Rechten en plichten
Rechten en plichten
Open vanuit herkenbare schoolsituaties. Deze les draait om het verschil tussen dingen die je mag of krijgt op school en dingen die je moet doen op school.
Dit ga ik leren
Ik kan uitleggen wat rechten en plichten zijn.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Wat denk jij bij recht op school?
Gebruik de woorden uit de woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte reacties: mag, pauze, spelen, veilig, rustig, zeggen.
Wat is een recht?
Een recht is iets dat je mag of krijgt op school.
Een recht helpt jou om fijn, veilig en rustig te leren.
Gebruik eventueel een groen picto of duimpje om rechten visueel te maken.
Voorbeelden van een recht
je hebt recht op eten en drinken
veilig buiten spelen
je mening zeggen
een veilige werkplek
een koptelefoon op voor een rustmoment
recht op pauze
je grens aangeven
om naar school te gaan en te leren
Benadruk dat rechten niet voor de grap zijn: ze helpen kinderen om mee te doen en zich goed te voelen op school.
Rechten helpen jou
Door rechten kun je:
leren in rust
veilig zijn
werken, spelen en pauze nemen
zeggen wat jij denkt
kansen krijgen en uitvoeren
Koppel elk voorbeeld terug aan het gevoel van veiligheid, rust en meedoen.
Wat mag op school?
Soms zie je een foto of picto.
Dan kun je zien: dit mag of dit krijg je.
Dat past bij een recht.
Sluit aan op werkbladen met foto's en pictogrammen. Houd het onderscheid simpel: recht = mag/krijgt.
Wat is een recht?
iets dat je moet
iets dat je mag
iets dat straf is
iets dat geheim is
Sluit aan op slides 2-5: recht = iets dat je mag of krijgt. Distractors passen bij mogelijke verwarring met plicht of regels.
Vul de goede woorden in
Een recht is iets dat je mag of krijgt op school.
Door rechten kun je veilig zijn en in rust leren.
Ook heb je recht op pauze en spelen.
De woorden komen letterlijk uit het eerste blok over rechten: recht, veilig, rust, pauze.
Wat is een plicht?
Een plicht is iets dat je moet doen.
Een plicht is een afspraak die helpt om (thuis of op school) fijn en veilig te houden.
Gebruik eventueel een rood picto, notitie of pen als visueel teken voor plichten.
Voorbeelden van een plicht
luisteren naar de leerkracht/ouders
stil zijn als de ander aan het woord is.
je telefoon in de kluis doen tijdens de les
op tijd komen op school
op tijd komen op stage
luisteren naar anderen
respect hebben voor anderen
spullen opruimen
netjes afmelden als je ziek bent.
Leg moeilijke woorden kort uit: respect hebben = aardig en netjes met anderen omgaan.
Plichten helpen de groep
Door plichten kan de groep:
goed werken
rustig blijven
veilig zijn
fijn met elkaar omgaan
Maak de stap van 'ik moet dit' naar 'zo helpen we elkaar'. Dat past goed bij burgerschap.
Wat moet op school?
Soms zie je een foto of picto of een woord.
Dan kun je zien: dit moet of dit is een afspraak.
Dat past bij een plicht.
Laat leerlingen taal herkennen: mag/krijgt = recht, moet/afspraak = plicht.
een baby heeft recht op zorg en voeding
en heeft geen plichten wat is nog te klein.
Als je ouder wordt krijg je meer rechten ( wat mag). Bijvoorbeeld zelfstandig naar buiten.
Je krijgt dan ook meer plichten ( wat moet) bijvoorbeeld op tijd komen, taakjes uitvoeren.
Text
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een plicht?
iets dat je wint
iets dat je kiest
iets dat je moet
iets dat je krijgt
Sluit aan op slides 6-9: plicht = iets dat je moet doen. 'Iets dat je krijgt' is bewust opgenomen als verwarring met recht.
Wat hoort bij een recht?
op tijd komen
buiten spelen
telefoon wegdoen
naar anderen luisteren
Test het kunnen onderscheiden van voorbeelden op de overzichtsslide.
Vul de goede woorden in
Een plicht is iets dat je moet doen.
Je luistert naar de juf en je telefoon gaat in de kluis tijdens de les.
Zo blijft de groep rustig en veilig.
De invultekst herhaalt kernvoorbeelden uit het blok over plichten.
Recht of plicht ?
buiten spelen
je mening zeggen
recht op pauze
veilige werkplek
rustmoment met koptelefoon
veilige plek om te wonen
Plicht
Recht
luisteren naar de leerkracht/ouders
op tijd komen
telefoon in de kluis
luisteren naar anderen
respect hebben
niet stelen
eigen spullen op te ruimen
Deze slide brengt beide begrippen naast elkaar. Gebruik hem als overzicht voordat leerlingen met voorbeelden gaan werken.
Maak werkblad 1 in kennisbank:
Kleur de kolom van recht groen en van plicht rood.
Plak de zinnen op de goede plaats. Recht of plicht.
Speel het klassikale recht- en plichtenspel.
Zie kennisbank.
Veel succes!
Deze slide heeft geen instructies
Samen horen ze bij elkaar
Rechten en plichten horen bij elkaar.
Net een weegschaal die in balans hoort te zijn
Je hebt rechten, zodat jij fijn kunt leren met bijvoorbeeld een ipad.
Je hebt dan de plicht om netjes en voorzichtig met de ipad om te gaan zodat hij niet stuk gaat. Anderen kunnen dan ook fijn gebruik van maken .
Dit is de kern van de les: niet alleen verschil, maar ook samenhang.
Rechten en plichten horen bij elkaar omdat...
iedereen fijn leert
niemand hoeft te spelen
alleen de leerkracht kiest
regels niet nodig zijn
Deze slide heeft geen instructies
Rechten en plichten horen bij elkaar.
Als je ergens recht op hebt hoort daar ook een afspraak (plicht) bij
Als je recht hebt op een stage hoort daar ook bij dat je je aan de afspraak ( plicht) houdt om om tijd te komen, je best te doen.
In de Kennisbank staat hierover een werkblad. SUCCES!
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij vandaag geleerd?
Laat leerlingen in eigen woorden zeggen wat is blijven hangen. Verwachte elementen: recht = mag/krijgt, plicht = moet, voorbeelden zoals pauze, luisteren, veilig, rust.
Woorden om te onthouden
recht - iets dat je mag of krijgt op school
plicht - iets dat je moet doen op school
afspraak - regel waar we ons aan houden
mening - wat jij denkt of vindt
respect - netjes en aardig omgaan met anderen
werkplek - de plek waar je werkt in de klas
pauze - tijd om even te eten, spelen of rusten
Deze slide heeft geen instructies