TC A2 Thema 4.2

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdzin met inversie

Slide 2 - Tekstslide

een grote tafel
In de woonkamer
staat

Slide 3 - Sleepvraag

niet
we
Vanavond
thuis
zijn

Slide 4 - Sleepvraag

televisie
Na het eten
altijd
kijken
wij 

Slide 5 - Sleepvraag

Op zaterdag
niet 
werk
ik 

Slide 6 - Sleepvraag

Signaalwoorden 
eerst, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

Slide 7 - Tekstslide

Wat ga je morgen doen?
Schrijf vijf zinnen.

Gebruik: eerst, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

Slide 8 - Tekstslide

Wat ga je morgen doen?
(gebruik: EERST)

Slide 9 - Open vraag

Wat ga je morgen doen?
(gebruik: DAN)

Slide 10 - Open vraag

Wat ga je morgen doen?
(gebruik: DAARNA)

Slide 11 - Open vraag

Wat ga je morgen doen?
(gebruik: VERVOLGENS)

Slide 12 - Open vraag

Wat ga je morgen doen?
(gebruik: TEN SLOTTE)

Slide 13 - Open vraag

Video 4.2
Morgen moet ik werken.- Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 14 - Tekstslide

Grammatica
Een hoofdzin:
1. wie of wat              2a. 1ste werkwoord             3. rest             2b. 2e werkwoord
Ik                                   moet                                           morgen          werken. 

Hoofdzin die begint met tijd of plaats:
 3a. tijd of plaats          2a. 1ste WW        1. wie of wat        3b. rest        2b. 2e WW 
Op het station               koop                       ik                              koffie.                        

Slide 15 - Tekstslide

Grammatica
Je kunt een hoofdzin ook beginnen met een ander woord. 

Ik werk bij een bakker. We beginnen altijd vroeg met bakken. Daarom moet ik al om 04.00 uur opstaan. 
In de zin voor daarom staat een reden: we beginnen altijd vroeg met bakken.

 3a. ander woord         2a. 1ste WW        1. wie of wat        3b. rest        2b. 2e WW 
Waarschijnlijk               moet                       ik                        tot 13.00 uur    werken.                    

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 19: maak zinnen.
2. Helaas

Slide 17 - Open vraag

3. Waarschijnlijk

Slide 18 - Open vraag

4. Morgen

Slide 19 - Open vraag

5. Gisteren

Slide 20 - Open vraag

6. Om 8.30 uur

Slide 21 - Open vraag

7. Misschien

Slide 22 - Open vraag

8. Helaas

Slide 23 - Open vraag

Opdracht 20: maak de zinnen af

Slide 24 - Tekstslide

1. Ik heb nieuwe kleren nodig.
Daarom..

Slide 25 - Woordweb

2. Ik ga eerst nieuwe schoenen kopen.
Daarna..

Slide 26 - Woordweb

3. Ik heb ook een warme jas nodig,
want..

Slide 27 - Woordweb

4. Ik ga ook nog even naar de markt.
Misschien..

Slide 28 - Woordweb

5. Mijn vriend woont in de stad.
Soms..

Slide 29 - Woordweb

6. Sander is ziek. Daarom..

Slide 30 - Woordweb

7. Hij is erg moe, dus..

Slide 31 - Woordweb

8. Hij heeft een belangrijke afspraak.
Helaas...

Slide 32 - Woordweb

Begrijp je de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll