(WEEK 19) Past Simple

to (online) English class 👋🏻
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

to (online) English class 👋🏻

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Before we start,
what do you remember about..

Slide 3 - Tekstslide

the Present Simple?

Slide 4 - Woordweb

When do you use
the Present Simple?
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets op dit moment aan de gang is.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurt.
D
Wanneer iets in het verleden aan de gang was.

Slide 5 - Quizvraag

Which sentence is a form of the Present Simple?
A
Have you ever eaten these chips before?
B
I love your new shoes!
C
I am calling my dad right away.
D
It happened yesterday, I feel really bad.

Slide 6 - Quizvraag

"Past" means verleden(tijd)..

Slide 7 - Tekstslide

When do you use the Past Simple?
Je gebruikt de Past Simple wanneer iets in het verleden is gebeurd.
                                                                     
   I walked to school last week.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een verledingtijdsbepaling?
A
Right now
B
Tomorrow
C
Regularly
D
This morning

Slide 9 - Quizvraag

How do you form the Past Simple?
+ Bevestigende zin
WW + ed
I walked to school yesterday.
They watched a film last night.

Slide 10 - Tekstslide


Let's see if you can do this..

Slide 11 - Tekstslide

When do you use
the Past Simple?
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets op dit moment aan de gang is.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurt.
D
Wanneer iets in het verleden aan de gang was.

Slide 12 - Quizvraag

Use the Past Simple.
"Our teacher ... (to talk) about Harry Potter."

Slide 13 - Open vraag

Use the Past Simple.
"I ... (to listen) to Justin Bieber when I was young."

Slide 14 - Open vraag

Use the Past Simple.
"My sister ... (to love) it."

Slide 15 - Open vraag

How do you form the Past Simple?
+ Ontkennende zin
did + not
(didn't)
WW
He didn't walk to school yesterday.
? Vraagzin
Did
WW
Did he walk to school yesterday?

Slide 16 - Tekstslide

How do you form the Past Simple?
+ I played soccer yesterday.

- I did not (didn't) play soccer yesterday.

? Did you play soccer yesterday?
werkwoord + ed
did + not + werkwoord
Did + werkwoord

Slide 17 - Tekstslide

Use the Past Simple.
"... you ... (to see) Harry Potter last week?"

Slide 18 - Open vraag

Use the Past Simple.
"No, I ... (not / to see) Harry Potter last week."

Slide 19 - Open vraag

Ben je nu in staat om de Past Simple te kunnen gebruiken?
A
Ja!
B
Jawel, maar ik ga nog even oefenen.
C
Jawel, maar ik zou dit graag nog eens samen willen herhalen.
D
Ik snap er niks van.

Slide 20 - Quizvraag



See you tomorrow!
Get to work on WEEK 19
& don't forget about your video!

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide