TaalCompleet A1 - Thema 6:- 6.10 De tijden - klokkijken

6.10 De tijden 
(klokkijken)
  1. een uur
  2. een half uur
  3. een kwartier
  4. een seconde
  5. de klok
  6. Hoe laat is het?
  7. de tijd
  8. de ochtend
  9. de middag
  10. de avond
  11. de nacht
  12. 's nachts
  13. duren













1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

6.10 De tijden 
(klokkijken)
  1. een uur
  2. een half uur
  3. een kwartier
  4. een seconde
  5. de klok
  6. Hoe laat is het?
  7. de tijd
  8. de ochtend
  9. de middag
  10. de avond
  11. de nacht
  12. 's nachts
  13. duren













Slide 1 - Tekstslide

een uur
  • 60 minuten

  • twee uren
  • De winkel gaat over een uur open. 

Slide 2 - Tekstslide

een half uur
  • 30 minuten
  • 2 kwartieren
  • De zwemles duurt een half uur. 

Slide 3 - Tekstslide

een kwartier
  • 15 minuten
  • 4 kwartieren in een uur

  • de kwartieren
  • Over een kwartier gaat de winkel dicht. 

Slide 4 - Tekstslide

een seconde
  • 60 seconden in een minuut

  • de secondes
  • Een minuut heeft zestig secondes 

Slide 5 - Tekstslide

de klok
  • de klokken
  • iets dat de tijd laat zien 
  • Kijk op de klok, het is bijna twaalf uur. 

Slide 6 - Tekstslide

de openingstijd
  • de tijd dat een winkel open is. 

  • Wat zijn de openingstijden van deze kledingwinkel

Slide 7 - Tekstslide

Hoe laat is het?
  • Hoe laat is het?
  • vraag naar tijd 

  • Hoe laat is het nu? 

Slide 8 - Tekstslide

  • de nacht - 's nachts
  • de ochtend - 's ochtends
  • de middag - 's middags
  • de avond - 's avonds

Slide 9 - Tekstslide

de nacht - 's nachts
de nachten 
  • deel van de dag tussen 00.00 en 06.00
  • In de nacht is de winkel gesloten.
  • 's nachts slaap ik. 

Slide 10 - Tekstslide

de ochtend - 's ochtends 
de ochtenden
  • deel van de dag tussen 06.00 en 12.00
  • In de ochtend ga ik naar school. 
  • 's ochtends om 9.00 gaat de winkel open. 

Slide 11 - Tekstslide

de middag - 's middags 
  • de middagen 
  • deel van de dag tussen 12.00 en 18.00
  • In de middag ga ik naar Amsterdam
  • 's middags doe ik boodschappen. 

Slide 12 - Tekstslide

de avond - 's avonds
  • de avonden
  • deel van de dag tussen 18.00 en 00.00
  • In de avond gaat de winkel dicht. 
  • 's avonds ga ik naar bed. 

Slide 13 - Tekstslide

de openingstijd
  • tijd dat de winkel open is
  • Wat zijn de openingstijden van deze kledingwinkel? 

Slide 14 - Tekstslide

de tijd
  • minuten en uren van de dag 
  • Ik heb nu geen tijd 

Slide 15 - Tekstslide

duren (ww)
  • zin: Het duurt heel lang vandaag.

  • Hoelang iets is in tijd 
  • Een lesuur duurt 45 minuten
  • Hoelang duurt het voordat je naar huis mag?
  • Het duurt nog ...

Slide 16 - Tekstslide

Hoeveel secondes heeft een minuut?
A
15
B
30
C
60
D
100

Slide 17 - Quizvraag

Hoeveel minuten heeft een kwartier?
A
15
B
30
C
60
D
100

Slide 18 - Quizvraag

Hoeveel minuten heeft een half uur?
A
10
B
30
C
60
D
100

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel minuten heeft een uur?
A
10
B
30
C
60
D
100

Slide 20 - Quizvraag

Hoeveel kwartieren heeft een uur?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 21 - Quizvraag

Hoe laat begint de ochtend?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 22 - Quizvraag

Tot hoe laat duurt de avond?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 23 - Quizvraag

Hoe laat begint de middag?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 24 - Quizvraag

Tot hoe laat duurt de nacht?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 25 - Quizvraag