H3.4 Deel 1 (Beleggen)

Welkom
3 MAVO ||  2022-2023


Hoofdstuk 3
De bank en jouw geld


1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom
3 MAVO ||  2022-2023


Hoofdstuk 3
De bank en jouw geld


Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Lesdoelen
  • Herhaling H3
  • Theorie H3.4 Deel 1
  • Aan de slag
  • Opdracht bespreken
  • Evaluatie

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les
  • Kan je uitleggen hoe de geldkringloop in elkaar zit
  • Kan je uitleggen wat beleggen inhoudt
  • Kan je uitleggen wat voor invloed de rente heeft op de waarde van aandelen

Slide 3 - Tekstslide

Welke soorten leningen kennen we bij de bank?

Slide 4 - Open vraag

Persoonlijke lening
 Een bepaald bedrag lenen en dit in afgesproken termijnen terug betalen

Slide 5 - Tekstslide

Doorlopend krediet
Met de bank heb ik een maximaal leenbedrag afgesproken.
Ik kan altijd lenen tot het maximale bedrag. Dit kan in stukjes, maar ook in een keer. 
Ik betaal alleen rente over het geleende bedrag

Slide 6 - Tekstslide

Salariskrediet/rood staan
Tot een afgesproken bedrag 'rood' staan

Dit is dus een negatief saldo
Wat was ook al weer een ander woord voor 
een negatief saldo?

Slide 7 - Tekstslide

Hypothecaire lening (hypotheek)





Lening voor de aankoop van een huis of stuk grond.


Kenmerken:

  • Het huis of het stuk grond is onderpand. Als je de termijnen niet kunt betalen, verkoopt de bank het onderpand om de hypotheek af te lossen.
  • Lage rente: de bank loopt minder risico dan bij een lening zonder onderpand. Daarom is de rente bij een hypotheek lager dan bij een gewone lening.


Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Geldkringloop

Slide 10 - Tekstslide

Bedrijfskredieten
Consumptieve kredieten
Inkomens
Spaargeld
Consumptie-uitgaven

Slide 11 - Sleepvraag

Geldkringloop
Je kan dus geld:
Verdienen
Sparen
Lenen

Geld verplaatst dus van de ene partij naar de andere partij. 

Slide 12 - Tekstslide

Beleggen
In plaats van sparen kun je je geld ook beleggen

Je investeert je geld dan in zaken of dingen waar jij meer rendement uit denkt te halen.

Dit zijn bijvoorbeeld aandelen -> stukjes van een bedrijf

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Link

Wisselkoersen
We hebben allemaal verschillende soorten geld in de wereld.
Dit noemen we ook wel 'valuta'.

Veel landen in de Europese unie hebben de euro als betaalmiddel. Deze landen noemen we ook wel 'de eurozone'

De 'wisselkoers' geeft de verhouding tussen twee soorten valuta weer

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Link

Slide 17 - Link

Hoe reken ik met vreemde valuta?
Voor €1 euro kan ik £0,79 Pond kopen.

Hoeveel is de waarde van £ 1 pond in euro's?





1,00
1,27
£
0,79
1

Slide 18 - Tekstslide

Wisselkoers
Geeft de verhouding tussen de euro en de vreemde valuta aan.
Er worden twee wisselkoersen gebruikt:
- Als je vreemd geld koopt krijg je voor €1 een lager bedrag
- Als je vreemd geld verkoopt moet je meer vreemde valuta's betalen voor €1. 
De wisselkoers kan veranderen

Slide 19 - Tekstslide

Hoe reken ik met vreemde valuta?
Ik ga binnenkort naar Marokko op vakantie.
€1 euro is 10,80 dirham waard.
Ik wil € 500 euro omruilen voor dirham

Hoeveel dirham krijg ik?

500 x 10,80 = 5400 dirham

Slide 20 - Tekstslide

€1 euro = 7,39 Deens kronen
Ik wil 220 euro omruilen voor Deense kronen
Hoeveel Deense kronen ontvang ik?

Slide 21 - Open vraag

Aan de slag
Maken H3.4
Klaar? Nakijken/herhalingsopdrachten 

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
Maken: Maken tot en met opdracht 47
Zachtjes overleggen / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken/oefenopgaven
Niet af? Huiswerk!
Tot 5 minuten voor tijd


Slide 23 - Tekstslide

Bedrijfskredieten
Consumptieve kredieten
Inkomens
Spaargeld
Consumptie-uitgaven

Slide 24 - Sleepvraag

Wisselkoersen
We hebben allemaal verschillende soorten geld in de wereld.
Dit noemen we ook wel 'valuta'.

Veel landen in de Europese unie hebben de euro als betaalmiddel. Deze landen noemen we ook wel 'de eurozone'

De 'wisselkoers' geeft de verhouding tussen twee soorten valuta weer

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Link

Slide 27 - Link

Hoe reken ik met vreemde valuta?
Voor €1 euro kan ik £0,79 Pond kopen.

Hoeveel is de waarde van £ 1 pond in euro's?





1,00
1,27
£
0,79
1

Slide 28 - Tekstslide

€1 euro = 4,20 Zloty (Polen)
Hoeveel euro is 1 Zloty?

Slide 29 - Open vraag

Hoe reken ik met vreemde valuta?
Ik ga binnenkort naar Marokko op vakantie.
€1 euro is 10,80 dirham waard.
Ik wil € 500 euro omruilen voor dirham

Hoeveel dirham krijg ik?

500 x 10,80 = 5400 dirham

Slide 30 - Tekstslide

€1 euro = 7,39 Deens kronen
Ik wil 220 euro omruilen voor Deense kronen
Hoeveel Deense kronen ontvang ik?

Slide 31 - Open vraag

Aan de slag
Maken H3.4
Klaar? Nakijken/herhalingsopdrachten 

Slide 32 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les
  • Kan je uitleggen wat beleggen inhoudt
  • Kan je uitleggen hoe de geldkringloop in elkaar zit
  • Kan je vreemd geld omrekenen naar euro's

Slide 33 - Tekstslide