Afronden

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer moet je getallen
afronden?

Slide 2 - Woordweb

Decimalen
  • Wat is een decimaal?
  • Wat zijn tienden?
  • Wat zijn honderdsten?
  • Wat is duizendsten?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Decimalen en tienden, honderdsten en duizendsten
1,5 -> 1 decimaal = tienden
1,52 -> 2 decimalen = honderdsten
1,524 -> 3 decimalen = duizendsten

Slide 5 - Tekstslide

1,5 een komma vijf
een vijf tiende
1,5 = 1 + 0,5
0,1 = 1/10 = een tiende
0,5 = 5/10 = vijf tiende
1,5 = "één vijf tiende"   2,6 = "twee zes tiende"
1,6 2,3 6,9 12,4 37,6

Slide 6 - Tekstslide

Tientallen, honderdtallen
duizendtallen
  • Tientallen: ?
  • Honderdtallen: ?
  • Duizendatallen: ?

Slide 7 - Tekstslide

Tientallen, honderdtallen
duizendtallen
  • Tientallen: 10, 20, 30.................90
  • Honderdtallen: 100, 200, 300, .................900
  • Duizendatallen: 1000, 2000, 3000, .....................9000

Slide 8 - Tekstslide

Rond 27 af op tientallen

1. Waar moet ik op afronden?
    27
2. Wat is het volgende getal?
     27
3. Afronden
    30 


Rond 133 op tientallen

1. Waar moet ik op afronden?
     133
2. Wat het het volgende getal?
      133
3. Afronden
     130

Slide 9 - Tekstslide

Rond 67,26 kilo af op 1 decimaal
(= 1 cijfer achter de komma)

1. Waar moet ik op afronden?
    67,26
2. Wat is het volgende getal?
     67,26
3. Afronden
     6 is naar boven, dus
     67,26 -> 67,3 kilo




Rond 67,353 kilo af op 2 decimalen (=twee cijfers achter de komma)

1. Waar moet ik op afronden?
    67,353
2. Wat is het volgende getal?
     67,353
3. Afronden
     3 is naar beneden, dus
     67,353 -> 67,53 kilo

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Afronden
Rond je het getal af naar onder of naar boven?
ONDER
BOVEN
1
2
3
4
5
6
7
8
9

Slide 12 - Sleepvraag

Slide 13 - Tekstslide

Rond 133 op honderdtallen

1. Waar moet ik op afronden?
    133
2. Wat is het volgende getal?
     133
3. Afronden
    100


Rond 2187 af op honderdtallen

1. Waar moet ik op afronden?
     2187
2. Wat het het volgende getal?
      2187
3. Afronden
     2200

Slide 14 - Tekstslide

Afronden

1. Waar moet ik op afronden?

2. Wat is het volgende getal?

3. Afrondregel: 

Slide 15 - Tekstslide

Afronden op duizendtallen.
17800 wordt
A
17000
B
17900
C
18000
D
17500

Slide 16 - Quizvraag

Afronden met geld doen we per......
A
€0,01 cent
B
€0,05 cent
C
€0,10 cent
D
We ronden niet af met geld

Slide 17 - Quizvraag

Afronden op 1 decimaal:

86,73
A
86
B
87
C
86,7
D
86,8

Slide 18 - Quizvraag

Afronden op 5 cent

124,49
A
124,45
B
124,50
C
124,55

Slide 19 - Quizvraag

Afronden op tientallen

2378
A
2350
B
2400
C
2370
D
2380

Slide 20 - Quizvraag

Afronden op tientallen

1296
A
1300
B
1295
C
1290

Slide 21 - Quizvraag

Afronden
€ 4,5799 wordt
A
€ 4,57
B
€ 4,59
C
€ 4,56
D
€ 4,58

Slide 22 - Quizvraag