak oefening 1 en 2 op p. 178-180
minute
second
p. 173-p. 175
Ontwikkelingskansen
Wat een kind zelfstandig kan, is de actuele ontwikkeling. Waar een kind een beetje hulp bij nodig heeft, is de naaste ontwikkeling. Bied een peuter ontwikkelingskansen en uitdagingen in de zone van naaste ontwikkeling, dus aan de grens van zijn mogelijkheden. We moeten het kind aanspreken op het niveau dat net buiten zijn bereik ligt. We moeten hem uitdagen om iets te doen wat hij net nog niet kan, maar waar hij wel aan toe is.
p. 177
p. 177
Je kunt de ontwikkeling van een peuter het beste stimuleren door goed te kijken naar wat hij nodig heeft en daar zo goed mogelijk op in te spelen.
p. 177
Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:
Om de fysieke ontwikkeling te stimuleren:
buiten spelen
dansen en zingen
een speelgoedje geven waarachter ze kunnen stappen of dat ze verder kunnen duwen of trekken
ontdekdozen
tekenen
p. 177
Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:
Om de cognitieve ontwikkeling te stimuleren:
imitatiespel
rollenspelletjes
kiekeboespelletjes
verhaaltjes op allerlei manieren (boekjes, poppenspel, theater, ...)
p. 177
Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:
Om de socio-emotionele ontwikkeling te ondersteunen:
knuffelspelletjes
schootspelletjes
de peuter zoveel mogelijk zelfstandig laten doen
p. 177
Straffen en belonen
Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt ook voor straffen. Belonen is daar een oplossing voor.
Tips om met grenzen om te gaan (straffen en belonen)
De beloning volgt best zo snel mogelijk na het gewenste gedrag
Een verrassende beloning heeft een grotere waarde. Zorg voor afwisseling.
Overdrijf niet
Het is beter om vaak te belonen dan om groots te belonen.
Het wegvallen of verminderen van een straf kan ook een beloning zijn.
Kies voor sociale beloningen (schouderklopje, dikke duim, ...) of activiteitsbeloningen (gezelschapsspel, fietstochtje, ...) boven materiële beloningen (dessert, nieuw speelgoed, ...)
p. 177
Goede voorbeelden van belonen
Situatie: Een leerling helpt spontaan een klasgenoot die achterloopt.
Beloning: De leerkracht geeft een compliment voor de hele klas:
Goede voorbeelden van belonen
Situatie: Een leerling helpt spontaan een klasgenoot die achterloopt.
Beloning: De leerkracht geeft een compliment voor de hele klas.
De beloning volgt snel
Sociale beloning
Goede voorbeelden van belonen
Situatie: De klas heeft een hele week goed samengewerkt en taken op tijd afgewerkt.
Beloning: De klas mag op vrijdag een halfuurtje een gezelschapsspel spelen of samen een buitenactiviteit doen.
Goede voorbeelden van belonen
Situatie: De klas heeft een hele week goed samengewerkt en taken op tijd afgewerkt.
Beloning: De klas mag op vrijdag een halfuurtje een gezelschapsspel spelen of samen een buitenactiviteit doen.
Sociale activiteit als beloning
De aangekondigde straf moet je ook uitvoeren.
De straf moet snel volgen op het ongewenste gedrag.
Zorg dat de straf voorspelbaar is.
Wees consequent. Niet nu eens iets toelaten en dan weer niet. De regels blijven altijd hetzelfde.
Straf een kind nooit om zijn persoonlijkheid, maar enkel om de fout die het maakt.
Zorg dat de straf zinvol is.
Dreig niet met onhaalbare straffen.
Straffen en belonen
p. 177
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling praat te veel tijdens de les Nederlands en krijgt als straf een extra blad wiskundeoefeningen.
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling praat te veel tijdens de les Nederlands en krijgt als straf een extra blad wiskundeoefeningen.
De straf heeft niet te maken met het gedrag
Voorbeelden van een slechte straf
De leerkracht zegt boos: “Jij bent lui en respectloos!”
Voorbeelden van een slechte straf
De leerkracht zegt boos: “Jij bent lui en respectloos!”
De straf is gericht op de persoon, niet op het gedrag
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling vergeet één keer zijn werkblad in te dienen en mag een week lang niet meedoen aan groepsactiviteiten.
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling vergeet één keer zijn werkblad in te dienen en mag een week lang niet meedoen aan groepsactiviteiten.
De straf is niet proportioneel
(kleine fout van de leerling zorgt voor grote straf)
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling moet 20 minuten stil zitten in de gang zonder uitleg.
Voorbeelden van een slechte straf
Een leerling moet 20 minuten stil zitten in de gang zonder uitleg.
Dit is geen zinvolle straf: hier leert de leerling niets uit.
Voorbeelden van een slechte straf
De ene dag wordt te laat komen genegeerd, de volgende dag krijgt iemand strafstudie.
Voorbeelden van een slechte straf
De ene dag wordt te laat komen genegeerd, de volgende dag krijgt iemand strafstudie.
De leerkracht is niet consequent