Les 32 (15-02)

Cours du 15 février
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Cours du 15 février

Slide 1 - Tekstslide

Programme
  • Presentie
  • Lesdoelen
  • Huiswerk
      - werkblad cijfers
      - nakijken paragraaf A, en B, cijfers
  • Aanwijzend voornaamwoord
  • Au travail!
  • Afsluiting
  • Les devoirs

Slide 2 - Tekstslide

Presentie

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
Na de les....

...weet je hoe je een aanwijzend voornaamwoord gebruikt. 


Slide 4 - Tekstslide

Nakijken
A:
- ex. 6a, b en ex. 7
B:
- ex. 10a , 11a en b
- werkblad cijfers

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een aanwijzend voornaamwoord
in het Nederlands?

Slide 6 - Woordweb

Paragraphe D: het aanwijzend voornaamwoord
Kijk eens mee naar de volgende 4 zinnen:
- Je cherche une nouvelle robe. Cette robe est parfaite.
- Ton jean est trop petit. Comment tu trouves ce jean?
- Tu aimes ces t-shirts bleus? Non, je préfère ces t-shirts noirs.
- Tu vois l'homme aux cheveux blonds? Qui est cet homme?

Welke regels kun jij ophalen uit deze zinnen betreffende het aanwijzend voornaamwoord ce, cette, cet en ces?

Slide 7 - Tekstslide

De regels
                                                            enkelvoud                 meervoud
mannelijk                                           ce                                ces
vrouwelijk                                          cette                           ces
mannelijk stomme H of klinker    cet                              ces

Die, deze, dit of dat vertaal je dus met bovenstaande vormen. Welke vorm je gebruikt, hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het bij past.

Slide 8 - Tekstslide

Of een zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk, enkelvoud of meervoud is, kun je vaak al aflezen in de zin. Jullie hebben immers veel informatie gekregen de afgelopen maanden. Informatie die jullie verder kan helpen in de zoektocht naar het getal en het geslacht van een zelfstandig naamwoord.

Namelijk het bijvoeglijk naamwoord, het lidwoord, -e of -s achter een zelfstandg naamwoord en het bezittelijk voornaamwoord. 

Laten we ze allemaal eens bijlangs gaan op het bord.

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld
Kijk eens mee naar de volgende zin:

- Tu connais cette marque internationale?

Wat is het geslacht en getal van 'marque' in de bovenstaande zin? Bestudeer de woorden rond 'marque'.

Slide 10 - Tekstslide

Au travail
Maak nu de volgende oefeningen:
- ex. 17c en d
- ex. 18a, b, c
- ex. 19

Klaar? Leer het aanwijzend voornaamwoord én 
herhaal voca E (slim stampen, wrts).
 

timer
15:00

Slide 11 - Tekstslide

Afsluiting
Hoe zeg je dat een bepaalde broek mooi is?

Noem de 4 verschillende vormen van het aanwijzend voornaamwoord. 



Slide 12 - Tekstslide

Les devoirs
Maken voor de volgende les:
- ex. 17c en d
- ex. 18a, b, c
- ex. 19

Apprendre (leer) aanwijzend voornaamwoord + voca E.

Slide 13 - Tekstslide