6.3 Noord en Zuid JSS*

Waarom streden de Engelse kolonies in Amerika voor onafhankelijkheid?
1 / 22
volgende
Slide 1: Open vraag
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Waarom streden de Engelse kolonies in Amerika voor onafhankelijkheid?

Slide 1 - Open vraag

Noord en Zuid
Welke verschillen waren er tussen de noordelijke en zuidelijke staten?

Slide 2 - Tekstslide

Kenmerkend aspect
  • Het begin van de Europese expansie
  • Slavenarbeid op de plantages en de opkomst van het abolitionisme 


Slide 3 - Tekstslide

deelvraag 6.3
Welke verschillen waren er tussen de noordelijke staten en de zuidelijke staten?

Slide 4 - Tekstslide

Groei
  • Na de onafhankelijkheid groeit de VS gestaag
  • Kolonisten trekken naar het westen en ontginnen grond
  • Gevolg: originele bevolking wordt verdreven --> Frontier schuift naar westen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Gevolgen van kolonisatie
voor Indiaanse bevolking

Slide 7 - Woordweb

Slide 8 - Video

Nieuwe gebieden
  • Frankrijk en Spanje bezitten veel grond in Noord-Amerika: verkopen dit aan VS
  • Louisiana-purchase: Frankrijk verkoopt kolonies aan VS
  • Slide 9 - Tekstslide

    Slide 10 - Tekstslide

    Slide 11 - Video

    Waarom is het vreemd dat Trump tegen immigranten is?
    A
    Het is racistisch
    B
    Amerikanen zijn zelf immigranten
    C
    Zijn vrouw is buitenlands
    D
    Hij is rijk geworden door handel met buitenland

    Slide 12 - Quizvraag

    Noordelijke staten

    • Handel en nijverheid
    • Later ook industrie

    Zuidelijk staten

    • Landbouw, plantages
    • Veel slavenarbeid



    Slide 13 - Tekstslide

    Veranderingen
    • Belangrijkste handelsproduct: tabak
    • Door overschot aan tabak zakt de prijs --> niet meer winstgevend
    • 1793: uitvinding Cotton Gin
    • Gevolg: makkelijker om katoen van planten te plukken
    • Gevolg: katoen vervangt tabak als exportproduct
    • Slaven worden voortaan in katoenindustrie ingezet...

    Slide 14 - Tekstslide

    Waarom zijn vooral de noordelijke staten tegen slavernij?

    Slide 15 - Open vraag

    Abolitionisme
    • Verlichting: ieder mens is gelijk
    • Vanaf 1830: verbod op slavenhandel
    • Maar: zoveel slaven in VS dat handel niet meer nodig is...
    • Noordelijke staten: industrie, vóór verbod op slavernij
    • Slavernij is oneerlijke concurrentie
    • Zuidelijke staten: plantagelandbouw afhankelijk van slavernij
    • Einde 19de eeuw groeien noord en zuid uit elkaar...

    Slide 16 - Tekstslide

    Waarom moeten slavernij en slavenhandel tegelijk afgeschaft worden?

    Slide 17 - Open vraag

    Wat zijn de verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke staten?

    Slide 18 - Open vraag

    Slide 19 - Video

    Slide 20 - Video

    Slide 21 - Video

    antwoord deelvraag 6.3
    Welke verschillen waren er tussen de noordelijke staten en de zuidelijke staten?
    1. slavernij en slavenhandel op plantages in het zuiden
    2. industrie en ambachten in het noorden
    3. invoerrechten op industriële producten om binnenlandse industrie te beschermen (tegen vrijhandel) ('America first')
    4. uitvoerrechten op plantageproducten maakt Amerikaanse producten te duur (het Zuiden wil dus vrijhandel)

    Slide 22 - Tekstslide