Klas 1 - period 5

Period 5
Donald Duck
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Period 5
Donald Duck

Slide 1 - Tekstslide

Grammar:
- questions with do and does
- present continuous
- prepositions: at, behind, in, on, through

Slide 2 - Tekstslide

1. Present continuous
When?
Actions going on RIGHT NOW
Hints?
now, currently, at the moment

Slide 3 - Tekstslide

Present continuous: form
2 ww!!!!
1. am / are / is
2. ww+ing

I = am
you/we/they/meer dan 1 = are
he/ she/ it / 1 pers,dier,ding = is

Slide 4 - Tekstslide

Opgelet:
- soms verdubbelt de laatste medeklinker,vaak bij korte ww en bij ww die eindigen op -l
He is grabbing
- eindigt het ww op een -e, dan valt deze weg als je er -ing aan vastplakt
to have : we are having
- eindigt het ww op een -c, dan wordt dit ck+ing
to panic: I am panicking

Slide 5 - Tekstslide

Zet in de present continuous:
He (listen) to the radio at the moment.

Slide 6 - Open vraag

Fill in the present continuous:
The boy and his friend (talk) to each other.

Slide 7 - Open vraag

Present continuous negative
1. am/are/is
2. not
3. ww+ing
Example: They are not talking to each other.
Tip: je mag 1 en 2 ook samenvoegen tot 'aren't'  of 'isn't'

Slide 8 - Tekstslide

Fill in the present continuous negative.
He (write) a letter now.

Slide 9 - Open vraag

2. Prepositions
h/v: zie tb p. 181 (punt 4)
mavo: zie tb p. 162


Attention: mind the spelling of the prepositions!

Slide 10 - Tekstslide

3. Vragen met do/does
Do + ow + INFINITIVE +rest?
  -> wanneer ow = I, you, we, they of meer dan 1 
Example: Do the children know the truth?

Does + ow + INFINITIVE + rest?
-> wanneer ow = he, she, it of 1 pers/dier/ding 
Example: Does the dog like his food?


Slide 11 - Tekstslide

Maak een vraag met do/does:
Donald and Daisy go on a date.

Slide 12 - Open vraag

Maak een vraag met do/does:
Uncle Scrooge takes the money.

Slide 13 - Open vraag


4. some or any 

Betekenis van 'some' en 'any': enig, een beetje, wat

Slide 14 - Tekstslide

Some of any?
Some: gewone zinnen OF vragen waarin je iets aanbiedt OF vragen waarvan je verwacht dat het antwoord JA gaat zijn (verzoek).
Examples: I would like some bread, please.
Would you like some bread?
Could I have  some water please?
Any: negatieve zinnen OF alle andere vragen
I don't have any questions.
Does she have any idea of the surprise party?

Slide 15 - Tekstslide

Some or any?
Would you like ... tea?
A
some
B
any

Slide 16 - Quizvraag

Some or any?
Do you have ... money?
A
some
B
any

Slide 17 - Quizvraag

Some or any?
Could you give me ... space please? I am not feeling well.
A
some
B
any

Slide 18 - Quizvraag

I would love ... water please.
A
some
B
any

Slide 19 - Quizvraag

5. Questions with question words 
Word order:
question word + do/does/did + ow + infinitive + rest?
Example: Where did he buy the weapon?
Word order using to be (am/are/is)
question word + am/are/is + rest?
Example: Who are you?

Slide 20 - Tekstslide