Mesopotamië = Tweestromenland
Aan de oevers van de
Eufraat en de
Tigris groeiden de gewassen veel gemakkelijker dan in het dorre binnenland. De twee rivieren zorgden niet alleen voor het levensnoodzakelijke water. Uit de bergen waar ze ontsprongen, voerden ze ook slib mee (= delen van de vruchtbare bodem en plantenresten). De jaarlijkse
overstromingen bevloeiden de gronden aan de oevers en maakten ze vruchtbaar.
Rond 3500 v.C. gebruikten landbouwers in Mesopotamië nieuwe technieken om het water en het slib ook naar hoger en verder van het water gelegen gronden te leiden. Zo maakten ze dorre gronden vruchtbaar. Ze deden aan irrigatielandbouw. Door die nieuwe technieken verhoogden landbouwers de opbrengsten en verkregen ze zelfs landbouwoverschotten.