02 De peuter


2 Wat zijn de behoeften van een peuter?

1 / 53
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPedagogisch HandelenSecundair onderwijs

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 250 min

Onderdelen in deze les


2 Wat zijn de behoeften van een peuter?

Wat hebben jullie nodig?

  • Oefenblad

  • Laptop
    Open LessonUp.app

  • Werkboek

Herhaling:

De ontwikkeling van een peuter

Fysieke ontwikkeling van een peuter

  • Lichamelijke ontwikkeling:

    • Een peuter groeit minder snel dan een baby

    • Lichaamsverhouding begint te lijken op die van een volwassene

    • Volledig melkgebit

  • Motorische ontwikkeling:

    • Grove motoriek ontwikkelt door te spelen

    • Fijne motoriek ontwikkelt door te spelen

    • Zelfredzaamheid oefenen

  • Sensorische ontwikkeling:

    • Meer gedetailleerd

Cognitieve ontwikkeling van een peuter:

  • Leren door imiteren

  • verwarring tussen fantasie en werkelijkheid

  • Objectpermanentie

  • Probleemoplossend denken

  • Instructies goed begrijpen en uitvoeren

  • Kleuren: niet benoemen, wel sorteren

  • Zelfbeeld: "Ik"

Socio-emotionele ontwikkeling van een peuter

  • Sociale ontwikkeling:

    • Parallelspel

    • Nog geen empathie

  • Emotionele ontwikkeling:

    • Nog steeds last van scheidingsangst

    • Een veilig hechting is belangrijk

Aan de slag...

Werk per twee:

  • Leg het blad liggend

  • Maak op een blad 3 kolommen (ongeveer even groot)

  • Schrijf bovenaan de drie ontwikkelingsdomeinen:
    Fysiek - Cognitief - Socio-emotioneel

  • Als jullie hiermee klaar zijn: steek je hand in de lucht


2

minute

00

second

Aan de slag...

  • Jullie kregen een aantal ontwikkelingskenmerken:


  • Plaats de kenmerken in de juiste kolom (ontwikkelingsdomein)

  • Welk kenmerk herken je?

    • bijvoorbeeld objectpermanentie, ontwikkeling fijne motoriek, ...
      Schrijf dit bij het kenmerk

  • Kan je zelf nog een aantal kenmerken herinneren?
    Schrijf ze op in de juiste kolom!

15

minute

00

second

Lichamelijke behoeften

  • Voldoende rust en slaap

  • Eten en drinken

  • Persoonlijke hygiëne en verzorging

  • Warme kleren in de winter

  • Afscherming tegen de zon in de zomer

  • ...


Behoefte aan affectie









Behoefte aan liefde, nabijheid, knuffels, warmte, geborgenheid …

Behoefte aan erkenning
en bevestiging

Behoefte om gezien, gehoord en gewaardeerd te worden.

Behoefte aan zingeving
en morele waarden








Behoefte aan betekenis, waarden, rechtvaardigheid …

Behoefte om zichzelf als kundig
te ervaren

Behoefte om iets zelf te doen, succes te ervaren, trots te zijn op eigen kunnen.

Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid
en contintuïteit

Behoefte aan voorspelbaarheid, structuur, vaste gewoontes en vertrouwen in de omgeving.

Bij welke behoefte behoort volgende handeling?

De verzorger legt elke ochtend dezelfde vaste routine uit: eerst fruit eten, dan buitenspelen, daarna verhaaltje.

A

Behoefte aan affectie

B

Behoefte aan zingeving en morele waarden

C

Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit

D

Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

Bij welke behoefte behoort volgende handeling?

Tijdens het spelen zegt de verzorger tegen Noor: “Wat heb jij dat knap gedaan, je toren is nog hoger dan daarnet!”

A

Behoefte aan affectie

B

Behoefte aan zingeving en morele waarden

C

Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit

D

Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

Bij welke behoefte behoort volgende handeling?

De verzorger merkt dat Amir moe is en brengt hem naar een rustig hoekje met een dekentje en zijn knuffel.

A

Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

B

Lichamelijke behoeften

C

Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit

D

Behoefte aan affectie

Bij welke behoefte behoort volgende handeling?

Wanneer Lina verdrietig is omdat mama weggaat, neemt de verzorger haar op schoot en stelt haar gerust.

A

Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

B

Lichamelijke behoeften

C

Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit

D

Behoefte aan affectie

Bij welke behoefte behoort volgende handeling?

De verzorger vertelt tijdens het opruimen: “We helpen elkaar, want samen zorgen we voor onze klas.”

A

Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren

B

Behoefte aan affectie

C

Behoefte aan zingeving en morele waarden

D

Lichamelijke behoeften

Aan de slag...

  • Oefening 1 p.170

  • Oefening 1 p.171

  • Oefening 2 p.172

5

minute

00

second

p. 170-p. 172

De behoeften van een peuter



De behoeftencirkel van een peuter

p. 170

Aan de slag...



  • Lees de tekst

  • Duid de handelingen aan die gaan over de behoeften van de peuter.

  • Schrijf naast de handeling over welke behoefte het gaat.

  • Wordt de behoefte door deze handeling voldaan?

    • Zet een vinkje of een kruis

10

minute

00

second

3 Hoe kun je het welbevinden en de ontwikkeling van een peuter stimuleren?

Signalen van een hoog welbevinden

Aan de slag...

Bekijk het volgende filmpje:

  • Noteer de signalen die wijzen op een hoog welbevinden

  • BONUS: herken je ook een aantal behoeften van een peuter?

Slide titel

Slide tekst

Hoe kun je het welbevinden en de ontwikkeling
van een peuter stimuleren?

Een hoog welbevinden is een voorwaarde om te kunnen ontwikkelen. Je moet dus goed in je vel zitten om een stapje verder in je ontwikkeling te kunnen zetten. Daarvoor zijn er heel veel ontwikkelingskansen nodig en die kan een peuter maar grijpen als hij zich goed in zijn vel voelt.
Het ene kan niet zonder het andere

p. 176-p. 177

  • Welbevinden gaat dus over lekker in je vel zitten, maar ook lichamelijk gezond zijn en tevreden zijn met je leven. Mensen met een hoog welbevinden voelen zich als een vis in het water.

p. 176-p. 177

Signalen van een hoog welbevinden:

  • openheid en ontvankelijkheid;

  • soepelheid en flexibiliteit;

  • ontspanning en innerlijke rust;

  • vitaliteit, energie uitstralen:

  • ten volle kunnen genieten;

  • zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel;

  • weerbaarheid en assertiviteit;

  • spontaan zijn en zichzelf zijn.

p. 176-p. 177

Tips om het welbevinden te stimuleren:

  • zorgen dat er voldaan is aan de basisbehoeften

  • zorgen dat je als verzorger zelf goed in je vel zit

  • warmte, genegenheid, rust en vertrouwen bieden

  • ruimte en tijd geven om de peuter te laten spelen en kind te laten zijn

p. 176-p. 177

Aan de slag...

  • Maak de oefening 1, 2 en 3 van p. 173 tot p. 175


  • Maak oefening 1 en 2 op p. 178-180

15

minute

00

second

p. 173-p. 175

Ontwikkelingskansen

Wat een kind zelfstandig kan, is de actuele ontwikkeling. Waar een kind een beetje hulp bij nodig heeft, is de naaste ontwikkeling. Bied een peuter ontwikkelingskansen en uitdagingen in de zone van naaste ontwikkeling, dus aan de grens van zijn mogelijkheden. We moeten het kind aanspreken op het niveau dat net buiten zijn bereik ligt. We moeten hem uitdagen om iets te doen wat hij net nog niet kan, maar waar hij wel aan toe is.

p. 177

p. 177

Je kunt de ontwikkeling van een peuter het beste stimuleren door goed te kijken naar wat hij nodig heeft en daar zo goed mogelijk op in te spelen.


p. 177

Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:

  • Om de fysieke ontwikkeling te stimuleren:

    • buiten spelen

    • dansen en zingen

    • een speelgoedje geven waarachter ze kunnen stappen of dat ze verder kunnen duwen of trekken

    • ontdekdozen

    • tekenen

p. 177

Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:

  • Om de cognitieve ontwikkeling te stimuleren:

    • imitatiespel

    • rollenspelletjes

    • kiekeboespelletjes

    • verhaaltjes op allerlei manieren (boekjes, poppenspel, theater, ...)

p. 177

Voorbeelden van goede ontwikkelingskansen
bij een peuter:

  • Om de socio-emotionele ontwikkeling te ondersteunen:

    • knuffelspelletjes

    • schootspelletjes

    • de peuter zoveel mogelijk zelfstandig laten doen

p. 177

Straffen en belonen

Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt ook voor straffen. Belonen is daar een oplossing voor.

Tips om met grenzen om te gaan (straffen en belonen)

  • De beloning volgt best zo snel mogelijk na het gewenste gedrag

  • Een verrassende beloning heeft een grotere waarde. Zorg voor afwisseling.

  • Overdrijf niet

  • Het is beter om vaak te belonen dan om groots te belonen.

  • Het wegvallen of verminderen van een straf kan ook een beloning zijn.

  • Kies voor sociale beloningen (schouderklopje, dikke duim, ...) of activiteitsbeloningen (gezelschapsspel, fietstochtje, ...) boven materiële beloningen (dessert, nieuw speelgoed, ...)

p. 177

Goede voorbeelden van belonen

Situatie: Een leerling helpt spontaan een klasgenoot die achterloopt.
Beloning: De leerkracht geeft een compliment voor de hele klas:

Goede voorbeelden van belonen

Situatie: Een leerling helpt spontaan een klasgenoot die achterloopt.
Beloning: De leerkracht geeft een compliment voor de hele klas.


De beloning volgt snel
Sociale beloning


Goede voorbeelden van belonen

Situatie: De klas heeft een hele week goed samengewerkt en taken op tijd afgewerkt.
Beloning: De klas mag op vrijdag een halfuurtje een gezelschapsspel spelen of samen een buitenactiviteit doen.

Goede voorbeelden van belonen

Situatie: De klas heeft een hele week goed samengewerkt en taken op tijd afgewerkt.
Beloning: De klas mag op vrijdag een halfuurtje een gezelschapsspel spelen of samen een buitenactiviteit doen.


Sociale activiteit als beloning

  • De aangekondigde straf moet je ook uitvoeren.

  • De straf moet snel volgen op het ongewenste gedrag.

  • Zorg dat de straf voorspelbaar is.

  • Wees consequent. Niet nu eens iets toelaten en dan weer niet. De regels blijven altijd hetzelfde.

  • Straf een kind nooit om zijn persoonlijkheid, maar enkel om de fout die het maakt.

  • Zorg dat de straf zinvol is.

  • Dreig niet met onhaalbare straffen.

Straffen en belonen

p. 177

Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling praat te veel tijdens de les Nederlands en krijgt als straf een extra blad wiskundeoefeningen.

Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling praat te veel tijdens de les Nederlands en krijgt als straf een extra blad wiskundeoefeningen.



De straf heeft niet te maken met het gedrag

Voorbeelden van een slechte straf

  • De leerkracht zegt boos: “Jij bent lui en respectloos!”

Voorbeelden van een slechte straf

  • De leerkracht zegt boos: “Jij bent lui en respectloos!”



De straf is gericht op de persoon, niet op het gedrag

Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling vergeet één keer zijn werkblad in te dienen en mag een week lang niet meedoen aan groepsactiviteiten.



Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling vergeet één keer zijn werkblad in te dienen en mag een week lang niet meedoen aan groepsactiviteiten.


De straf is niet proportioneel
(kleine fout van de leerling zorgt voor grote straf)

Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling moet 20 minuten stil zitten in de gang zonder uitleg.



Voorbeelden van een slechte straf

  • Een leerling moet 20 minuten stil zitten in de gang zonder uitleg.



Dit is geen zinvolle straf: hier leert de leerling niets uit.

Voorbeelden van een slechte straf

  • De ene dag wordt te laat komen genegeerd, de volgende dag krijgt iemand strafstudie.

Voorbeelden van een slechte straf

  • De ene dag wordt te laat komen genegeerd, de volgende dag krijgt iemand strafstudie.


    De leerkracht is niet consequent