H8.5 en H8.6

Maatschappijleer
Wat gaan we doen? 
Uitleg:
H8.5  Als het tegenzit
H8.6 De verzorgingsstaat
Samenvatting maken
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Maatschappijleer
Wat gaan we doen? 
Uitleg:
H8.5  Als het tegenzit
H8.6 De verzorgingsstaat
Samenvatting maken

Slide 1 - Tekstslide

H5 Als het tegenzit
Wat leer je in H5?
Je kan de verschillende vormen van discriminatie op de werkvloer benoemen.
Je weet wat je kan doen als je oneerlijk behandeld wordt op de werkvloer
Je kan het belang van een vakbond uitleggen.
Je kan het verschil tussen ontslag en ontslag op staande voet uitleggen.
Je weet wat positieve discriminatie is en hoe regering hier aan mee doet.

Slide 2 - Tekstslide

0

Slide 3 - Video

Discriminatie
We benoemen de discriminatie t.o.v. 4 groepen: 
  1. Tegen vrouwen (zwanger kunnen worden, parttime willen werken)
  2. Migratie-achtergrond (lui, spreekt de taal niet, anders)
  3. Seksuele geaardheid (homo, trans)
  4. Leeftijdsdiscriminatie: (je bent te oud, vaker ziek, niet flexibel)
  5. Handicap of ziekte (duur zo'n zieke).
Je kan de verschillende vormen van discriminatie op de werkvloer benoemen.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Ontslag
  • Ontslagen? Je hebt dan recht op een werkloosheidsuitkering.
  • Ook kun je zelf ontslag nemen. Zowel werknemers als werkgevers moeten zich houden aan een opzegtermijn (één of twee maanden)
  • Ontslag op staande voet; je moet ontmiddeling het bedrijf verlaten en je hebt geen recht op een uitkering
 

Je kan het verschil tussen ontslag en ontslag op staande voet uitleggen

Slide 7 - Tekstslide

Ruzie met je baas
  • Wanneer je het niet eens bent met de keuzes van je werkgever  kán je dit eventueel  oplossen met hulp van de vakbond (organisatie die opkomt voor belangen van werknemers).
  • Een vakbond kan advies geven en in het uiterste gevak een staking organiseren.
Je kan het belang van een vakbond uitleggen

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Positieve discriminatie?
Om discriminatie tegen te gaan kiezen sommige bedrijven voor positieve discriminatie bij de sollicitatie. 

Positieve disciminatie => Werkgevers mogen bij het aannemen van nieuw personeel voorrang geven aan vrouwen, allochtonen of ouderen
Je weet wat positieve discriminatie is en hoe regering hier aan mee doet.

Slide 10 - Tekstslide

Vrouwen aan het werk
  • Kinderopvangtoeslag: ouders krijgen een deel van de kosten voor kinderopvang vergoed.
  • Ouderschapsverlof: ouders mogen een dag in de week vrij nemen om voor hun kleine kinderen te zorgen.

Je weet wat positieve discriminatie is en hoe regering hier aan mee doet.

Slide 11 - Tekstslide

0

Slide 12 - Video

H6 De verzorgingsstaat
  • Je weet wat de verzorgingsstaat is.
  • Je kent de verschillen tussen uitkeringen die iedereen kan krijgen en uitkeringen die alleen voor (ex-)werknemers zijn.
  • Je weet welke maatregelen de regering heeft genomen om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden
  • Je weet hoe verschillende politieke stromingen denken over de verzorgingsstaat.
  • Je kunt zelf voorbeelden aandragen van oplossingen om verzorgingsstaat betaalbaar te houden.

Slide 13 - Tekstslide

De overheid helpt een handje
Verzorgingsstaat => Een land waar de overheid sterk veranwoordelijk is voor de burgers  

Als je in Nederland niet of onvoldoende in je onderhoud kunt voorzien, dan kun je een uitkering krijgen. Er zijn twee soorten uitkeringen:
  • Uitkering voor werknemers.
  • Uitkeringen voor iedereen.

Je weet wat de verzorgingsstaat is.

Slide 14 - Tekstslide

Uitkeringen voor werknemers
  • Je wordt werkloos. Als je ten minste acht maanden hebt gewerkt, krijg je werkloosheidsuitkering (WW).
  • Je wordt ziek. Als je ziek wordt, betaalt je werkgever maximaal twee jaar 70% van je loon door.
  • Je wordt arbeidsongeschikt. Door een ongeluk kun je bijvoorbeeld langdurig niet meer werken. Je krijgt dan maximaal 75% van je vroegere loon.

Je kent de verschillen tussen uitkeringen die iedereen kan krijgen en uitkeringen die alleen voor ex-werknemers zijn.

Slide 15 - Tekstslide

Uitkeringen voor iedereen
  • Ouderenpensioen (AOW). Vanaf de pensioenleeftijd krijgt iedereen een vaste uitkering.
  • Kinderbijslag. Ouders krijgen kinderbijslag tot hun kinderen 18 zijn.
  • Bijstand. Als je geen recht hebt op een andere uitkering, dan kun je een bijstandsuitkering aanvragen.

Je kent de verschillen tussen uitkeringen die iedereen kan krijgen en uitkeringen die alleen voor ex-werknemers zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Maatregelen om verzorgingsstaat te betalen
Door vergrijzing is verzorgingsstaat niet voor altijd te betalen. Mogelijke maatregeling:
  1. Bezuinigen: uitkeringen zijn verlaagd en er zijn strengere eisen
  2. Eigen bijdrage in de zorg
  3. Pensioenleeftijd is verhoogd (van 65 naar 67)
  4. De overheid stimuleert banengroei
Maatregelen om de verzorgingsstaat te betalen
Je weet welke maatregelen de regering heeft genomen om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden

Slide 18 - Tekstslide

Politiek en de verzorgingsstaat
*Liberalen: eigen verantwoordelijkheid, lage uitkeringen, dan gaan mensen hun best doen om werk te vinden (VVD).
* Christendemocraten: Verantwoordelijkheid van de samenleving. Je moet voor elkaar zorgen (CU, CDA)  
*Socialisten: overheid moet zorgen voor de kwetsbaren in de samenleving. Niemand is vrijwillig arm (SP, PvdA).
Hoe denken politieke partijen over de verzoringsstaat?
Je weet hoe verschillende politieke stromingen denken over de verzorgingsstaat

Slide 19 - Tekstslide

Wat betekent opzegtermijn?
A
De periode waarin de samenwerking moet stoppen
B
De hoogte van je uitkering
C
Periode hoe lang je er werkt
D
Periode om samenwerking te beëindigen

Slide 20 - Quizvraag

Ontslag op staande voet. Welke zin is juist?

1. Als je zelf ontslag neemt, is dat ontslag op staande voet.
2. Bij ontslag op staande voet heb je recht op een uitkering.
3. Roberto zegt tegen zijn baas dat hij meer wil verdienen. Zijn baas mag hem dan op staande voet ontslaan.
4. Bij ontslag op staande voet moet een baas zich houden aan de opzegtermijn.
A
1 is juist.
B
2 is juist.
C
3 is juist.
D
Geen enkele zin is juist.

Slide 21 - Quizvraag

Situatie 1: Als je 67 jaar (of ouder) bent krijg je AOW, ongeacht of je gewerkt hebt of niet.
Situatie 2: je krijg een uitkering als je ontslag op staande voet hebt gekregen.
A
Beiden situaties zijn waar.
B
Beiden situaties zijn niet waar
C
Situatie 1 is waar, 2 is niet waar.
D
Situatie 1 is niet waar, 2 is waar.

Slide 22 - Quizvraag

Positieve discriminatie houdt in dat
A
Sommige groepen een voordeel krijgen.
B
Sommige groepen benadeeld worden
C
Sommige groepen benadelen hun omgeving
D
Sommige mensen beter zijn in hun werk

Slide 23 - Quizvraag

Wat is een vakbond
A
Groep collega's die samen sporten
B
Activiteiten organisatie voor werknemers
C
Organisatie die opkomt voor werknemers
D
Organisatie die opkomt voor werkgevers

Slide 24 - Quizvraag

Samenvatting maken
Blz. 163 en blz. 164

Slide 25 - Tekstslide